silhouetten monniken

 

De Sint-Sixtusabdij van Westvleteren

 

 

NL FR EN

Het wapenschild van de abdij
Home
Leven als monnik
Geschiedenis abdij
Kruisweg
Gastenhuis
Claustrum
Brouwerij
Ter meditatie
Links
Woorduitleg
Site map
 
Verbouwingen

Nieuws


Ter meditatie archief


In deze reeks zijn ondertussen teksten verschenen van
Aelred van Rievaulx, Augustinus,
Balmary M., Barnard W., Bernardus van Clairvaux, Bodar A., Bonhoeffer D., Braekers M.,Broeckx P.M.,
A Carthusian, Casel O., Casey M., Chouraqui A., Claudel P.,Coghe J., Colliander Tito,
de Cock B., De Dijn H., de Mello A., de Saint-Exupéry A., De Wit H.F., Deblauwe V.,Depoortere K., Desmet M.,Diadochus van Photikè, Dionysius, Dorotheos van Gaza, Dupré L.,
Eliot T.S., Epictetus, Erikson Erik,Evagrius,
Fortmann H., Freeman L., Frère Roger van Taize,
Mahatma Gandhi, Gelaude K., Gerhardt I., Geysels L., Gilbert van Hoyland, Gregorius de Grote,Grün A.,Guigo I,
Hadewijch, Haers J., Hammarsjköld D., Heschel A., Hesychius van Batos, Hillesum E.,
Ide P., Isaac van Stella,
Jäger W., Johannes van het Kruis,
Keating T., Kornfield J.,Kubler-Ross E., Kuitert H.M.,
Lathouwers T., Leijssen M., Lockhart R.B., Louf André,
Main J., Mechiels-Van Herp H., Meister Eckhart, Merton T., Monbourquette J., Moore T.,
N.N.,Neefs P., Newman J.H., Nouwen H.,
O'Donohue J., Oosterhuis H., Origines,
Pacot S., Peeters M., Philotheus van de Sinaï, Pollefeyt D.,
Radcliffe T.,Rilke Rainer Maria, Roethke T., Ruusbroeck,
Schmitt E.E., Seattle,Servotte H.,Shinoda Bolen J, Sölle D.,Spreuken, Standaert B., Suzuki S.,
Tagore Rabinandranath,Tauler J., Teilhard de Chardin, Theresa van Avila, Thomas R.S.,
Vaderspreuken, Van Broeckhoven E., Van Steenbergen F., Van Tilt E., Vanier J.,Varillon F., Veilleux A.,Vidil F.,
Weerts F., Weil Simonne,Willem v. St.Thierry, Williams R., Wolk van niet weten

Aelred van Rievaulx. De Geestelijke Vriendschap, I,20-21. Reeks: Monastieke Cahiers, nr.6. Bonheiden: Abdij Bethlehem, 1979, p.32-33
Een vriend kun je de behoeder van de liefde noemen, of, zoals sommigen het liever uitdrukken, de behoeder van de ziel zelf; want mijn vriend moet de behoeder zijn van onze liefde of van mijn ziel zelf; zo moet hij in trouw stilzwijgen zielsgeheimen kunnen bewaren en de gebreken die hij ontdekt verdragen of, in de mate van het mogelijke, genezen; de vreugde en het leed van zijn vriend is ook zijn vreugde en leed, ja alles wat zijn vriend aangaat, raakt ook hem persoonlijk.
De vriendschap is dus de deugd die de zielen in een verbond van innig-diepe genegenheid samenbindt en tot ware eenheid brengt. Zo hebben ook de niet-christelijke filosofen de vriendschap niet gerangschikt onder de voorbijgaande of vergankelijke deugden maar onder de deugden die eeuwig zijn. Ook Salomo sluit zich hierbij aan in zijn Spreuken waar hij zegt: "Een vriend bemint altijd" (Spr.17,17); zo verklaart hij duidelijk dat vriendschap, indien ze echt is, eeuwig is; als ze verdwijnt dan is ze, ook al scheen het anders, nooit echt geweest. Top

Aelred van Rievaulx. Spiegel van de liefde, III, XL, 111. Reeks Monastieke Cahiers, nr.28. Bonheiden: Abdij Bethlehem, 1985, p.249
Wie dus een zoet genot vindt in een vriend, moet er op letten, dat hij dit genot smaakt in de Heer, niet op een wereldse manier in lichaamsgenot, maar wel in geestelijke vreugde. Maar wat is 'genieten in de Heer'? vraagt ge. De Apostel zegt aangaande de Heer, dat "Hij voor ons is geworden wijsheid, gerechtigheid en heiliging vanwege God" (1Kor.1,30). Als dus de Heer wijsheid is, heiliging en gerechtigheid, dan is 'genieten in de Heer', genieten in wijsheid, genieten in heiliging, genieten in gerechtigheid. Door de wijsheid wordt wereldse ijdelheid buitengesloten, door de heiliging wordt lichamelijke onzuiverheid afgewezen, door de gerechtigheid wordt elke vleierij en alle lief gedoe onder de duim gehouden. Want dan alleen is het liefde, als ze volgens het woord van de apostel "komt uit een zuiver hart, uit een goed geweten, uit ongeveinsd geloof" (1Tim.1,5) Een zuiver hart ontvangt wijsheid, schroom verheldert het geweten en ongeveinsd geloof is een sieraad voor de gerechtigheid. Top

Augustinus
Alleen in de overgave aan Gods liefde ligt het geluk besloten waarnaar de mens hunkert en die liefde is ons geopenbaard in Jezus Christus.

Augustinus. Belijdenissen. (vert.Gerard Wijdeveld), X,VI,8, p.290-291.Merksem: uitg.Westland/Utrecht: uitg.De Fontein
Maar wat heb ik nu lief wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse ogen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zo iets als een omhelzing wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt, die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar de geur hangt, die door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat die door geen gretig eten wordt verminderd, daar waar die omhelzing wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. Top

Augustinus
Slechts hij is onze vriend aan wie wij al onze ideeën durven toevertrouwen. Top

Augustinus , (Sermo 80,7.) Van aangezicht tot aangezicht. Preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs. Amsterdam:Ambo, 2004, p.432
Verlangen is altijd bidden, ook al zwijgt de tong. Als je altijd verlangt, bid je ook altijd. Want wanneer sluimert je gebed? Als je verlangen bekoelt. Top

Augustinus
Soms is het goed dat God ons sommige dingen die we vragen niet geeft, opdat Hij ons zou kunnen geven wat we niet vragen. Top

Augustinus. Sermo 243,1-2. Uit:Als licht in het hart. Preken voor het liturgisch jaar. Baarn: Ambo,1996,p.149-150
Bij de evangelist Matteüs staat namelijk dat Jezus, toen Hij was verrezen, verscheen aan twee vrouwen, van wie Maria Magdalena er één was. Hij zei tot hen: 'Gegroet.' De vrouwen kwamen naar Hem toe, hielden zijn voeten vast en aanbaden Hem. In elk geval was Hij nog niet naar zijn Vader opgestegen. Hoe kan er bij Johannes dan tegen Maria Magdalena worden gezegd: 'Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen naar Mijn Vader?' In die woorden lijkt door te klinken dat Maria Hem om zo te zeggen pas aan kon raken, wanneer Hij was opgestegen naar de hemel. Wie van de stervelingen kan Christus aanraken wanneer Hij in de hemel zetelt, als dat op aarde al onmogelijk is?
Wel, die aanraking betekent geloof. Wie in Christus gelooft, raakt Christus aan. Want ook de vrouw die aan bloedvloeiing leed, zei bij zichzelf: 'Als ik de zoom van zijn kleed aanraak, zal ik gezond zijn.' Met geloof raakte ze die aan en meteen was ze gezond, zoals ze had verwacht. Opdat wij te weten komen wat aanraken werkelijk inhoudt, zei de Heer onmiddellijk daarop tegen zijn leerlingen: 'Wie heeft Mij aangeraakt?' De leerlingen zeiden: 'De menigte dringt tegen U aan en U vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?' Waarop Hij zei: 'Iemand heeft Mij aangeraakt.' Alsof Hij daarmee wilde zeggen: 'De menigte dringt op, het geloof raakt aan.' Die Maria, tegen wie de Heer zie: 'Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader', lijkt dus de kerk te vertegenwoordigen, die in Christus geloofde toen Hij was opgestegen naar de Vader.
Nu vraag ik u:'Wanneer bent u tot geloof gekomen?' Dat vraag ik ook aan de kerk, over de hele wereld verspreid, die door die ene vrouw werd voorgesteld. Als uit één mond antwoordt de kerk mij: 'Toen Jezus was opgestegen naar de hemel, op dat moment begon ik te geloven.' Wat wil 'op dat moment begon ik te geloven' anders zeggen dan 'toen raakte ik aan'? Vele kortzichtige mensen meenden dat Christus slechts mens was. Dat er goddelijkheid in Hem schuilging, begrepen zij niet. Zij hadden Hem niet echt aangeraakt, omdat ze niet echt geloofden. Wilt u Hem echt aanraken? Begrijp Christus dan als even eeuwig met de Vader. Dan hebt u Hem aangeraakt. Maar als u Hem slechts als mens beschouwt en niet méér dan dat, is Hij voor u nog niet opgestegen naar de Vader. Top

Balmary Marie. Abel.Dwars door Eden. Averbode: Altiora, 2000, p.26
De intensiteit en de vrijheid van ons psychisch -of geestelijk- leven zijn afhankelijk van het feit of de ruimte boven ons open of gesloten is, zoals een brandend haardvuur in een woning afhankelijk is van een open en goed trekkende schoorsteen erboven.Top

Barnard Willem. Stille Omgang. Tielt: Lannoo, 1995, p.726-727
Is dat waar? Verlang ik naar God? Naarmate ik meer mens word, zal ik meer vraag worden. Het meest menselijke is blijkbaar, dat wij één open wond worden voor God. En naarmate wij meer en meer vragen, meer en meer de vraag worden, worden we meer en meer mens. Maar er zijn mensen geweest, ik weet niet of ze minder dan Job waren, voor wie dat wederzijdse vragen werd als een combat de volupté, een liefdeshunkering en een vervulling. Zoals het onder geliefden zijn kan, die van niets anders weten dan de hunkering naar elkaar. Top

Bernardus van Clairvaux ,18e toespraak over het Hooglied,3 Naar:Toespraken over het hooglied. Inl.:P.Delfgauw,Vert.:monniken ocso.Band 4, 1973Pro manuscripto ,p.101
Wees verstandig en maak jezelf tot een waterbassin en niet tot een afwateringskanaal. Kijk maar ’ns naar een afwateringskanaal. Een afwateringskanaal loost het water onmiddellijk zodra het water binnenkomt.
Bij een waterbassin is dat anders. Een waterbassin wacht totdat het geheel vol is. Dan pas begint een waterbassin óver te lopen. Een waterbassin deelt uit van eigen volheid terwijl het zelf gevuld blijft.
Liefde vloeit over. Ze houdt voor zichzelf wat ze zelf nodig heeft. En wàt ze heeft wil ze in overvloed hebben - om rijk te kunnen zijn ook voor anderen. Kijk naar de bron! Kijk naar de bron zelf van het leven.
Laat eerst jezelf vullen. Laat daarna wat de bron je nog méér geeft overvloeien naar anderen.
Liefde stroomt over. Je leeg laten lopen is niet wat liefde vraagt. Voor wie kun je goed zijn als je voor jezelf slecht bent?
Zie naar de bron van het leven. Vul eerst jezelf zoveel dat je overvloeit naar anderen. Dan zal ik graag genieten van jouw overvloed.Top

Bernardus van Clairvaux. Brief 106.1-2
Geloof me op mijn eigen ervaring: men leert meer in de bossen dan in de boeken. De bomen en de rotsen zullen u een wijsheid leren die ge van uw leraren niet zult horen. Zelf zoudt ge zien hoe men honing kan zuigen uit steen, en olie uit de hardste rots. Druipen de bergen niet van zoetheid en vloeien de heuvels niet van melk en honing? Bolsteren de valleien niet over van koren? Top

Bernardus van Clairvaux, Homilie over de Verkondiging, IV.II. Uit:Wim Verbaal. Een middeleeuws drama. Het conflict tussen scholing en vorming bij Abaelardus en Bernardus. Kapellen: Pelckmans, 2002, p.247
Laat mij uit het Woord geworden naar uw woord. Laat het Woord dat in den beginne was bij God, vlees naar mijn vlees worden naar uw woord. Laat het Woord voor mij worden, niet uitgesproken zodat het voorbijgaat, maar ontvangen zodat het blijft, want gehuld in vlees, niet in lucht. Laat het voor mij worden niet alleen hoorbaar voor de oren, maar ook zichtbaar voor de ogen, tastbaar voor de handen, draagbaar voor de schouders. Laat het voor mij niet geschreven blijven en stom, maar vleesgeworden en levend, dat wil zeggen: niet neergekrast in stomme figuren op dode huid, maar in menselijke gedaante en levend ingedrukt in mijn kuise ingewanden en dit niet door de schildering van een dode pen maar door de werking van de Heilige Geest. Laat het mij dan geworden op een wijze, zoals het nog niemand voor mij geworden is, zoals het niemand na mij geworden kan. Op allerlei manieren en in velerlei vormen heeft God vroeger in de Profeten gesproken tot de Vaders. Er wordt verteld hoe sommigen het woord van de Heer in het oor geschiede, anderen in de mond, sommigen zelfs in de hand. Ik bid echter dat het mij ook in de schoot geschiedde naar uw woord. Ik wil het niet kunstig gepredikt of in figuren aangeduid of in beelden gedroomd. Laat het mij zwijgend ingeblazen, persoonlijk vlees geworden, lichamelijk ingeworteld worden. Laat het Woord dat het in zichzelf niet kon en ook niet nodig had om te worden, het niet te min vinden om in mij te worden. Laat het niet te min vinden om ook voor mij te worden naar uw woord. Laat het maar in elk opzicht voor heel de wereld worden, maar laat het meer in het bijzonder voor mij worden naar uw woord. Top

Bodar Antoine. In zwakheid krachtig. Amsterdam: Anthos,2004, pp.51-52
De woestijn is klaarblijkelijk niet zonder liefelijkheid. In stilte en zwijgen is het de plaats van Godsontmoeting in eenzaamheid en vrijheid, in onverborgenheid en onverschrokkenheid. In de woestijn staat de mens naakt voor zijn God. Die toestand is reeds beproeving. Want voor God verschijnen betekent meteen zelfonderzoek. In de woestijn komt God de mens meer tegemoet naar de mate dat de mens tevens bereid is zichzelf tegen te komen.
De woestijntoestand betekent dit: Gaat u zelf niet uit de weg en verdooft u niet met afleiding. Ziet u zelf onder ogen. Bedenkt dat gij stof zijt en dat uw tijd hier eindig is. Weet dat ge alleen zijt geboren en alleen zult sterven. Keert u af van hetgeen niet deugt en keert u louter tot deugdzaamheid. Maakt u gereed God, de Liefde Zelf, uw innerlijk te laten betreden .Zo worden we volledig met Hem verzoend en heerst Zijn vrede volledig in ons.
De godsontmoeting is genade maar die gave overkomt ons in leegwording van onszelf om gevuld te kunnen worden door Hem. Ontmoeting is geen afstandelijkheid maar nabijheid. Ontmoeting is liefdevolle intimiteit die niets achterhoudt. Ontmoeting bestaat in de bereidheid zichzelf weg te schenken.
Liefde maakt de ene mens leeg om door de ander te worden gevuld. Wat opgaat tussen mensen, hoe veel te meer gaat dat op tussen de mens en zijn God. Jezus Zelf heeft de woestijn als toestand niet nodig; wan Hij is zonder zonden. Maar voor ons, zondaars, is de woestijn voorwaarde om opnieuw tot God te geraken.
In de Vasten kan de woestijn in ons tot bloei komen en zo vruchtbaar worden, mits wij daartoe open staan. Het gebeurt ook dat de woestijn ons overkomt -de hoedanigheid van schraalheid en troosteloosheid, van lusteloosheid en mismoedigheid. Zo'n gemoedsgesteldheid kunnen we niet anders dan verdragen en uithouden en als het ons lukt aan God opdragen. Hij zal dan eens van Zich laten horen, mits wij in geduld op Hem wachten . De woestijn is beproeving die ons leert ferm te volharden. Top

Bonhoeffer Dietrich
God liet zich uitschakelen naar de rand van de wereld en op het kruis. God is zwak en machteloos in de wereld, en dat is precies de wijze waarop hij met ons kan zijn en ons kan helpen. Dit is het beslissend verschil tussen het Christendom en andere godsdiensten. In zijn lijden zoekt de 'religieuse' mens naar de macht van God in de wereld; hij heeft God nodig als een deus ex machina. De bijbel echter verwijst hen naar de machteloosheid en het lijden van God. Enkel een lijdende God is in staat om te helpen. Top

Bonhoeffer Dietrich
Wie is zuiver van hart? Hij die zijn hart niet bezoedelt met het kwaad dat hij bedrijft en evenmin met het goede dat hij doet. Top

Bonhoeffer Dietrich. Bonhoeffer Brevier. Baarn: Ten Have, 1974, p.366
God wil niet, dat ik de ander vorm naar het beeld dat mij goed lijkt, dus naar het beeld van mij zelf. In zijn vrijheid heeft God de ander naar zijn beeld geschapen. Nooit kan ik van te voren zeggen, hoe het beeld van God in de ander er uit zal zien. Steeds heeft het weer een andere, geheel nieuwe en alleen in Gods vrije schepping gefundeerde gestalte. Misschien vind ik die gestalte vreemd, goddeloos. Maar God schept de ander naar het beeld van zijn Zoon, de gekruisigde, en ook dit beeld leek mij werkelijk vreemd en goddeloos voor ik het als van God gegeven leerde aanvaarden. Top

Braekers Marcel . Leven van het woord. Verkondiging voor vragende mensen. Averbode: Altiora. 1995,p.70
De kunst van het sterven is meer dan doodgaan. Het is ook de kunst om plaats te maken voor een ander, de kunst te aanvaarden dat we toch niet zo'n grote dingen realiseren, maar slechts een kleine schakel zijn in een grote stroom van mensen. Het is de kunst om lief te hebben ook al kunnen we nooit als twee vlammen versmelten. Op die manier zijn leven en dood onlosmakelijk in ons leven van elke dag met elkaar verweven. Slechts in het volmondig beamen van beide ontstaat een echte openheid voor het transcendente. Heidegger noemde dit de houding van 'Gelassenheit', het onvoorwaardelijk opgeven van alle Ik-gericht kennen en willen en zo open staan voor wat zich aan mij wil geven: actief luisteren naar de roep van het zijn, voorbij mensen en dingen, en in dankbaarheid deze aanspraak begroeten. Ook een volwassen geloven en spreken over datgene of Diegene die zich bevindt aan de overkant moet met deze inzichten rekening houden, wil het niet vervallen in een platvloers essentialisme waarbij men over God spreekt alsof Hij verborgen is in mijn broekzak (ik zie niet wat erin zit, maar kan het vermoeden door te denken aan alles wat ik nodig heb). Top

Braekers Marcel . Meister Eckhart. Mysticus van het niet-wetende weten. Averbode: Altiora, 2007, p.51
Mens-zijn zou je vandaag kunnen omschrijvan als: staan in leegte, steeds onderweg zijn. Het is een leven van verlangen, in het besef dat dit verlangen oneindig is. Het heeft geen definitief eindpunt en kent ook zijn oorsprong niet. Merkwaardig is dat de hedendaagse mensen dit niet in angst en beven vaststelt, maar dat hij dit rustig beschouwt als een vanzelfsprekendheid, als een kans en een uitdaging. Men kan spreken en nadenken over de leegte. Ze is de vertrekbasis om de werkelijkheid te ontdekken. Top

Broeckx P.M., o.praem. Pasen vieren met de kerk. Een bijbels-spirituele visie op het paasmysterie. Tijdschrift voor Liturgie, 1990, nr.74, p.131
Als ik er over nadenk, kom ik, na al die jaren tot het besluit dat wat een gelovig gezin, wat een parochie- of kloostergemeenschap samenhoudt niet een juridische band is, niet de uiterlijke factoren zoals sociale achtergrond, een huis, een tuin, een stuk bezit, niet gebedspraktijken, dagindeling, voorschriften of normen, zelfs niet gezamenlijke vieringen van ons geloof. Dat alles is nodig of nuttig en het speelt zeker in sterke mate mee.
Wat ons als gelovigen samenhoudt is veel subtieler en veel inniger, veel innerlijker ook. Echte verbondenheid tussen gelovigen onderling ontstaat, groeit door iets wat bijna niet onder woorden is te brengen. Wat ik wil zeggen is dit: banden tussen mensen groeien niet uitsluitend door regels en afspraken, maar door het geheim dat ze met elkander delen, zoals de band groeit tussen man en vrouw, wanneer zij hem vertelt dat zij in verwachting is. Letterlijk groeit dan het geheim in haar schoot, geestelijk groeien zij naar elkaar toe in het samen gedragen geheim.
Zo bindt ook ons als gelovigen en dragen wij samen, worden wij samen gedragen door het diepe geheim: Jezus Christus, de God die voortdurend in ons midden geboren wordt, lijdt, sterft, verrijst en verder leeft. Ten diepste is het geheim in het leven van Christus dat ook ons aan elkaar bindt zijn paasmysterie, d.i. de Heer Jezus zelf, verrezen en levend in ons midden aanwezig. Pasen is dan het samen beleefd en gevierd geloof in de levende en verrezen Heer, Jezus Christus. Top

A Carthusian. Where Silence is Praise. Michigan: Cistercian Studies 166, p.103
Het leven verloopt volgens een goddelijk plan, dat voor zichzelf zijn weg dient te banen door alle soorten van kreupelhout, doorheen heuvels en dalen, de moeilijkheden volgend van de weg, met tunnels, hellingen en omwegen -dat is nu eenmaal leven, zolang we niet stoppen. Daarom, bekijk de dingen in het gezicht, en pas jezelf aan hen aan dag na dag. De veranderingen van seizoenen, de opeenvolging van koude en warmte, zon en regen, dag en nacht: dragen al deze zaken niet bij tot het rijpen van het fruit? Zo is het ook met de ziel. Top

A Carthusian. From Advent to Pentecost. Carthusian Novice Conferences. London: Darton, Longman & Todd, 1999, p79
Bekering beperkt zich voor ons niet tot een louter morele of ascetische inspanning, die kan blijven hangen op het louter menselijk vlak. Ons christen-zijn komt van ergens elders, en om dit terug tot leven te brengen dienen we onszelf onder te dompelen in de bron van waaruit het vloeit. Top

A Carthusian, They speak by silences. London:Longmans, Green and Co, 1955, p.8.
Onze bekwaamheid tot vreugde wordt gemeten naar onze bekwaamheid tot lijden en het is enkel omdat we sterk geleden hebben dat we ooit ook op een dag de vreugde zullen kennen.

A Carthusian. From Advent to Pentecost. Carthusian Novice Conferences. London: Darton, Longman and Todd, 1999, p.139.144-145
De verrijzenis is de rust na de pijnlijke spanning van de passieweek, het is de steen die van het graf is weggerold, het is de vreugdevolle roep van Maria Magdalena, het is de andere zijde van het graf die lichtend is geworden. Het is de zekerheid dat het leven reeds triomfeert en dat het uiteindelijk zal triomferen: de fundamentele kracht die de wereld en de geschiedenis ondersteunt is liefde, en liefde is sterker dan de dood. Het is enkel in het licht van de verrijzenis dat ik kan begrijpen wat het leven betekent.
Je zal zeggen dat er in jou niets schijnt veranderd te zijn. Echter, alles is veranderd! Maar op een dieper niveau dan waar je normaal kijkt. Ja, je zal doorheen lijden en dood moeten gaan, maar dat zal nu juist een doorgang zijn tot het ware leven waarvan Ik jou tot hiertoe heb gesproken. Uw zwakheden blijven, opdat mijn kracht in jou tevoorschijn kan komen als van mij komend en je trots het niet zou toeëigenen. De inspanning, het risico en de verantwoordelijkheid van je vrijheid blijven opdat je een mens zou kunnen zijn, die tot Mij kan komen vanuit eigen beweging. Ik wil dat je deel uitmaakt van mijn volledig mysterie, niet enkel van mijn verheerlijking maar ook van mijn intens geleefde liefde en van mijn dood. Zo zal het leven zich een weg banen doorheen jou naar je broeders. Je machteloosheid om oprecht lief te hebben met heel je hart, zal ook blijven, maar enkel in de mate dat je die weg dient leren te beklimmen van de liefde, dat je geleerd zal hebben niet meer te rekenen op je eigen inspanningen om lief te hebben, maar dat je toelaat dat Ik liefheb in en door jou. (...) Wat Ik jou breng is de gave van mijn verrezen leven, mijn licht die de Vader ziet van aangezicht tot aangezicht, mijn liefde die de liefde van de Vader is in mij en mijn liefde in de Vader. Je dient enkel je te openen voor het geloof zodat de goddelijke kracht van dit licht-leven-liefde zich vrij kan ontvouwen in jou. Dit wordt niet bepaald door je zwakheid maar door mijn kracht. (...) Alles leidt uiteindelijk tot de parousie. Laat je gedragen worden. Schenk me je lege ruimte waar Ik mijn vitaliteit van mijn liefde en vreugde kan uitgieten. Geloof in vreugde -het is mogelijk, ook voor jou. Geloof in de liefde. Geloof in het leven, het ware leven. Geloof in mij, want Ik hou van jou. Wees mijn vreugde in het hart van de Kerk.
De bedoeling van het leven, de bedoeling van de tijd, is te reiken naar de uiteindelijke overwinning, niet reeds het tenvolle realiseren in je leven. Want je dient ook de nederige weg van de Dienaar te volgen. Je zal wandelen in het duister van het geloof langs een geheime weg. Jouw glorie- mijn glorie in jou- bezit je in hoop. Je zal een man van verlangen zijn, een pelgrim die verdergaat met de vreugde van het vaderhuis dat hij in zijn hart voelt. Een arme man, rijk in liefde, in mijn liefde voor jou. Ik geef je mijn armoede: wees mijn liefde. Heb lief! Dit is de kern van het eeuwige leven. Het is reeds aanwezig omdat Ik aanwezig ben, in de mate van je geloof en je liefde. Top

Un chartreux. Vivre dans l'intimité du Christ I. Paris: Presses de la Renaissance, 2005, p19-20
Indien we kiezen om te leven in een kleine cel, onze contacten beperken met onze broeders en de wereld, is dit niet om een bekrompen bestaan te leiden, opgesloten in ons kleine ego. Integendeel, het is net om ons hart open te stellen op de dimensies van Christus' hart, opdat we de ganse mensheid in liefde zouden kunnen omhelzen, om de ganse wereld mee te dragen in ons gebed en lofprijzing. Net zoals een astronoom een van zijn ogen sluit om met zijn ander oog zich te fixeren op de nauwe opening van een grote telescoop, niet zozeer om te vermijden van datgene te zien wat zich onmiddellijk naast hem afspeelt, maar om zijn blik te kunnen werpen op de immensiteit van de sterrenhemel. Indien we ons bezinnen in ons hart, dan is dit niet om anderen buiten te sluiten, maar is dit juist om in voeling te komen met de grond van ons wezen voorbij mijn eigen individuele zelf om zo een opening te maken voor de goddelijke ruimte. Daar herontdekken we onszelf en onze broeder in die eeuwige liefde die de ultieme waarheid is voor ons allen. "Dat allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn...opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen." (Joh.17,21.26b) Dit zijn de dimensies van onze eenzaamheid. Hoe smaller onze cel, hoe ruimer onze blik dient te zijn. Top

Casel O.
Beeld Gods te zijn is het wezen van de mens maar tegelijk ook zijn opgave. Top

Casey Michael ,ocso, A guide to living in the truth: Saint Benedict's teaching on humility. Missouri:Liguori, 2001, p.53.
Doorheen verschillende eeuwen en in verschillende culturen en klimaten heeft het Benedictijns monachisme voldoende flexibiliteit gehad om zich aan te passen en te overleven. Dergelijke stabiel instituut vertoont gelijkenissen met een modern gebouw dat ontworpen is om bestand te zijn tegen aardbevingen. De meesten van ons veronderstellen dat de manier om zo'n gebouw te ontwerpen erin bestaat om alles heel sterk en stevig te maken met gebruik van veel gewapend beton. In feite bestaat het geheim erin om aardbevingen te doorstaan, gebouwen te hebben die mee bewegen met de bevingen van de aarde. In plaats van onwrikbaar de schokkingen te doorstaan, deint het gebouw mee met de trillingen. Wanneer het voorbij is, komt het gebouw onbeschadigd weer in zijn oorspronkelijke positie. De principes van het Benedictijnse leven zijn solied genoeg, maar er is volop ruimte voor verscheidenheid in uitdrukkingsvormen. Top

Casey Michael. Sacred Reading, The Ancien Art of Lectio Divina, Missouri: Liguori, 1996, p.100
Waar er leven is, is er groei. En met groei, is verandering onvermijdelijk.

Casey Michael The Undivided Heart. The Western Monastic Approach to Contemplation. Petersham, Massachusetts: St.Bede's Publications, 1994, p.205.
Het vereist een genereuse act van actieve onthechting om buiten het gebied van het bewuste te reiken om zo te komen tot het hart. Ascese brengt niets op, haar taak is om die alternatieve bezigheden en zorgen die het hart zouden kunnen verhinderen om opgericht te worden, naar de achtergrond te duwen. 'Contemplatie veronderstelt een edelmoedige en algehele inzet van zelf-controle.' (Merton) Enkel op die wijze kan gebed een uiting zijn van een zuivere en onbaatzuchtige liefde en niet enkel een subtiel omhulsel die een streven naar zelfgenoegzaamheid maskeert. Top

Casey Michael. Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed. Tielt: Lannoo, 2007, p.11-12
Plotselinge bekeringen komen wel voor, maar ik vermoed dat het plotselinge eerder schijn is dan werkelijkheid. Wat we over het algemeen te zien krijgen, is het hoogtepunt van een proces dat zich al jaren ondergronds heeft afgespeeld. Wat onszelf betreft, doen we er goed aan ons te realiseren dat onze reis naar God gelijkmatig over vele tientallen jaren wordt gespreid -doorgaans wordt ons immers een redelijk lange tijd hier op aarde vergund. Misschien lijkt het dat we op een willekeurig uur van een willekeurige dag niet veel vorderingen maken, maar dat is niet abnormaal. Een levenslange reis kan zich niet de luxe veroorloven alle beschikbare energie op een paar bevoorrechte momenten te verspillen. Evenmin als reizigers die op een klein schip de oceaan oversteken, zijn wij in staat de snelheid van onze vorderingen te peilen. Door de jaren heen drijven we voort op tij en stroming en worden we door golven geteisterd. Vaak is er geen land in zicht en blijven de hemelen gesloten voor onze ogen. Toch gaan we door. Alles hangt ervan af of wij standvastig onze koers houden, hoewel er op dat moment weinig is dat ons oordeel bevestigt. De waarheid wordt pas duidelijk als we aankomen: ondanks oponthoud en hier en daar een afdwaling, bewogen we ons per slot van rekening toch in de richting die we wilden inslaan. Top

Chouraqui André
Blijkbaar moet een mens eerst een affectief gemis in zich ontwaren om zo ook zijn verlangen naar het Oneindige te ontdekken. Top

Claudel Paul
God is het lijden niet komen wegnemen, Hij is het zelfs niet komen uitleggen, maar Hij heeft het gevuld met zijn aanwezigheid.

Coghe Jan. Een leven lang liefde. Taal tussen geboorte en dood, Tabor, Brugge, 1994.
Terwijl je weg bent
en mij enkel de leegte laat
vermoed ik onverwoord
dat je nog steeds bestaat...
Dat ik je nog kan horen,
en nog met je kan spreken...
want alle liefde die er was
kan zelfs de dood niet breken. Top

Colliander Tito .De weg der asceten. Inwijding in het geestelijk leven. Bonheiden: Monastieke Cahiers, 19787, p.83-84.
Waak over uzelf en wees bezonnen. Als u bemerkt dat u prikkelbaar en onverdraagzaam wordt, verlicht dan uw last een beetje. Als u een ander gauw wantrouwt of verwijten maakt of de les leest of aanmerkingen maakt, bent u op de verkeerde weg: hij die zichzelf verloochent, zal niet gauw anderen verwijten maken. Als u denkt dat u gehinderd wordt door mensen of door uiterlijke omstandigheden, hebt u uw opdracht niet goed begrepen; alles wat op het eerste gezicht ons lijkt te hinderen, wordt ons in werkelijkheid als een kans geschonken voor oefening in verdraagzaamheid, geduld en gehoorzaamheid. (...)
Ambrosius (°1812) raadt aan: Stel uzelf voor als een wiel: hoe lichter het wiel de aarde raakt, hoe gemakkelijker het rolt. Denk en spreek zo min mogelijk en bemoei u zo min mogelijk met aardse zaken. Maar denk er ook aan, dat een wiel dat helemaal in de lucht is, niet kan rollen. Top

de Cock Bernard
Ik vier vandaag (Hemelvaart) een feest waardoor me duidelijk wordt gemaakt dat ik mijn thuishaven hier nooit definitief zal vinden. Ik zal er mijn hele leven naar op weg zijn. Jezus is er na zijn trektocht aangekomen. Niet op een bepaalde plaats, wel bij Iemand. Alleen bij iemand kan men echt thuis zijn. 'Thuis zijn' is volmaakte liefde. Ik zal me hierin heel mijn leven moeten oefenen, met de hoop op mijn thuiskomst bij de Liefde zelf. Verwijlen, zomaar, van aangezicht tot aangezicht. Met allen in God zijn. Top

De Dijn Herman. De Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig. Leuven: Davidsfonds. 2009, p.61
Ondanks de totale verlatenheid, geen opstandigheid, maar overgave aan wie hij ondanks alles Vader blijft noemen. In hem leeft het besef dat hij de weg is gegaan die tegen alle menselijke verwachtingen in de weg van de Messias, de Christus, was. Toch lijkt die weg te eindigen in het niets. Is dat zo? Het is nu van geen belang meer: het is volbracht. Hier geen God die totaal transcendent, totaal vreemd is aan het menselijke. Geen God die de mens oproept zo schrander, zo sterk, zo onthecht te zijn dat we de dood niet meer vrezen, dat angst, eenzaamheid, zinloosheid ons niet meer raken. In Christus heeft God het menselijke van binnenuit doorleefd en is hij voor ons die schrikwekkende zones binnengetrokken. De herder is een lam geworden dat ter wille van anderen de slachtbank niet is ontvlucht, hoewel dat perfect mogelijk was. Door de kruisdood te sterven, zal Jezus kunnen beloven: ik zal altijd bij u zijn, vooral bij elkeen die onschuldig, totaal onbeschermd, in de handen van nietsontziende machtigen valt, die moederziel alleen het einde tegemoet gaat. Top

de Mello Anthony. Bronnen van leven. Tielt: Lannoo, 1993, p.15
Slechts als ik de kunst van het braak liggen leer, zal mijn leven vrucht dragen. Top

Antoine de Saint-Exupéry
Als je een schip wilt bouwen, leer de mensen dan verlangen naar de zee.Top

de Wit Han F.De verborgen bloei. Over de psychologische achtergronden van spiritualiteit. Lamen: Kok Agora, 1993
Ook de Boeddha ervoer pijn. Maar het lijden onder pijn is getransformeerd in medelijden met pijn; zowel wat voor onze 'eigen' pijn, als die van anderen betreft. We hebben nu de ruimte om op lijden te reageren niet vanuit angst en agressie maar vanuit moed en mededogen. Zo gaan we dan steeds meer leven vanuit onze humaniteit, vanuit onze diepste wens dat alle mensen gelukkig zijn en vrij van lijden mogen zijn. Die vorm van leven gaat verder dan het soort van geluk, waar veel mensen (inclusief sommige psychotherapeuten) naar streven, namelijk geluk als egobevrediging. In boeddhistische zin is geluk een staat van zijn die voorbij teleurstelling en bevrediging is. Geluk is de smaak van onbevreesd handelen zelf, zowel ten opzichte van lijden en verdriet, als tegenover welzijn en vreugde. Hoe meer we onbevreesd mededogen cultiveren, hoe beter we in staat zijn ook met pijnlijke en verworden situaties om te gaan. En dat vermogen wordt als een diep geluk ervaren. Misschien zouden we zelfs kunnen zeggen dat dit geluk het gevoel is werkelijk te leven. Top

Deblauwe Veerle. De Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig. Leuven: Davidsfonds. 2009, p.50
'Men vertelle het voort...!' Ik moet het kwijt. De regen houdt op. De zon breekt door de wolken. Straks zie ik een vriend. Dit menselijk staaltje van altruïsme verdient geen stilzwijgen. Twee kerels komen onmerkbaar dichterbij. Centraal- en Noord-Afrika, een zeldzame combinatie. In gedachten verzonken, schrik ik op. 'Excusez-nous, mademoiselle, vous avez 50 cent pour téléponer? Er flitst vanalles door mijn hoofd. Onzeker zet ik een stap achteruit. Voor ik het goed en wel besef, klinkt het 'Non'. Ik draai me om en snel de andere richting uit. Met mijn ogen naar de grond. Wat heeft mij bezield? Simon? Of richt ik me beter tot jouw naamgenoot? Top

Depoortere Kris. Wie is die Jezus? Tielt: Lannoo, 1996, p.168
'Hij leeft' betekent dat Jezus terecht alles heeft ingezet op vertrouwen in God en op liefde voor de mensen, ondanks zoveel factoren die uitnodigden tot het tegendeel, tot twijfel en tot haat. Zo'n zelfvergeten liefde ontwikkelt een immense bevrijdende energie. Ze overschrijdt grenzen tussen mensen. Ze draagt alles van anderen, hun leed, hun schuld. Omdat Jezus volkomen onschuldig was, omdat Hij gestorven is, puur uit liefde voor anderen, is de ultieme macht van haat, geweld, lijden en dood gebroken. 'Jezus heeft de dood gedood', horen we in de liturgie van Pasen. In de verrijzenis van Jezus toont God dat hij niet schaakmat wordt gezet door een menselijk 'neen'. In de verrijzenis van Christus toont zich de overmacht van Gods liefde. Top

Desmet Marc . Kerk en Leven, 2002, 10, p.9 .
De ervaring leert alvast dat veel mensen toch existentieel vasten. Ze vasten vaak zonder daarvoor gekozen te hebben. Een beetje zoals de joden in de woestijn: het leven heeft hen naar het vasten geleid. Is halfweg een weg van schraalheid zijn niet de ervaring van veel mensen? Ik denk aan het vasten en de schraalheid van christenen die er bewust willen voor gaan, maar geen levende gemeenschap vinden. Of die zo sterk voelen hoe sterk ze tegen de stroom van de samenleving ingaan. Ik denk aan periodes van vasten en schraalheid in een stel, religieuze gemeenschap, in een vriendschap. Of aan het vasten en de schraalheid van chronisch ziek zijn, van werkloos zijn.
Ik heb het hier nog niet over het diepste lijden, om de Goede Vrijdag en de zwarte nacht van ons leven, maar om een gemis, een ontberen: gevoelsarmoede, gedachtenarmoede, het missen van enthousiasme. Vasten is moeten voortkunnen met weinig, met een 'bestaansminimum': een summier SMS-berichtje en geen lange babbel, een ideetje en geen vue, een handdrukje en geen omhelzing, werkvoetbal zonder spirit, werkgeloof zonder Geestdrift. Top

Diadochus, bisschop van Photikè,Honderd hoofdstukken over de kennis, nr.26. Uit: Evagrius en Diadocus. In geest en Waarheid. Reeks: Levensbronnen.Brugge: Desclée De Brouwer, 1965, p.100
De strijders moeten hun verstand altijd vrij van deiningen bewaren om in staat te zijn de gedachten die erin binnenkomen, op hun waarde te toetsen. (...) Immers, als de zee zo vlak als een spiegel is, kunnen de vissers tot op de bodem haar bewegingen gadeslaan, zodat vrijwel geen van de levende wezens die daar hun wegen gaan, aan hun blikken ontsnapt. Maar zodra de zee door winden wordt opgejaagd, verbergt zij door die akelige beroering al wat zij eerst zo goed was in de glimlach van haar vlakke spiegel te laten zijn. Wij zien dan ook dat in dit geval de ambachtskunst van hen, die de listen der visvangst beoefenen, niets uithaalt. Ook de contemplatief zal dit ongetwijfeld ondervinden, vooral wanneer hj diep in zijn ziel in beroering is geraakt vanwege een ongerechtvaardigde toorn. Top

Dionysius de Areopagiet
Wij bidden om in deze duisternis te mogen binnentreden die alle licht te boven gaat, om, juist door niet te zien en niet te kennen, toch Hem kennend te zien die boven alle zien en kennen uitstijgt. Top

Dionysius de Areopagiet
Voor het onbegrijpelijke geheim van het goddelijke kan de naar God zoekende mens zich slechts door middel van 'de stralende duisternis' openen. Top

Dorotheos van Gaza. Onderrichtingen, nr.78. Geestelijke werken. Reeks: Monastieke cahiers, nr. 30. Bonheiden: Abdij Behtlehem, 1986, p.92-93
Stel dat er een cirkel op de grond is getrokken. Denk dat deze cirkel de wereld is, het middelpunt van de cirkel God, en dat de stralen van de omtrek naar het midden de wegen of levenswijzen van de mensen zijn. Naarmate de heiligen naar het midden gaan, in hun verlangen tot God te naderen, komen zij als langs een toegangsweg dichter tot God en tot elkaar. Hoe meer zij God naderen, hoe meer zij ook elkaar naderen; en hoe meer zij elkaar naderen, hoe meer zij God naderen. Dat moet u ook denken in omgekeerde richting. Wanneer men zich van God afwendt, keert men zich naar de buitenkant: het is duidelijk dat, hoe meer men zich van God verwijdert, hoe verder men zich van elkaar verwijdert, en hoe meer men zich van elkaar verwijdert, hoe verder men zich van God verwijdert.
Zie, dat is de aard van de liefde. Zo lang wij ons aan de buitenkant bevinden en God niet liefhebben, zolang heeft ieder van ons een afstand tot zijn naaste. Maar als wij God liefhebben, verenigen we ons, zoveel als we God naderen door onze liefde tot Hem, ook in liefde met onze naaste; en zoveel als wij ons met onze naaste verenigen, verenigen we ons met God. Top

Dupré Louis. Terugkeer naar innerlijkheid. DNB, 1976,p.112-113
Uiteindelijk is de boodschap van de mystiek betreffende het zelf deze: het zelf is essentieel meer dan een zelf; transcendentie behoort wezenlijk tot het zelf. Wanneer het zelf faalt in het onderkennen van deze transcendentie, dan wordt het gereduceerd tot minder dan een zelf. Tijdens de laatste eeuwen heeft onze cultuur zich voor deze boodschap niet echt ontvankelijk getoond. Meestal heeft ze het zelf, het ik, verengd, gereduceerd tot een functie van gewone, elementaire ervaringen. Voor deze 'reductie' betalen we een hoge prijs: de-humanisering en een algemeen gevoel van on-vervuld zijn.
Beroofd van zijn transcendente dimensie wordt het zelf beroofd van de levensruimte die het nodig heeft om zichzelf te verwezenlijken. De echte vrijheid komt in het gedrang en de echte mogelijkheden om nog een zin te geven aan wat buiten de ervaring ligt, wordt uitgesloten. Top

Eliot T.S., Four Quartets. Antwerpen:DNB, 1983,p.88-89
Liefde is zichzelf het meest nabij
Wanneer hier en nu niet langer belang hebben.
Oude mensen zouden ontdekkingsreizigers moeten zijn.
Hier of daar hebben geen belang
We moeten roerloos zijn en toch blijven bewegen
Naar een andere intensiteit toe
Voor een diepere eenheid, een inniger vereniging
Door de duistere koude en de lege verlatenheid,
De kreet van de golf, van de wind, de wijde wateren.
Van de stormvogel en de bruinvis.
In mijn einde is mijn aanvang. Top

Eliot T.S..Four Quartets. Antwerpen:DNB, 1983,p152-153
We zullen niet ophouden met ontdekken
En het einde van alle ontdekking
Zal zijn aan tekomen waar we vertrokken
En de plaats te kennen voor de eerste keer.
Door de ongekende, herinnerde poort
Wanneer het laatste wat op aarde te ontdekken blijft
Dat is wat de aanvang was;
Aan de bron van de langste rivier
De stem van de verborgen waterval
En de kinderen in de appelboom
Niet geweten, want niet gezocht
Maar gehoord, half gehoord, in de stilte
Tussen twee golven van de zee.
Vlug nu, hier nu, altijd-
Een houding van volstrekte eenvoud
(Die niet minder dan alles kost)
En alles komt terecht en
Alle dingen worden goed
Wanneer de vlammende tongen naar binnen zijn gevouwen
In de gekroonde knoop van vuur
En het vuur en de roos één zijn.

Epictetus
Wens niet dat wat er gebeurt, gebeurt zoals jij het wilt, maar wens dat het gebeurt zoals het moet gebeuren. En je zult vrede vinden. Top

Erikson Erik
Het karakter van een mens openbaart zich in de mentale en morele houding die hem, toen hij die kreeg, het diepst en het meest het gevoel gaf actief en levend te zijn. Op zulke ogenblikken is er een innerlijke stem die zegt: 'Dit is mijn ware ik!'
Zo'n element bevat altijd een element van actieve spanning, van mezelf als het ware vasthouden, en van vertrouwen dat de dingen om me heen hun rol zo zullen spelen dat een volledige harmonie ontstaat, maar zonder enige garantie dat zij dit zullen doen. Wanneer men zich op een garantie vastlegt, vindt mijn bewustzijn de houding onmiddellijk star en zonder impuls. Laat men de garantie varen, dan voel ik-vooropgesteld dat ik überhaupt in goede conditie ben - een soort diep enthousiast gevoelen van gelukzaligheid, van bittere ernst om alles te doen en te doorstaan... dat zich hoewel slechts een stemming of een emotie is die ik niet in woorden vorm kan geven, zich aan mij bevestigt als het diepste beginsel dat ten grondslag ligt aan al mijn praktische en theoretische beslissingen.

Evagrius
Een monnik is een mens die zich van alles heeft afgescheiden en zich toch met alles verbonden voelt. Een monnik weet zich één met alle mensen, want hij vindt zichzelf voortdurend in ieder mens. Top

Fortmann Han
Wanneer de vensters van onze waarneming zouden worden schoongemaakt, dan zou ieder ding voor de mens weer verschijnen zoals het werkelijk is, namelijk oneindig.Top

Freeman Laurence. Christ.med.newsletter, March 2006, vol.30, nr.1
We grijpen gemakkelijk naar onze ingebeelde bevrijders, niet bewust dat geen enkele verlosser zal toelaten dan men zich aan hem vastklampt: "Hou me niet vast... Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader." (Joh.20,17) De ware genezer laat relatie toe, maar zal niet toelaten dat deze relatie verslavend werkt. Door de eerste christenen werd Jezus gezien als een genezer van de menselijke ziel eerder dan een stichter van een nieuwe religie. Zijn diepere betekenis en alle betekenislagen die werden geopend door zijn vraag "Wie zeg jij dat Ik ben?" zijn te vinden in de vrijheid die hij bood aan al degenen die leerden van zijn zachtmoedigheid en nederigheid. Dit was vooral mogelijk voor hen die het lichte juk van zijn vriendschap aanvaardden.
Deze vrijheid opgeven in ruil voor een of andere vorm van afhankelijkheid, is er niet in slagen om Hem te herkennen. Top

Frère Roger van Taizé. Zijn liefde is een vuur. Averbode: Altiora, 1993, p;.26-27.
Als er een christelijke 'ascese' bestaat, dan baseert deze zich noch op wilskracht, noch op onthoudingen. Ze is niet een doel op zich, maar een middel om antwoord te geven op een liefde.
Het is goed om op vaste tijden van de dag te bidden, maar dan alleen uit liefde, en niet omdat God ons ertoe verplicht: God dwingt ons hart niet.
Het is niet nodig ons hoofd te breken over de vraag welke beperkingen we ons moeten opleggen. Het is veel beter eenvoudig datgene te volbrengen wat hier en nu van ons gevraagd wordt. Ons hart kan soms eerder de voorkeur geven aan bepaalde idealistische eisen, dan geduldig de uitgestippelde weg te volgen.
Er zijn dagen dat het ons zwaar valt vol te houden, maar zonder volharding verliest onze inzet aan kracht. Laten we in uren van dorheid trouw volhouden, meer nog dan in dagen waarin het geloof spontaan tot gebed leidt. Laten we denken aan de uren die vol waren van een Aanwezigheid.
Het enige middel tegen formalisme en sleur ligt in het trouw blijven aan een eenmaal genomen besluit. Daardoor zullen vurigheid en aanbidding weer opleven.
Ontvang elke dagaraad als een nieuwe dag, om weer met bezieling te beginnen. In ieder van ons maakt God alles nieuw. Het allerbelangrijkste is om vandaag als een dag van God te beleven. Morgen zal een ander 'vandaag' zijn.
In het hier en nu jezelf ontplooien. Alls je je vastklampt aan morgen, bezwaar je vandaag met een hypotheek. Top

Gandhi Mahatma. Wij zijn allen broeders. Drachten: Laverman, 1969, p.57.
Indien ik op weg ben naar God -ik voel dat het zo is- ben ik veilig. Want ik voel de warme zonneschijn van Zijn aanwezigheid. Ik weet dat mijn soberheid, mijn vasten en gebeden geen waarde hebben indien ik erop vertrouw, dat ze mij zullen hervormen. Maar ze hebben een onschatbare waarde indien ze het hunkeren van een ziel, die er naar streeft zijn moede hoofd in de schoot van de Schepper te leggen, uitdrukken, zoals ik hoop dat het geval is. Top

Gelaude Kris , Uitgeverij Muurkranten
Een leven breekt af zoals een blad dat valt
En God raapt het op.Top

Gerhardt Ida. Verzamelde Gedichten. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1980, p.41
SPREUK BIJ HET WERK
Als ik nu in dit land
maar wat alleen mag blijven,
dan zal de waterkant
het boek wel voor mij schrijven...
  Dit is wat ik behoef
  en hiertoe moest ik komen,
  het simpele vertoef
  bij dit gestadig stromen.
Het water gaat voorbij,
wiss'lend gelijk gebleven,-
het heeft stilaan in mij
een nieuw begin geschreven.
  Ik weet met zekerheid,
  hier vind ik vroeg of later
  het woord dat mij bevrijdt
  en levend is als water. Top

Gerhardt Ida. De hovenier.Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, p.36)
Haar vriendschap zonder aandrang of verraad
naderden mens en dier in vrije staat.
Haar hart was als haar kamer: waar de vogel,
de schuwe, in en uit het venster gaat. Top

Gerhardt Ida. De slechtvalk. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, p.57
STEM VAN DE HERFSTREGEN
Wees niet bevreesd wanneer de vlagen gaan
  rondom uw huis -het is uw aards verblijf.
Wees niet bevreesd als ziekte u komt slaan-
 uw lichaam was altijd een aards verblijf.
Zonder bekommernis laat u ontgaan
  roem, eer en staat; zij zijn een aards bedrijf.
Maar wees bevreesd wanneer de tranen gaan,
 de bevende, om wat is aangedaan
           door u.
De liefde is uw eeuwige verblijf. Top

Geysels Luc. Tot leven gewekt. Verrijzenisgeloof bijbels beleden. Tielt: Lannoo,1996, p.106-108
De Verrezene blijft in de grond stééds onherkenbaar, ook wanneer de leerlingen straks, bij het houtskoolvuur, wel beseffen wie ze bij ze hebben. Dat ze het aanvankelijk niet beseffen, kan voor de christenen een troost zijn: het besef van de aanwezgheid van de Heer is soms het einde van een lange weg, van een moeizaam rijpingsproces.
Tot dit proces behoort de confrontatie met de pijnlijke maar heilzame vraag van Jezus: 'Hebben jullie niets om te eten?' Een beslissende vraag ook, die vroeg of laat de mens uiteindelijk zichzelf moet stellen, en waarop hij het antwoord niet uit de weg mag gaan. Met de leerlingen dient hij tegenover zichzelf toe te geven dat hij van datgene waar voor hij een hele nacht gewerkt heeft, niet kan leven. Het is niet gemakkelijk om de façade waarachter je voor jezelf en de buitenwereld hebt verborgen, te doorbreken, en om te bekennen dat het bestaan dat je aan het leiden was, geen echt leven is, dat het je uiteindelijk hongerig en leeg achterlaat. En dit kan ook gelden van een bestaan waarin je jarenlang je 'geestelijk leven' hebt verzorgd en je kerkelijk hebt geëngageerd. Het is denkbaar, ja normaal, dat de Jezus over wie je jarenlang beroepshalve, maar daarom niet minder met overtuiging, hebt gesproken, in de grond voor jou een vreemde is gebleven. We moeten de moed die de leerlingen hebben om dat te bekennen, bewonderen. Gelukkig werd het hun mogelijk gemaakt dordat ze zich door de vreemdeling op de oever ten diepste aanvaard weten.
Vaak moeten we door de ervaring van vreugdeloosheid en (schijnbare?) onvruchtbaarheid van ons bestaan heen om de vreugde en vruchtbaarheid ervan nieuw te beleven. Vanaf de oever, vanuit de nieuwe wereld der verrijzenis, wordt álles nieuw en kan op alles wat we doen het morgenlicht van Pasen vallen. Dit betekent dus niet noodzakelijk dat alles wat we voorheen deden verkeerd was, dat we iets heel anders moeten gaan aanpakken. (...)
Niet wat ze voorheen deden was verkeerd, wel datgene wat hen daarbij bezielde: hun werk kwam niet uit hun eigen bron, uit hun diepste zelf. Wat ze nú doen komt van binnen uit, het is zelfverwerkelijking, of, uitgedrukt in de taal van Johannes: "Alleen wie met Mij verbonden blijft, draagt veel vrucht, want los van Mij kunnen jullie niets". (Joh.15,5) Wat eerst zinloos en uitzichloos was, wordt door de oproep vanaf de oever veranderd in een een volheid van zin en leven, verzinnebeeld door de overvloed aan vissen waarmee het net zich gevuld heeft. Top

Gilbert van Hoyland preek 37,5. Uit: Gilbert of Hoyland, Sermons on the Song of Songs,III. Transl.by L.Braceland. Cistercian Fathers Series: Nr.26. Kalamazoo, Michigan: Cistercian Publications, 1979, p.450.
Je zult de bron van je hart diep en ruim maken als je de aardse zorgen wegneemt, als je een plaats in je geest bereidt voor spirituele vreugde, als je je mond opent om de geest binnen te laten en als stromen van levend water in je hart kunnen vloeien. Top

Gilbert van Hoyland Verhandeling 2,5. Uit: Gilbert of Hoyland IV. Transl.by L.Braceland. Cistercian Fathers Series: Nr.34. Kalamazoo, Michigan: Cistercian Publications, 1981, p.20.
Kom en verruim onze harten met de kalme, zachte stroom van je goedheid, o Heer,
want ik volg de weg van je geboden sinds je mijn hart hebt verlicht (Ps.119,32)
en sinds je de hemel spant als een tentkleed (Ps.104,21).
Strek nu zacht het zeil van mijn hart dat oud en verschrompeld is geworden door het niet te gebruiken.
Strijk glad de rimpels, haal de schuilplaatsen te voorschijn, vergroot de capaciteit,
zodat ik onbeperkt naar jou mag hunkeren, onbeperkt jou kan bevatten
en dat dit heilig verlangen nog een groter vermogen tot ontvangen geeft. Top

Gregorius de Grote. Moralia in Job. 23:47. CC(SL) CXLIIIB. Turnhout: Brepols, 1985, p.1179-1180
Het huidige leven is slechts een weg die ons naar ons vaderland leidt. Daarom worden we door een geheim oordeel onderworpen aan veelvuldige verstoringen, zodat we de weg niet méér zouden liefhebben dan onze bestemming. Sommige reizigers proberen, telkens als ze mooie velden zien langs de weg, wat te dralen en zodoende dwalen ze af van de uitgestippelde route. Zolang ze worden bekoord door de schoonheid van de reis, vertraagt hun stap. Daarom is het dat de Heer het pad door deze wereld oneffen maakt voor zijn uitverkorenen die op weg zijn naar Hem. Dat is zo opdat niemand behagen zou scheppen in de rust van deze wereld of verkwikking zou vinden in de schoonheid van de reis, en zodoende er de voorkeur aan zou geven de reis nog lang voort te zetten, liever dan snel aan te komen. Dit is ook om te voorkomen dat degene die opgaat in de reis zou vergeten dat het zijn vaderland was dat zijn verlangen had gewekt. Top

Grün Anselm. Kerstmis. Een nieuw begin vieren. Averbode/Kok Kampen, 1999, p.22-23
Woestijn betekent zinloosheid, gebrek aan contact, verdorring. (...) De woestijn is de plaats waar we onverbiddellijk geconfronteerd worden met onszelf en met onze negatieve facetten.
In deze woestijn van ons hart mogen we de Heer een weg bereiden. Om een weg te kunnen banen voor de Heer moeten we ons eerst in onze eigen woestijn wagen. We moeten wat verdrongen, onderdrukt en duister is in onszelf onder ogen zien en voor God brengen. Juist daar wil God ons ontmoeten, niet in de prachtige straten van Babylon, niet in de straten van ons succes en onze prestaties. (...) Maar God wil ons ontmoeten in onze woestijn, om met ons het feest te vieren van de verlossing, om één te worden met ons en alles in ons te veranderen. (...) Midden in onze woestijn zal water opwellen, maar de woestijn zal blijven. Rond deze bron van water zullen we altijd onze eigen woestijn aantreffen en geconfronteerd worden met onze innerlijke leegte. Maar de advent belooft ons dat we in onze woestijn een bron zullen vinden waaruit we kunnen drinken. Deze bron volstaat om de woestijn te bevruchten. Top

Grün Anselm.Dromen zijn géén bedrog. Gent: Carmelitana, 1998, p.79-80.
Als je levend wilt blijven, moet je steeds opnieuw veranderen. Wat niet verandert, verstart. C.G.Jung meende eens dat de grote vijand van de verandering een geslaagd leven is. Wat dan denk je dat alles toch al in orde is. Je hoeft niet te veranderen. En dan blijf je innerlijk en uiterlijk stilstaan. Zulke mensen herhalen voortdurend dezelfde uitdrukkingen die ze al 20 jaar geleden gebruikten. Ze mikken op dezelfde oplossingen die altijd al hebben gewerkt. Ze worden saai. Je hebt weinig zin om met ze te praten. Hun praten en denken is verschaald, net zoals koude koffie die niet meer smaakt. (...) Je angst is goed. Daardoor zie je vaak dat je er een verkeerde vooronderstelling over je leven op na houdt. Misschien denk je dat je alles volmaakt moet doen, dat je geen fouten mag maken. Dan laat je angst zien, dat je jezelf met zo'n levensopvatting schade berokkent. En Hij nodigt je uit een meer menselijke weg te gaan, waarop je kunt leven. Je woede is goed. Als je hem toelaat en onder ogen ziet, als je hem grondig onderzoekt, kan je woede veranderen in nieuwe vitaliteit. Dan laat je woede je misschien zien, dat je jezelf tot nu toe misschien alleen maar naar anderen hebt gericht. Nu wil je eindelijk zelf leven. Zo kan je woede in nieuwe levensenergie veranderen. Top

Grün Anselm. Kom naar de bron. Geestelijke wegen om machteloosheid de baas te worden en eigen waarde te ontwikkelen. Tielt: Lannoo, 1996, p.76
In mij is een bron die nooit opdroogt, de bron van de H.Geest. Om die gewaar te worden kan ik mij voorstellen hoe ik bij het uitademen door de puinlaag heendring, die zich over de bron heeft verspreid, tot ik op de bodem van mijn ziel iets van deze zuivere bron bespeur, die de troebele wateren van mijn duistere gevoelens verdrijft en mij innerlijk verfrist. Top

Grün Anselm. Met hart en zinen. Een dagboek van wijsheid en geloof. Tielt: Lannoo, 2000, 15 feb
We wenden ons toe naar de zielengrond, de plaats waar God in ons geboren wordt, waar we werkelijk ons zelf zijn. Tauler is van mening dat we niet uit eigen kracht bij deze zielengrond kunnen komen, maar dat we God aan ons laten werken. En hij legt de gelijkenis van de verloren drachme (Lc.15,8-10) zo uit dat God in ons huis binnendringt en begint met alles wat we als meubilering van ons ik tot stand hebben gebracht, door elkaar te gooien, om tussen alle bezittingen die we door ons werken aan ons zelf hebben vergaard, te zoeken naar de drachme, naar ons ware zelf. God moet dus eerst de stoffering van ons ik, die we moeizaam met psychologische methoden tot stand hebben gebracht, dus onze ik-sterkte, ons rolgedrag, onze zelfzekerheid, ons zelfvertrouwen, omver werpen, zodat we op de drachme stuiten, het waardevolste dat we in ons hebben. Top

Guigo I, Prior of the Charterhouse. The Meditations of Guigo I.Cistercian Studies Series: 155. Michigan: Kalamazoo, 1995, M.366, p.152
Stel aan het zonlicht een bal bloot, gemaakt van klei en een ander van was. Niettegenstaande er maar één zon is, heeft dit niet hetzelfde effect op beiden: het heeft een verschillende uitwerking op elk, afhankelijk van hun innerlijke toestand -de ene wordt gehard, de tweede komt vloeibaar. En het kan evenmin deze vloeibaar maken die gemaakt is van aarde , of deze hard maken die gemaakt is van was.
Zo ook roept het uiterlijk van een metaal, neem nu bijvoorbeeld goud, verschillende reacties op bij de mensen, afhankelijk van hun innerlijke gesteltenis. De ene persoon voelt zich aangespoord om het te dragen, de ander om het te stelen, nog een ander om het weg te geven aan de armen. Een dwaas beweert dat degene die het bezit gelukkig is; een wijze is wat bedroefd voor degene die ervan houdt. Het kan zowel kwade gedachten opwekken in een goede geest, als goede gedachten in een slechte geest; maar het voordoen van dit of andere materiële zaken, of wat hen veroorzaakt, beïnvloedt de menselijke geest volledig in verhouding tot de innerlijke gesteltenis van deze geesten. Bijgevolg,de enige reden van onze zonde is te zoeken bij ons, en niet zozeer bij de dingen waardoor wij zondigen. Uiteindelijk doen ze niets anders dan ons te testen: zij openbaren ons van hoe wij van binnen zijn. Top

Hadewijch
Wanneer de ziel alleen staat in oeverloze eeuwigheid, wijd geworden, gered door de eenheid die haar opneemt, dan wordt haar iets eenvoudigs onthuld, het onuitsprekelijke, het reine en naakte niets. Top

Haers Jacques s.j. Het avontuur van de traditie. Averbode: 1999, p.19-20
Wanneer christenen over geloof spreken dan hebben ze het over het geloof tot leven waartoe ze in zeer concrete situaties worden uitgedaagd. Concrete geschiedenis ligt in het hart van het christelijke geloven: het gaat christenen om de vraag naar het volle leven, naar het volle menszijn, als belofte en toekomst voor dit concrete leven, voor dit concrete menszijn, als voltooiing ervan, nu reeds aangezet, ook al erkennen ze dat deze volheid, of voltooiing, voor hen steeds een gift zal zijn, een onverdiend geschenk dat ze zichzelf niet kunnen schenken.
Deze aandacht voor de concrete geschiedenis wordt bij christenen geboren in de geloofsovertuiging dat God een God is die zich het lot van mensen aantrekt, met hen geschiedenis schrijft en deel wordt van hun geschiedenis. Christenen zijn daar zeer radicaal in. (…) Menswording: Het houdt niet alleen een referentie in naar het feit dat in Jezus van Nazaret, God onder mensen is komen wonen. Het drukt ook uit dat het God te doen is om het mensworden van mensen- of algemener, vanuit een holistisch standpunt, dat het God te doen is om een schepping die ten volle zichzelf wordt. God wordt mens, wil zeggen dat Hij concreet doet wat mensen doen: mens worden. Tussen God en mensen, tussen Schepper en schepping bestaat bij alle verschil een intieme lotsverbondenheid die kruipt tot in de kleinste uithoeken van concrete historische gebeurtenissen. Top

Hammarsjköld Dag, uit: Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.158
De seizoenen wisselden
en het licht
en het weer
en het uur.
Maar dit is hetzelfde land.
En ik begin de kaart te kennen
en de windstreken. Top

Hammarsjköld Dag Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.22
Stilte is de ruimte rond iedere handeling en rond ieder samenleven als mensen. Vriendschap vraagt geen woorden -het is een eenzaamheid, bevrijd van de angst der eenzaamheid. Top

Hammarsjköld Dag. Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.49,63
De langste reis is de reis naar binnen.
Nederigheid tegenover de bloem aan de boomgrens opent de weg die bergopwaarts voert. Top

Hammarsjköld Dag. Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.117
Je bent niet de olie, niet de lucht -je bent slechts het verbrandingspunt, het brandpunt, waarin het licht geboren wordt. Je bent niets dan de lens in de lichtstroom. Je kunt ontvangen, geven en bezitten -zoals de lens het licht ontvangt, geeft en bezit, meer niet. Zoek je jezelf 'in je eigen recht', dan verhinder je de ontmoeting van olie en lucht in de vlam, beroof je de lens van haar doorschijnendheid. Heiligheid -licht zijn of in het licht zijn, zelf niets meer zijn, zodat het licht geboren kan worden, zelf niets meer zijn, zodat het geconcentreerd en verspreid kan worden.
Je zult het leven kennen en door het leven erkend worden, naar de maat van je doorschijnendheid -d.i. naar de maat van je vermogen om te verdwijnen als doel en alleen middel te blijven. Top

Heschel Abraham Joshua. In het licht van zijn aangezicht. De betekenis van het gebed in de joodse gedachtenwereld. Utrecht: Bijleveld, p.16-17)
Als een boom die uit de aarde wordt gerukt, als een rivier die wordt afgesneden van zijn bron, zo verdort de menselijke ziel wanneer zij wordt losgemaakt van wat groter is dan zij. (...)Bidden is reiken naar het uiterste. Als we God uit het oog verliezen, zijn we als de afgebroken sporten van een kapotte ladder. Bidden is een ladder worden, waarlangs gedachten kunnen opklimmen naar God om zich te voegen in de ongeziene stroom die overal in de wereld naar Hem opstijgt. We stappen, als we bidden, niet uit de wereld; we zien de wereld alleen in een ander perspectief. We ontdekken dat we niet de as zijn van het wiel, maar de spaken. In het gebed verschuift het zwaartepunt van ons leven van zelf-bewustzijn naar zelf-overgave. God is het middelpunt waar alle krachten heenwijzen. Hij is de bron en wij zijn de uitstroming van Zijn kracht, de eb en vloed van Zijn getijden.(...) In de oceaan van de ziel is het gebed als de Golfstroom: het verwarmt alles wat koud is en smelt alles wat hard is in ons leven. Want zelfs trouw kan bevriezen tot onverschilligheid, als we het contact verliezen met de stroom die ons de kracht brengt om trouw te zijn. Hoe vaak verwordt gerechtigheid niet tot wreedheid en rechtvaardigheid tot huichelarij? Het gebed bewaart de herinneringen aan de kostbare momenten uit het verleden, waarin de dingen doorgloeid waren van zin en zegen, en brengt ze weer tot leven.Top

Hesychius van Batos, tweede centurie, n°6. Uit: Filokalia. De waakzaamheid van het hart. Bonheiden: Monastieke Cahiers, 1982, nr.22, p.137
Wie gedurig naar de zon staart, krijgt een afglans van haar licht in zijn ogen. Zo ook: wie steeds dieper doordringt in de sfeer van zijn hart, ontvangt eens de verlichting. Top

Hillesum Etty. Etty: De nagelaten geschriften van Etty Hillesum, 1941-1943. Amsterdam: Balans, 1986, p.557
Men moet met zichzelf leven als leefde men met een heel volk van mensen. En in zichzelf leert men dan alle goede en kwade eigenschappen der mensheid kennen. En men moet zichzelf eerst z'n slechte eigenschappen leren vergeven, wil men anderen kunnen vergeven. Dit is misschien nog het moeilijkste te leren voor een mens.

Hillesum Etty
Alles is toeval of niets is toeval. Wanneer ik het eerste geloofde, zou ik niet kunnen leven, maar van het laatste ben ik nog niet overtuigd. Top

Ide Pascal. Mieux se connaître pour mieux s'aimer. Fayard, 1998, p.68
De ware vrede komt op de tweede plaats: iemand als een Thomas Van Aquino merkte op dat de vrede de vrucht (effect) is van de liefde en niet andersom. Dit te vergeten zou een terugplooien op zichzelf betekenen, een zich opsluiten in zijn narcisme. Een plant groeit slechts door zijn bladeren te richten naar het licht.
De vrede is dus een toemaat: ze is een gevolg en niet de act zelf. Top

Isaac van Stella, Sermo 1,5. Uit: Isaac of Stella. Sermons of the Christian Year. Vol.I. Transl.byH.McCaffery, intr.by B.McGinn. Cistercian Fathers Series:Nr.11. Kalamazoo, Michigan:Cistercian Publications, 1979, p.4
Broeder, richt je op en volg Jezus.
Hij is afgedaald in jou, opdat jij,
achter Hem en door Hem,
jezelf zou verheffen in jezelf,
tot boven jezelf,
tot bij Hem. Top

Jäger Willigis. Eeuwigheid in het nu. Woorden voor elke dag. Rotterdam: Asoka, 2005, p.293
De mens lijkt op de bruid van die jongeman die ver van zijn geliefde zijn werk had, maar haar brieven schreef en beloofde met haar te trouwen zodra hij naar huis kwam. Op een dag schreef zijn bruid hem dat ze met de postbode ging trouwen. Wij mensen zijn met de postbode getrouwd -ons verstand. Maar deze brengt ons slechts de boodschap dat iemand anders op ons wacht met wie we ons moeten verenigen. Top

Jäger Willigis. Elke golf is de zee. Mystieke spiritualiteit. Rotterdam: Asoka, 2005, p.35-36.
Het loslaten van bestaande leefgewoonten en bindingen vormt de eerste stap op de spirituele weg. Het is echter geen ascese omwille van de ascese, maar een vrij worden van conditioneringen. Deze stap is onoverkomelijk; maar net zo onoverkomelijk is de terugkeer in de wereld -waarbij de wereld dan echter op een heel nieuwe, andere wijze wordt ervaren. Ook hierbij zou ik een kort verhaal willen vertellen. Een man hakte hout aan de rand van het bos en verdiende daarmee zijn levensonderhoud. Toen een kluizenaar voorbij kwam, vroeg hij hem om een wijze raad. De kluizenaar zei: 'Ga dieper het bos in!' Toen nam de man zijn bijl en ging dieper het bos in. Daar vond hij mooie bomen, hij velde ze en verkocht ze voor veel geld. Zo werd hij welgesteld. Maar op een dag herinnerde hij zich de woorden van de kluizenaar: 'Ga dieper het bos in!' En zo ging hij opnieuw op weg en vond een zilvermijn. Hij ontgon de mijn en werd zeer rijk. Jaren later schoten hem opnieuw de woorden van de kluizenaar te binnen: 'Ga dieper het bos in!' En daarom ging hij nogmaals op weg en ging dieper het bos in. Zo kwam het dat hij zich op een ochtend weer precies aan de rand van het bos bevond, waar hij jaren geleden bij het houthakken de kluizenaar had getroffen. Wat heeft dit ons te zeggen? Het betekent: wie een ervaringsweg tot het einde toe gaat, keert tenslotte als een veranderd mens terug in het leven van alledag. Top

Johannes van het kruis. Bestijging van de Berg Karmel I,hs.13, 11.13. Uit:Mystieke Werken. (Vert.Dr.J.Peters en J.A.Jacobs.) Gent:Carmelitana, 1992 (4e druk), p.556-557
Om te geraken tot wat ge nog niet smaakt,
moet ge gaan langs de weg van het niet-smaken.
Om te geraken tot wat ge nog niet weet,
moet ge gaan langs de weg van het niet-weten.
Om te geraken tot het bezit van wat ge nog niet hebt,
moet ge gaan langs de weg van het niet-bezitten.
Om te geraken tot wat ge nog niet zijt,
moet ge gaan langs de weg van het niet-zijn. (...)
In deze ontbloting vindt de geest
zijn rust en ontspanning.
Omdat hij immers niets najaagt,
vermoeit hem niets op de weg naar omhoog
en drukt hem niets neer op de weg naar beneden;
want hij staat in het evenwichtspunt van zijn nederigheid.
Verlangt hij immers iets,
dan geraakt hij juist daardoor vermoeid. Top

Keating Thomas . Crisis of faith, crisis of love. New York: Continuum Publishing Company, 1996, p.11-13
Wat plaatst vond in de harten van de leerlingen in de 50 dagen tussen Pasen en Pinksteren, vindt ook plaats in ons eigen hart. Op een gegeven moment in onze spirituele groei vraagt Jezus ons om ons aan te passen aan de nieuwe ontstane relatie met hem. Omdat dit praktisch onmerkbaar gebeurt, beseft haast niemand wát er gebeurt wanneer het zich voordoet. Het komt geleidelijk, traag maar zeker. We kunnen echter onszelf zo verwijderen van ons innerlijk leven dat we feitelijk nooit de verandering maken naar de nieuwe relatie die Jezus van ons vraagt. Het hele proces kan aan onze aandacht voorbijgaan. Sommige mensen die een bijzondere gave voor het gebed hadden, verliezen het, omdat op het tijdstip van de verandering zij zich overgeven aan overmatig activisme, ze worden moe, of struikelen over een of ander obstakel om zich te kunnen geven aan die nieuwe relatie.
Men dient niet alleen een nieuwe relatie op te bouwen met Jezus, maar ook met andere mensen. (...)Wat dient te gebeuren is eenvoudigweg realiseren dat de oude relatie ten einde is gelopen; en dat Hij wenst dat we tot een nieuwe relatie komen gebaseerd op een nieuwe groei, een nieuwe rijpheid. Vanuit deze nieuwe groei dienen al de facetten van iemands leven zich te ontwikkelen. Dit vraagt een grote inspanning. Soms lijkt het een onmogelijke taak. God echter inspireert ons, indien we trouw zijn aan zijn genade, om eruit te geraken. (...) Er zijn tragische situaties waar mensen in plaats van te groeien, ervan overtuigd zijn dat iedereen verkeerd is. Ze kunnen permanent verbitterd of verzuurd worden op het ogenblik dat de verandering aan hen wordt toegezegd. Dit is wat met Judas gebeurde. Hij weigerde om te groeien, hij weigerde over te gaan naar een nieuwe en verdiepte relatie met Christus.
Groeien biedt een grote opportuniteit ondanks de gevaren. Indien we het van de positieve zijde bekijken en ten diepste ervan overtuigd zijn dat het normaal is om nieuwe relaties aan te gaan, zal onze geloofscrisis een grote uitnodiging blijken om dieper in contact te komen met het hart van Christus. (...) Een deel van de groei bestaat erin om onafhankelijk te worden, niet van iedereen, maar van diegenen waarvan we te afhankelijk waren - zodat we geheel afhankelijk leren te zijn van de H.Geest. Dit is wat spirituele volwassenheid is. Top

Kornfield Jack. Na het feest komt de afwas. Wijsheid voor het hart op het spirituele pad. Utrecht: Servire, 2001, 151.152
Als we hopen ons hart voor de hele wereld te ontsluiten, mogen we niets weglaten. De vrijheid en het ontwaken zijn uitsluitend daar te vinden waar we zijn. Als we God willen liefhebben, moeten we ook leren alles lief te hebben wat Hij heeft geschapen -met inbegrip van onszelf, mét al onze fouten en gebreken. Deze allesomvattende geesteshouding creëert een mandala, een kring van ontwaken waarin we onszelf openstellen voor de realiteit van hier en nu, met inbegrip van iedere dimensie van het leven.(...)Door eerlijk en vol overgave te luisteren naar datgene waarvoor we beducht zijn of wat we veronachtzaamd hebben (of hebben 'weggelaten') kunnen we onze vrijheid vinden. En als we er de voorkeur aan geven niet te zoeken, zal het veronachtzaamde ons zelf komen opzoeken; de vergeten delen van ons wezen zullen zich aan ons presenteren en steeds harder op onze deur bonzen als we ons doof houden voor hun luide stemmen. Dan zullen we hun stemmen uiteindelijk horen in een echtscheiding of depressie, in een ziekte of in de een of andere merkwaardige mislukking. Als we naar alle delen van ons wezen luisteren en ze verwelkomen, zullen we ontdekken dat we onze tuin bemesten als compost, als voedingsstoffen voor het leven zelf. Top

Kubler-Ross Elisabeth
Leer in voeling te komen met de stilte in jezelf en besef dat alles in dit leven een bedoeling heeft. Er zijn geen vergissingen en toevalligheden, alle gebeurtenissen zijn zegeningen die ons gegeven worden om van te leren. Top

Kuitert H.M.. Voor wie geen grond meer onder de voeten heeft. Baarn: Ten Have, 1995, p.193.
Godsbewijzen zijn er niet. Hoe scherpzinnig Anselmus, Thomas of Kant ze ook hebben opgezet, er valt altijd weer een tegenargument in te brengen. Ze falen dus als middelen om mensen tot het geloof in God te brengen. Je overtuigt er alleen maar mensen mee die al overtuigd zijn of zich graag willen laten overtuigen. Dat is niet zo vreemd. De auteurs van de bewijzen waren immers zelf gelovigen. Wie dat niet is, heeft er geen behoefte aan en moet er ook niet mee worden lastig gevallen. Ook al dwingt het geloof een mens zijn verstand niet thuis te laten, geloven komt langs een andere weg tot leven dan die van een sluitend betoog over de logische noodzakelijkheid van Gods bestaan.

Lathouwers Ton. De Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig. Leuven: Davidsfonds. 2009, p.43-45
Judas heeft me al beziggehouden vanaf mijn jeugd. Hij werd voor mij het prototype van alle verworpenen. Ooit vertelde een theoloog me dat over Judas geen twijfel mogelijk was: hij was verdoemd, de onfeilbare woorden in het evangelie 'het zou beter zijn als die mens niet geboren was' lieten geen andere interpretatie toe. Ik heb dat nooit kunnen aanvaarden. Ik ben voor Judas blijven bidden. Voor hem en voor alle verworpenen. Tegen alles in wat ik erover hoorde en las. (...) Het verschrikkelijkste en meest onbegrijpelijke blijft het feit, dat er tijdens tweeduizend jaar christendom nooit in de kerken voor Judas is gebeden. Tot op de dag van vandaag. Terwijl in diezelfde twintig eeuwen de eeuwige verdoemenis als een realiteit werd gepredikt. Wat is dit? Onverschilligheid? Berusting? Gebrek aan diepgang? (...) De kruisopneming is nu allereerst het op zich nemen van de eerste gelofte 'ik beloof ze allen te bevrijden' tot in haar uiterste consequentie. Die uiterste consequentie omsluit ook alle 'verdoemden', wat we daaronder ook mogen verstaan. Allen, ook Judas.Top

Leijssen Mia . Tijd voor de ziel. Lannoo: 2007, p.181-182
De term 'synchroniciteit' heeft etymologisch te maken met 'gelijktijdigheid'. Volgens Jung is het een zinvolle toevalligheid van twee of meer gebeurtenissen, waarbij het om iets anders dan een waarschijnlijk toeval gaat. Wanneer toevalligheden zich opstapelen, zijn mensen daar onwillekeurig van onder de indruk en is er van oudsher de neiging geweest om er een magische betekenis aan toe te kennen. Toevalligheden kunnen zowel blijde als droevige gebeurtenissen een extra dimensie geven (...) Synchronistische gebeurtenissen zijn als sacrale ervaringen die ons doen glimlachen en vaak ook blijven fascineren door hun numineuze karakter. Het zijn bezielende momenten die grote dankbaarheid oproepen en ons kunnen sterken in het besef dat we deel zijn van een groter geheel.
Maar zelfs als de synchroniciteit ons zo sterkt dat we het nog nauwelijks als toeval kunnen beleven, zie het niet als een magisch gebeuren dat op zichzelf een waarheid of een zin bevat. Een gegeven in de natuur kan bijvoorbeeld een perfecte uitdrukking geven aan iets wat in onze beleving belangrijk is. De uiterlijke realiteit lijkt soms een antwoord te geven op een innerlijk verlangen, of het kan iets laten oplichten wat ons bezighoudt. Ik vat het op als betekenisvolle verbanden tussen innerlijke en uiterlijke realiteit die door de personen 'opgemerkt' worden. Iets 'wordt waar' voor de persoon omdat hij datgene wat in zijn blikveld komt aanneemt als iets wat in zich zin krijgt in zijn levenscontext.
Het geeft uiteraard extra steun wanneer er iets heel treffends op iemands weg komt. Vanuit spiritueel oogpunt gaat het echter fundamenteler om een levenshouding van openheid en bereidheid om samen te werken met het lot en het beste te halen uit wat je overkomt. Bovendien is het soms zo dat wat er toevallig op iemands weg komt, heel wat minder toeval is dan het lijkt. Vaak creëren mensen onbewust omstandigheden waardoor dingen samen komen of de persoon is -zonder het te beseffen- tot iets aangetrokken, of pikt dingen op vanuit een intuïtief gevoel. Top

Lockhart Robin Bruce. Halfway to heaven. The hidden life of sublime Carthusians. London: Thames Methuen, 1985, p.92-93
Dit 'zelf' zoals we het noemen, is niet ons echte en ware wezen; het is enkel een deel, en het meest nietige en minst interessante deel. Dit valse en minderwaardige zelf bestaat in de opeenvolging van onbelangrijke gebeurtenissen die iemands leven, in zichzelf beschouwd, uitmaken. Het bestaat uit 'het leed van een nacht' en de vreugde 'die komt met de morgenstond', uit onze leeftijd, de figuur van ons lichaam, onze gezondheid, onze carrière, onze reputatie - de reacties van onze gevoelige natuur tegenover al deze voorbijgaande zaken. Ons echte en ware zelf kennen deze zelfde omstandigheden, maar dan gezien als onderdeel van het Goddelijk liefdesplan, en een bijdrage leverend voor de realisatie ervan. We zijn teveel opgeslorpt door dit eerste 'zelf', en wanneer we lijden, piekeren we teveel over ons lijden, hierbij vergetend dat dit lijden juist het middel kan zijn om ons bovennatuurlijke vreugde te schenken. We waarderen ieder ding, persoon, gebeurtenis vanuit een menselijk oogpunt, dat vaak zo kortstondig en beperkt is. Onze waarden zouden Gods eeuwige waarden moeten zijn. Dan bloeit alles open en wordt het mooi. Het is leven van het geloof dat Gods eigen leven in ons is. Dan is het niet langer 'wij' die leven, maar de Eeuwige Vader die ons zijn Geest zendt, door Wie we leven. Top

Louf André. Genade in zwakheid. Woorden van een abt ter meditatie. Tielt: Lannoo, 1992, p.49-50.
Honger komt nooit alleen; honger raakt ons meestal heel erg, niet lichamelijk, maar ook diep in het hart. De honger verwondt in zekere zin, hij ondermijnt iets in ons dat tot dan toe onaaantastbaar was. (...) En juist daardoor kunnen vasten en honger iets veranderen in ons, ze kunnen een echte transformatie teweeg brengen.
Want samen met de honger duiken dadelijk andere verlangens en bekoringen op, zelfs voor Jezus: de aantrekkelijke uitdaging van gemakkelijk succes, het verlangen naar aardse roem, de honger naar macht in deze wereld, de zinnelijkheid in al haar vormen. Het vasten heeft de deur die we zo vaak, zelfs met een dubbel slot, gesloten willen houden half geopend. Want onmiddellijk na de eerste honger en het eerste verlangen duiken daar weer die andere honger en die andere verlangens op die even bitter en even verontrustend bezit willen nemen van ons hart. (...)
En toch was Jezus juist daarom gekomen, niet om alle verlangens en bekoringen de kop in te drukken, noch om ze eervol te overwinnen, wel integendeel. Hij zal ze vrijwillig maar ongestraft doorstaan om zo de andere oever van de verlangens te bereiken: 'Als ik de ravijn van de dood oversteek, zal ik geen kwaad vrezen, want Gij zijt bij mij.' De andere oever van de verlangens, dat is: de geheime roerselen van onze besluitloosheid en van onze grillen, datgene wat het intiemste van onszelf is, dat wat we zijn. 'Zoals het hert dat reikt naar waar het water stroomt, zo in verlangen reikt mijn ziel naar u, o God' (Ps.42,2-3). Dit is onze honger en onze dorst naar God. Zoals voor Jezus riskeert ons vasten ook vandaag nog de deur boven de opwinding van de verlangens die het dreigt te ontketenen op een kier te zetten, een deur die uitgeeft op de andere oever van onze verlangens, niet op haar donkere, maar op haar lichtende zijde: God in ons. God die verlangt bemind te worden. God die hongert naar ons, en wij naar Hem, hartstochtelijk. Top

Main John. The present Christ. NY: Crossroad, 1991, p.74-76.
De roeping voor iedere mens van onze tijd, voor ieder van ons, is om spiritueel te worden. En om spiritueel te worden, dienen we ons officiële religieuze zelf achterwege te laten, ons farizeïsme dat in ieder van ons latent aanwezig is omdat, zoals Jezus ons zegt, we dienen ons zelf los te laten. Alle beelden van onszelf die voortkomen uit de koortsachtige activiteiten van ons ego, dienen we te laten varen en transcenderen, willen we één worden met ons zelf, met God, met onze broeders -dat is werkelijk mens worden, werkelijk authentiek, werkelijk nederig. Onze beelden van God dienen evenzeer losgelaten te worden. We dienen geen afgodsaanbidders te worden. Het is merkwaardig dat we vaststellen dat deze afgoden wegvallen als ook onze beelden van ons zelf wegvallen, wat suggereert, wat we eigenlijk altijd al vermoedden, dat de beelden die we over God hadden eerder beelden van onszelf waren. In dit wonderlijk proces van te treden in het volle licht van de Realiteit, van het wegvallen van illusies, verschijnt er een grote stilte in het centrum. We voelen onszelf omgeven door de eeuwige stilte van God. We leren om te zijn, om met God te zijn, om in God te zijn. Top

Main John. Uit: P.Harris. De stille revolutie. 365 daglezingen van John Main over christelijke meditatie. Gent: Carmelitana, 2003, p.21
Ik geloof, en ik neem aan dat het het geloof is van de traditie (ervaring en traditie vallen hier samen), dat hoe meer we nadenken over God, hoe meer we ons beelden vormen van Hem of onze fantasie prikkelen met allerlei visioenen, hoe minder we Hem kunnen ervaren. Ik bedoel niet dat we moeten neerkijken op theologie, filosofie en kunsten. Maar deze drie vruchten van onze geest en ons hart hebben uiteindelijk slechts waarde in zoverre ze onze reis naar de grenzen van het beperkte menselijke bewustzijn verhelderen, bemoedigen of uitzuiveren. Aan deze grenzen staan we oog in oog met een gids: het onbegrensde bewustzijn, de persoon van Jezus Christus. Die grenzen bereiken we alleen maar wanneer we licht reizen omdat we alles achtergelaten hebben en wanneer we degene die op ons wacht, omhelzen met een absoluut vertrouwen. Vanaf dat ogenblik weten we uit eigen ervaring dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Top

Mechiels-Van Herp Hilde.De Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig. Leuven: Davidsfonds. 2009, p.23
Ik ben gevangen. Gevangen door het indroeve kijken van Gods zoon die ons allen is voorgegaan in deze immense brok van menselijk lijden. Totaal ontredderd staat hij daar, een man, bang, huilend, zwetend, biddend om wat hem te wachten staat. Hij is letterlijk doodsbenauwd. Hij smeekt dit lijden niet te moeten ondergaan. Uit diepten roept Hij, urenlang. Maar deze keer kan Hij zich niet staande houden. Deze keer gaat Hij door de knieën. Hij heeft gestalte noch luister. Hij is geen held en minder nog lijkt Hij tegen zijn lot te zijn opgewassen.
Bij zijn leerlingen lijken de idealen te zijn stukgeslagen. Moe van teleurstelling en van ontmoediging zijn ze en vallen ze in een diepe, droomloze slaap. Zij zochten een held maar hun held blijkt een verliezer. Zij zochten iemand die zich door de dood niet laat knechten. Maar Jezus toont zich niet op die wijze. Straks wordt Hij door Zijn Vader losgelaten. Dat is het wat naar mijn mening bloed, zweet en tranen kost. Juist Hij, die met al zijn vezels aan God verbonden is,zal de rauwe donkerte van de Godverlatenheid aan den lijve ondervinden. Juist Hij. Top

Meister Eckhart. Over God wil ik zwijgen II. Preken. Vertaald door C.O.Jellema. Groningen: Historische Uitgeverij, 2001,p.161-162.
De Vader baart de Zoon in de eeuwigheid aan zichzelf gelijk. 'Het woord was bij God, en God was het woord': het was hetzelfde in dezelfde natuur. Ik zeg nog iets meer: Hij heeft Hem in mijn ziel geboren doen worden. Niet alleen is de ziel bij Hem en Hij bij haar als gelijke, maar Hij is in haar, en de Vader baart Zijn Zoon in de ziel op dezelfde wijze als Hij Hem baart in de eeuwigheid, en niet anders. Hij moet dat doen, graag of niet. De Vader baart Zijn Zoon onafgebroken, en ik zeg nog meer: Hij baart mij, Zijn zoon, als dezelfde Zoon. Ik ga nog verder: Hij baart mij niet alleen als Zijn zoon, nog verder: Hij baart mij als zichzelf en zichzelf als mij en mij als Zijn wezen en Zijn natuur. In de innerlijkste bron daar ontspring ik in de Heilige Geest, daar is één leven, één wezen en één werken. Al wat God verricht is één; daarom baart Hij mij als Zijn zoon zonder enige onderscheidenheid. Mijn lijfelijke vader is niet in eigenlijke zin mijn vader, doch slechts met een klein stukje van zijn natuur, en ik ben van hem gescheiden; hij kan dood zijn en ik leven. Daarom is de hemelse Vader waarlijk mijn vader, want ik ben Zijn zoon en al wat ik heb, heb ik van Hem, en ik ben de Zoon zelf en niet een ander. Omdat de Vader één werk verricht, daarom maakt Hij mij als Zijn eengeboren Zoon zonder enig onderscheid. Top

Meister Eckhart, Mulier, venit hora, 49. Uit: Van der Stap Ton. De weg van Eckhart. Kapellen: Pelckmans, 2003, p.78
Het hoogste van de ziel staat in de eeuwigheid en heeft niets te maken met de tijd en weet niets van de tijd noch van het lichaam. (...) Daarin ligt zoiets als een oorsprong van alle goeds verborgen en als een stralend licht dat altijd straalt, en als een brandend vuur dat altijd brandt; en die brand is niets anders dan de Heilige Geest. Top

Meister Eckhart. Over God wil ik zwijgen. I. De Traktaten. Vertaald door C.O. Jellema. Groningen: Historische Uitgeverij,1999,p.137-138
Nu kun je je vragen wat afgescheidenheid precies is, omdat ze zo buitengewoon edel is van zichzelf. Weet dan, dat echte afgescheidenheid niets anders is dan dat de geest even onbeweeglijk tegenover alles staat wat op hem afkomt aan liefde en leed, eer, schande en smaad als een berg van lood tegenover een zwakke wind. Deze onbeweeglijke afgescheidenheid brengt de mens tot de grootste gelijkheid met God. Want dat God God is komt door Zijn onbeweeglijke afgescheidenheid, en aan die afgescheidenheid ontleent Hij Zijn zuiverheid en Zijn enkelvoudigheid en Zijn onveranderlijkheid. Wil daarom de mens aan God gelijk worden, voor zover een schepsel aan God gelijk kan zijn, dan moet dat gebeuren door middel van afgescheidenheid. Die brengt de mens dan tot zuiverheid en van de zuiverheid tot enkelvoudigheid en van de enkelvoudigheid tot onveranderlijkheid, en zo komt een gelijkheid tussen God en mens tot stand. Die gelijkheid is een beschikking van genade, want de genade trekt de mens van al het tijdelijke weg en reinigt hem van al het vergankelijke. Dit moet je weten: leeg en ontdaan zijn van al het geschapene is vol zijn van God, en vol zijn van al het geschapene is afwezigheid van God. Top

Meister Eckhart
Wie niets anders zou kennen dan de schepselen, zou aan een preek geen behoefte hebben, want ieder schepsel is vol van God en is een boek op zichzelf. Top

Meister Eckhart in: Cyprian Smit, Spiritual life as taught by Meister Eckhart. The way of paradox. London: Darton, Longman & Todd, 1987, p.49
We dienen ons te ontdoen van ons zelf om ons Zelf te vinden. Het is duidelijk waarom. Veel zaken in ons leven zijn getekend door projecties of valse identificaties, waarbij we verbeelden dat wij onze gedachten, gevoelens, handelingen en taken in de wereld zíjn. We dienen dit los te laten. We dienen te leren om niet te presteren, om niet iemand te zijn, maar gewoonweg te zijn! Op het ogenblik dat we voor onszelf een bepaald doel of ambitie vooropzetten, zitten we opnieuw vast door een ander beperkend, illusoir beeld, een ander vals 'zelf'. De Grond van de Ziel heeft geen ambities of doelstellingen, zelfs niet eens het doel om zichzelf te kennen. Het is gewoon vrij, vredig, open en ontvankelijk voor de realiteit van het huidige moment en wat er ook van God in aanwezig is. Deze onthechte openheid en ontvankelijkheid, de weigering om iets te betrachten is een van haar meest godgelijkende kenmerken. Top

Meister Eckhart, preek 22. Uit: Over God wil ik zwijgen. II Preken (vert. C.O.Jellema) Groningen: Historische uitg.,2001,p.30
Het grootste goed dat God de mensen heeft gegeven is Zijn menswording. Nu moet ik een verhaal vertellen dat hier goed bij past. Er waren eens een rijke man en een rijke vrouw. Toen overkwam de vrouw een ongeluk waardoor zij een oog verloor; daarover was zij zeer bedroefd. Toen kwam haar man bij haar en vroeg: 'Vrouw, waarom ben je zo bedroefd? Je moet er niet zo verdrietig om zijn dat je een oog kwijt bent.' Toen zei ze: 'Manlief, ik ben niet bedroefd omdat ik een oog kwijt ben; maar ik ben verdrietig omdat ik denk dat jij me nu minder lief zult hebben.' Toen zei hij: 'Vrouw, ik heb je lief.' Niet lang daarna stak hij zelf een van zijn ogen uit en ging naar zijn vrouw en zei: 'Vrouw, opdat je nu gelooft dat ik je lief heb, daarom heb ik me aan jou gelijk gemaakt; ik heb ook nog maar één oog.' Dit verhaal staat voor de mens die nauwelijks kon geloven dat God hem zo lief heeft, totdat God zichzelf een oog uitstak en de menselijke natuur aannam, dat wil zeggen 'vlees geworden' is. Onze Lieve Vrouwe vroeg: 'Hoe zal dat gebeuren?' Toen zei de engel: 'De Heilige Geest zal van bovenaf in jou neerdalen' van de hoogste troon van de Vader van het eeuwige licht. Top

Meister Eckhart
Het kleinste waarvan je het zijn in God onderkent, ja de bloem, waarvan je onderkent dat zij een zijn in God heeft, is edeler dan de hele wereld. Top

Meister Eckhart
Sommige eenvoudige mensen menen dat zij God moeten zien als staande daarginds en zij hier. Zo is het niet -God en ik, wij zijn één. Top

Merton, Thomas Een leven lang om geboren te worden. Mediteren met Thomas Merton. Samengesteld en ingeleid door Henk Blommestijn en Riet Hoogerwerf. Meinema: 2001, p.100-101.
Bezinning is geen afwezig zijn maar een aanwezig zijn. Door haar worden wij ons op de eerste plaats van onszelf bewust. Zij laat ons in de werkelijkheid aanwezig zijn, namelijk in de werkelijkheid van dit ogenblik en op deze tijd van ons leven die van de grootste betekenis is. Zij stelt ons aanwezig voor God en dóór Hem aanwezig voor al het andere. Voor alles brengt zij ons aanwezig voor Hem.
We moeten op de eerste plaats in onszelf aanwezig zijn. Door onze dagelijkse zorgen en beslommeringen worden we bij onszelf vandaan getrokken. Zolang wij ons hieraan overgeven, is onze ziel niet thuis. Zij is losgerukt uit haar eigen werkelijkheid en getrokken naar de illusie waartoe zij neigt. De werkelijkheid die zij ís en die zij hééft, laat zij schieten om een zwerm van mogelijkheden te volgen. Maar mogelijkheden hebben vleugels en onze ziel moet van zichzelf vandaan vliegen om die mogelijkheden op hun vlucht te kunnen volgen. Als wij leven van mogelijkheden, laten wij als bannelingen Gods aanwezigheid in ons leven achter ons. Zonder thuishaven verplaatsen we ons naar een toekomst of een verleden die ons geen van beide toebehoren, daar zij altijd buiten ons bereik liggen. Het héden is ons domein. Alles wat het ons heeft te bieden, mogen wij in bezit nemen. De enige mogelijheid die ons in staat stelt om dat ook werkelijk te doen, is bezinning. Top

Merton Thomas. New Seeds of Contemplation. NY: New Direction Books, 1962, p.161
Zielen zijn als was: zij wachten op een zegel. Op zichzelf hebben ze geen identiteit. Ze zijn ertoe bestemd zacht gemaakt te worden en in dit leven door Gods wil erop te worden voorbereid om bij hun dood het zegel te ontvangen van hun eigen gelijkenis op God in Christus. En dit is ondermeer de betekenis dat men door Christus geoordeeld zal worden. De was die in Gods wil gesmolten is kan gemakkelijk de stempelafdruk krijgen van haar identiteit, van hetgeen zij naar waarheid bedoeld is te zijn. Maar als de was hard is en droog en broos en liefdeloos, kan ze de stempelafdruk niet opnemen. Want de harde zegel die erop gedrukt wordt, verplettert haar. Vandaar, als je je hele leven lang probeert te ontkomen aan de hitte van het vuur dat bedoeld is om zacht te maken en je er niet op wilt voorbereiden je Ware eigenheid te bereiken, en als je probeert je materie weg te houden van het smelten in het vuur -alsof je ware identiteit zou moeten bestaan uit harde was- zal de zegel tenslotte op je neer komen en je vermorzelen. Je zult niet in staat zijn je eigen naam en voorkomen te krijgen, en je zult ten onder gaan door een gebeuren dat bedoeld was om je volledig mens te maken. Top

Merton Thomas, New Seeds of Contemplation. NY: New Direction Books, 1962, 29-32. (Vert. Dirk Doms)
Een boom bewijst God eer door een boom te zijn. Want door te zijn wat God wil dat hij is, gehoorzaamt hij Hem. (…) Als hij zou proberen iets anders te zijn dan waartoe hij was bestemd, zou hij minder op God lijken en Hem daardoor minder eer bewijzen. (…) De vormen en individuele karakters van levende en groeiende dingen, van onbezielde wezens, van dieren en bloemen en van de hele natuur vestigen hun heiligheid onder Gods oog. Hun essentiële, onderscheiden kwaliteit is hun heiligheid. Het is het stempel van Zijn Wijsheid en Zijn Werkelijkheid in hen. (…) Dit blad heeft zijn eigen textuur, zijn eigen nervenaderpatroon en zijn eigen heilige vorm, en de baars en de forel, diep verborgen in de rivier, worden heilig verklaard door hun schoonheid en kracht. De meren, verscholen tussen de heuvels, zijn heiligen, en ook de zee is een heilige die God zonder ophouden prijst met haar majestueuze dans. De grote, gekliefde, halfnaakte berg is nog een van Gods heiligen. Niets is met hem te vergelijken. Hij is de enige, met zijn eigen karakter. Niets anders ter wereld imiteerde God ooit op die manier of zal het ooit doen. Dat is zijn heiligheid. (…)
Bomen en dieren hebben geen enkel probleem. God maakt ze tot wat zij zijn, zonder hen te raadplegen, en zij zijn volmaakt tevreden. Voor ons is dat anders. God laat ons vrij om te worden wat we willen worden, zoals we willen. We zijn vrij om echt te zijn of onecht. We kunnen echt of vals zijn, de keuze is aan ons. Top

naar Merton Thomas
Als we luisteren naar het ritme van de aarde, als we de seizoenen, de overgang van zomer naar herfst, van dag naar nacht ernstig nemen, dan ontkomen we er niet aan om langzamer te leven, om de deugd van de traagheid te leren.
Het gaat hier niet om traagheid als gebrek aan ijver, als lusteloosheid en luiheid. Dit zou voorbijgaan aan de kracht, aan de energie van de schepping. Het gaat hier om eerbied voor de dingen die als schepping op ons afkomen.
Willen we de volheid ervan beleven, willen we de energie werkelijk inzetten voor het goede, willen we meer beantwoorden aan het mens zijn, dan moeten we ons veel meer oefenen in de kunst van het langzame leven.
Dat betekent dat we niet op drie plaatsen tegelijk willen zijn, en niet drie dingen tegelijk willen doen, dat we minstens één halve dag per week, minstens een dik half uur per dag niet werken, stoppen en stilstaan, met milde open aandacht, zonder te oordelen, zonder iets te willen bereiken.
Het betekent ook dat we leren aanvaarden wat we niet veranderen kunnen en het geduld hebben om te zien wat we wel veranderen kunnen.
Het betekent dat wij ons concentreren op één zin, op één ademhaling om die rust te hervinden en veel bewuster de tijd te beleven.
Het betekent tenslotte dat we veel meer aandacht hebben voor ieder mens, voor ieder ding om ons heen, en voor onszelf. In een wereld, een maatschappij, in een huis als het onze, lijkt dat bijna onbegonnen werk...
We zouden elkaar hierbij kunnen helpen. Top

Monbourquette Jean. Integrale vergeving: genezing, vergeving en verzoening. In: Zand erover? Vereffenen, vergeven, verzoenen. (R.Burggraeve, D.Pollefeyt, J.De Tavernier. Leuven: Davidsfonds, 2000, p.55
Vergeving is doel op zich en niet enkel middel tot genezing. De genezing door vergeving verkregen is er enkel een bijproduct van. In dezelfde lijn beschrijft V.Frankl het genot als een gevolg en niet als een doel op zich: "Genot of genoegdoening is niet het doel van onze aspiraties, maar het vloeit voort uit onze gerealiseerde doeleinden. Als we genot tot totale zin van ons bestaan promoveren, dan mondt dat onvermijdelijk uit in de totale zinloosheid van ons leven." Dat gelt ook voor de vergeving, waarvan het doel is om de wraak te verzaken en degene die je beledigd of kwaad berokkend hebt, lief te hebben. Daarom volgt degene die de effecten van de vergeving beoogt en al zijn inspanningen op dat doel richt, een verkeerde weg en mist hij mèt de waarachtige vergeving ook de beoogde effecten. Top

Moore Thomas, Soul Mates. Honoring the mysteries of love and relationship. Shaftesbury, Dorset: Element Books, 1999, p.196
Enkele jaren terug verloor een vriendin van me, die ik goed ken van sinds mijn jeugd, haar man aan kanker. Voor een lange tijd was ze boos en dat zei ze me ook in niet mis te verstane bewoordingen maar doorheen de tijd vocht ze geleidelijk haar weg naar een intimiteit op een voorbeeldige wijze. Worstelend met de mysterieuze wegen van het lot kan het enige pad zijn om te ontdekken dat het leven geen creatie is van onze eigen wil, maar eerder het werk van een veel grotere wil. Er kan teveel masochisme schuilen in een zich eenvoudigweg overgeven aan het lot, maar in een hevig emotioneel gevecht ertegen, kan er een meer liefdevolle erkentelijkheid van het goddelijke verkregen worden. Religie in zijn diepste betekenis krijgt vorm als we doorheen pijn en verlies leren dat de creativiteit die we in ons leven hanteren beperkt is, zij is een loutere participatie aan een groter creatief gebeuren. Top

N.N., uit een infofolder over mindfulness
Mild worden is de rijpste groei van de mens. Het is zacht worden in je woorden, in de klank van je stem, in heel je zijn. De blik in je ogen wordt een warm aanvoelen omdat je in de mensen om je heen jezelf erkent. Het heeft niets te maken met zwakheid, het zit veel dieper, het is de kracht die je doet ontwaken en doet leven. Mensen die van binnen mild worden beseffen wie ze zijn. Je oordeelt niet meer over de anderen. Je bent niet langer hard. Je wilt je niet overal laten gelden ten koste van je medemensen. Je luistert omdat elke andere een voortdurend wonder is. Je geniet van zon en regen en van heel kleine dingen. Dikwijls zie je die mildheid bij mensen die veel geleden hebben. Ze horen en zien alles anders. Wie mild wordt heeft zichzelf overwonnen. Een dankbare zucht van bevrijding welkt uit je op. Je houdt van mensen omdat je geleerd hebt van jezelf te houden niet zoals je zou willen zijn, maar gewoon zoals je bent. Top

N.N. Uit: Bruno-Paul De Roeck. Wat is goed, wat is kwaad. Ethiek van gestalt. Haarlem:De Toorts, 1979, p.11
Het komt er niet op aan dat je naar het geluk streeft, maar dat je gelukkig 'bent'. Gelukkig ben je wanneer je leven klopt met je innerlijkheid en met het grotere geheel waartoe je behoort. Top

Neefs Paul, s.j.
Strand en zee zijn voortdurend met elkaar in wisselwerking. Wanneer de zee het strand overspoelt, is er verbondenheid en wederzijdse doordringing. Als de zee terugwijkt, kan bij het strand de vraag rijzen: waarom ga je zo ver weg? En bij de zee: waarom ga je niet met me mee? Die vragen worden niet weggeduwd maar doorleefd. Het op zichzelf teruggeworpen worden heeft zijn eigen betekenis en bereidt een nieuw samenkomen voor. Weer overspoelt de zee het strand en beiden brengen nieuwe ervaringen mee in het herwonnen samen zijn. Top

Newman John Henry
Alleen God weet waar mijn grootste geluk verborgen ligt en op mij wacht. Ikzelf weet dat niet. God leidt ons soms langs vreemde wegen. Toch weten wij dat Hij alleen ons geluk wil. Wijzelf weten noch waar ons geluk ligt noch welke weg is die daarheen leidt. Wij zijn als blinden: aan onszelf overgelaten zouden we beslist de verkeerde weg inslaan. Daarom moeten we die weg aan Hem overlaten. Top

Nouwen Henri. Een levende heenwijzing. Dienst en gebed in aandenken aan Jezus Christus. Den Haag: J.N.Voorhoeve, 1981,p.20-21.
Genezing betekent aantonen dat onze mensenwonden op zeer innige wijze met Gods igen lijden verbonden zijn. Een levende heenwijzing naar Jezus Chrisitus zijn betekent daarom het verband laten zien tussen ons kleine lijden én het grote verhaal van Gods lijden in Jezus Christus, tussen ons kleine leven én het grote leven van God met ons. Jezus Christus geneest onze wonden doordat Hij onze pijnlijke maar vergeten herinneringen uit de egocentrische individualistische privé-sfeer haalt. Hij brengt ze in verband met de gehele mensheid, een pijn die Hij op Zich nam en transformeerde. Genezing betekent daarom niet allereerst pijn wegnemen, maar onthullen dat onze pijn onderdeel is van een rotere pijn, dat ons verdriet een deel is van een groter verdriet, dat onze ervaring een deel is van de grote ervaring van Hem die gezegd heeft: "Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?" Top

O'Donohue John. Echo's uit de eeuwigheid. Verlangen naar verbondenheid. Baarn: Ten Have, 2002, p.37.
Deze stem is afkomstig uit uw ziel. Het is de stem van het eeuwige verlangen in u en zij bevestigt dat u op de aarde een pelgrim bent die onophoudelijk op weg is. Er is iets binnen in u waaraan niemand of niets anders in de wereld tegemoet kan komen of kan voldoen. Als u beseft dat een dergelijk gevoel van onbehagen normaal is, bevrijdt dat u van de tredmolen van het najagen van steeds meer tijdelijke en gedeeltelijke bevredigingen. Dit eeuwige verlangen zal altijd eisen dat er ergens op alle plaatsen waar u thuis bent, alle plaatsen van verbondenheid, een deur open blijft. Als u dit verlangen tot uw vriend maakt, zal het u waakzaam houden en u doen beseffen waartoe u hier op aarde bent . Het zal uw reis verdiepen, maar u ook verlossen van de behoefte vele verleidelijke maar vergeefse zoektochten te ondernemen. Verlangen kan nooit hier op aarde worden vervuld. Zoals de bepaald niet fluisterende Stones enkele tientallen jaren geleden zo gedenkwaardig zongen: 'I can't get no satisfaction.' De schoonheid van het menszijn is het vermogen tot en het verlangen naar intieme verbondenheid. Toch weten we dat zelfs zij die het intiemst met ons zijn verbonden vreemden voor ons blijven. Maar juist dat houdt ons verlangen in leven. Top

Oosterhuis Huub. Boek van mijn leven. Kampen: Kok, 2000, p.20-21
Het uittocht- en woestijnverhaal zou niet doorverteld en opgeschreven zijn, als het niet 'echt' gebeurd was. Al komen we niets te weten over de feitelijke, historische toedracht, het is 'levensecht' gebeurd; en het is doorverteld en opgeschreven opdat latere mensen, nakomelingen, wij-mensen er de schrik en de troost, de schok der herkenning aan zouden beleven. In de schok der herkenning ervaar je dat het verhaal je tart, je uitdaagt tot een dieper begrijpen van jezelf, tot bewustwording en zelf-vernieuwing.
Het uittocht- en woestijnverhaal weerspiegelt of voorzegt ons leven, zoals het geagaan is, zoals het gaat, of nog móét gaan. Werkt het zo? Niet vanzelf -zoals geen enkel verhaal, kunstwerk, muziekstuk, zoals geen enkel wijs woord of goede raad vanzelf werkt. Je moet het willen: de denk- en geheugenoefeningen, de bewustwordingsoefeningen die het verhaal je voorschrijft willen volbrengen: bereid zijn de vragen tot je toe te laten. Vragen als: ben jij ooit bevrijd? Hoe gebeurde dat, hoe ging het verder? Waaruit ben je bevrijd, weggeroepen, uitgeleid? Uit welke denkbeelden, waanideeën, angsten, duistere gevoelens? Uit welk jargon, welke vooroordelen, kinderfantasieën? Hoe is het gegaan, geleidelijk, met schokken? Heb je jezelf bevrijd, op eigen kracht? Of is het zo gegaan dat er mensen waren die iets met je deden -je werd in beweging gebracht, aangestoken, aangesproken, aangepakt, op je kop gezet en toen weer met je voeten op de grond.
Zo moet het wel gegaan zijn: als je veranderd bent in meer jezelf, als je bezig bent anders te worden, meer mens, dan is het, omdat anderen je hebben aangegrepen. Door kleine en grote verhoudingen, liefdes, tweegevechten heen, door zee en woestijn van oase naar oase moet je gaan. Waar ben je nu? Halverwege de droge zee, het water op je hielen? Net op de andere oever geklommen? Halverwege de woestijn, nog twintig jaar te gaan? Vlak aan de grens van het land? Top

Origines. Uit: Waaijman, Kees. Spiritualiteit. Vormen, grondslagen, methoden. Gent: Carmelitana, 2000, p.507.
Zichzelf kennen is weten dat men geschapen is naar Gods beeld en dat dit 'naar God beeld' ons wezenlijk constitueert. Top

Pacot Simone.Tot in onze diepste diepten. Het evangelie ter harte nemen. Carmelitana/Ten Have, 2001, p.227-229
Vergeving kent geen voorwaarden. Deze is gratis en sluit alle gemarchandeer uit. Er is geen sprake van vergeving, op voorwaarde dat de ander een stap zet, zodat hij zijn ongelijk erkent, dat de ander zich bewust wordt van het kwaad dat hij heeft gedaan. Dat hoort bij de verantwoordelijkheid van die ander. Wij hebben daar niets over te zeggen.
Wij mogen ook niet vergeven om een bepaald doel te bereiken. Vergeven herstelt de uiterlijke vorm van de relatie nog niet per se. Of een relatie weer goed kan komen, hangt niet alleen van ons af. (...) Soms is het nodig afstand te nemen. Wanneer dat niet mogelijk is, moeten we innerlijk afstand nemen, om onszelf te beschermen. (...) Bij vergeving hoort ook dat wij onszelf niet langer rechtvaardigen. Er komt een ogenblik dat al ons geredeneer op moet houden. Dat wij wat te rechtvaardigen valt, los moeten laten. (...)De ander willen vergeven, kan ook aanleiding geven tot superioriteitsgevoelens, zelfingenomenheid, of tot een oordeel over de ander. (...) Daarom is het meestal genoeg, op een duidelijke manier in ons hart te vergeven en verder te zwijgen. (...) Bereid zijn te zwijgen, is een goed punt van onderscheiding om te weten of ons hart zuiver is. (...) Vergeving is een duidelijk te omschrijven daad: 'Op die dag ... op dat uur... vanaf dit ogenblik heb jij geen schuld meer.' Deze daad is in het diepste van ons hart, met grote vastberadenheid gesteld. We zullen het spoor van dit proces blijven volgen in ons hart. Het is een punt van houvast, waar wij steeds weer naar terug kunnen keren. Want wij zullen weer lijden en ons verzet komt weer boven, bij ontmoetingen, tijdens gesprekken, als wij herinnerd worden aan bepaalde gebeurtenissen, enz. Dat hoort erbij. Alleen weten we nu zeker, dat de eerste keer dat wij vergeven hebben, nog steeds geldig is. De vergeving is geschonken, dat staat vast. We moeten dus niet op onze keuze terug komen, maar die keuze hernieuwen. Daardoor zal de keuze zich verdiepen. Het is herzelfde proces als bv. het afleggen van de gelofte van armoede: eenmaal afgelegd zal zij van dag tot dag tot ontplooing moeten komen, soms zelfs door het geestelijk gevecht heen. Top

Pacot Simone. Het doordringen van het evangelie tot in onze diepste diepten. Gent: Carmelitana, 2004, p.108
Vasten houdt in dat we ophouden met eten. We houden voedsel op een afstand. Het vasten maakt dus ruimte vrij, het is een manier om plaats te maken voor iets anders, voor de Ander. Als we het symbolisch interpreteren, houdt vasten in dat we niet langer geweld en doodslag plegen om zelf te kunnen leven, dat wil zeggen dat we ervan afzien een ander te beroven van zijn of haar leven, vrijheid, anders-zijn, dat we die ander niet te gronde richten en als het ware opslorpen. Vasten is ervan afzien die ander op te eten en er juist voor zorgen, dat hij of zij zélf te eten heeft.
Tijdens het proces van het doordringen van het evangelie tot in onze diepste diepten maken velen een bijzondere vastentijd door: ze onthouden zich niet van voedsel, maar brengen een soort vasten in praktijk dat we 'geestelijk vasten' zouden kunnen noemen. Ze gaan bijvoorbeeld gedurende een bepaalde periode van een of meerdere dagen ermee ophouden zichzelf systematisch te kleineren, ervan afzien zich in raadgevingen uit te putten vanuit een geest van almacht, negatieve gedachten vervangen door positieve gedachten die hem in de richting van het leven voortstuwen; ze houden ermee op te 'eten' wat hen te gronde richt, namelijk het vergif waarmee ze zich gevoed hebben. Dit vasten vindt niet plaats op zomaar een willekeurig punt van het proces dat zij doormaken: het maakt deel uit van de spirituele strijd die zij moeten leveren, wanneer zij de verschillende fases hebben afgelegd die vooraf gaan aan de keuze van de weg ten leven. Top

Peeters Magda, zr.Elisabeth o.carm. in Vuurtorens (red.M.Roseeuw). Averbode: Altiora 1993, p.101
Ik kan alleen maar zeggen dat ik in mijn leven heb ervaren... dat een fase van lijden vaak ook een fase is, die een mens rijpt.(...) Dat is Gods geheim. Uiteindelijk word je verwezen naar Christus zelf die geleden heeft. Hij had nooit zoveel voor ons kunnen betekenen zonder de harde weg van het lijden en dood te gaan. Want precies daarin wordt Hij voor ons een teken van hoop. Er is geen leed dat Hij niet meegedragen heeft en ook nu niet bereid is mee te dragen.
Voor een stuk ervaar je dat ook onder mensen. Hoe rijper een mens wordt, hoe menselijker en hoe gevoeliger hij wordt voor het leed van anderen. Hoe meer hij ook hulp an bieden, die de mens ergens dieper raakt. (...) Daar komt God voor mij in het spel. Waarom Hij leed uiteindelijk toelaat, weet ik niet. Ik weet wel, dat Hij het leed met ons draagt. Dat Hij mensen hlept in het leed te groeien. Ik heb zelf ervaren, dat het leed vaak ook een weg wordt naar Hem toe, een weg om in liefde te groeien, om meer datgene te worden waarvoor we uiteindelijk gedacht zijn.
Voor mij is het leven een 'op weg zijn' naar een soort mens, waar ik nog naar toe moet en mag groeien. Ik krijg daar een aantal jaren voor, en dan mag mijn leven uiteindelijk naar Zijn volheid toegroeien. Ik kan enkel zeggen dat ik dankbaar ben voor alle ervaringen van leed in mijn eigen leven. Want het zijn precies die ervaringen die mij dichter bij mij zelf, dichter bij God én dichter bij andere lijdende mensen gebracht hebben. Top

Philotheus van de Sinaï. Over de waakzaamheid, nr.24. Uit: Filokalia. De waakzaamheid van hart. Reeks: Monastieke cahiers, nr. 22. Bonheiden: Abdij Behtlehem, 1982, p.78
Wie iets van dit Licht mocht gewaar worden, begrijpt wat ik zeg. Dit Licht doet steeds meer pijn. Het graaft een diepe honger in ons. De ziel eet er wel van, maar zonder ooit verzadiging te voelen. Hoe meer zij eet, hoe meer honger zij heeft. Dit Licht trekt elke geest aan, zoals de zon elk oog aantrekt. Licht dat niet te begrijpen is in zichzelf, maar zich toch laat begrijpen, niet met woorden, maar alleen door de ervaring van wie het genieten mocht, of liever, van wie erdoor gekwetst werd. Licht dat me vraagt te zwijgen, al zou ik er graag nog veel meer over verteld hebben. Top

Pollefeyt Didier. Vergeving: valkuil of springplank naar een betere samenleving? Op zoek naar een nieuw begin voor dader en slachtoffer. In: Zand erover? Vereffenen, vergeven, verzoenen. (Red.: R.Burggraeve, D.Pollefeyt, J.De Tavernier.) Leuven: Davidsfonds, 2000, p.160-161
Levinas herinnert er ons aan dat 'het vergeten de relaties met het verleden annuleert, terwijl het vergeven het verleden omzet in een gezuiverd heden'. Vergeven is dus totaal verschillend van vergeten. Menselijke vergeving is noodzakelijk precies omdat we absoluut niet kúnnen vergeten! Vergeten zou definitief de deur sluiten die naar vergeving leidt. Als er wordt vergeten, valt er niets meer te vergeven. De vergeving gaat trouwens niet over de misdadige gebeurtenissen zelf. Hun spoor moet daarentegen bewaard worden. Vergeving heeft betrekking op de schuld van de dader voor de misdaad. De zwaarte van de schuld kan de herinnering verlammen en het onmogelijk maken om zich aan de toekomst te wijden. Met de gegeven of ontvangen vergeving is de dader noch het slachtoffer van de herinnering verlost. Het slachtoffer is in de vergeving niet bevrijd van de herinnering, wel van het gerucht van de wrok en de haat. Zijn kwetsuur wordt een litteken, onomkeerbaar gegrift in de huid van zijn bestaan. Top

Radcliffe Timothy. Sing a new song: The christian vocation. Dublin: Dominican Publications, 2000, p. 180-182.
Maria Magdalena brengt aan de leerlingen het nieuws 'Ik heb de Heer gezien'. Dit is niet enkel een vaststellling van een feit, maar het delen in een ontdekking. Ze heeft met hen hun verlies, pijn, verwarring en leed gedeeld, nu kan ze met hen haar ontmoeting met de verrezen Heer delen. Ze kan het goede nieuws met hen delen omdat het goed nieuws is voor haar.
Het Woord dat we verkondigen is een woord dat ons mens-zijn heeft gedeeld en is 'niet een hogepriester die niet in staat is mee te voelen met onze zwakheden, maar hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld precies zoals wij, afgezien dan van de zonde.'(Heb.4,15) Prediken zal van ons vragen dat we geïncarneerd worden in verschillende werelden, ... We moeten een wereld binnentreden, die taal leren, zien door de ogen van de bewoners, in hun vel leren voelen, hun zwakheden leren kennen en hun hoop. We moeten, in zekere zin, aan hen gelijk worden. Dan kunnen we een woord spreken dat goed nieuws is voor hen en voor ons. Dit betekent niet dat we het eens hoeven te zijn over alles. Soms zullen we hen dienen uit te dagen. Maar we dienen eerst de harstslag van hun menselijkheid te voelen vooraleer we die stap kunnen zetten.
In de traditie van de Kerk wordt 's morgens lofprijzingen tot God gezongen. We gaan verder met wakers te zijn die wachten op de morgen, zodat we onze hoop kunnen delen met mensen die geen teken zien van de opgaande zon. Het is omdat ik ergens hun duisternis heb opgemerkt, en het misschien ook herken als de mijne, dat ik met hen een woord kan delen van 'de innige barmhartigheid van God, die op ons neerdaalt als de dauw uit de hemel'.
Soms zijn we hiertoe in staat omwille van wie we zijn en van wat we hebben meegemaakt. Maria Magdalena zoekt voor het lichaam van de Heer met een tederheid dat ze geleerd heeft uit een leven dat, -volgens de traditie, getekend was door tegenslagen en zonde. Het was dit leven dat haar voorbereid had om de persoon te worden die naar de man zocht die ze lief had en die ze herkende wanneer hij haar bij haar naam riep. Een van de kostbaarste gaven die je aan de Orde schenkt is je leven, met zijn tegenslagen, moeilijkheden, duistere periodes. Ik kan zelfs terugkijken naar een bepaalde zonde en het zien als een felix culpa, omdat het me voorbereid heeft als iemand die een woord van medelijden en hoop kan spreken voor anderen die hetzelfde lot delen. Ik kan met hen het opstijgen van de zon delen. Top

Rainer Maria Rilke
God is in ons aanwezig zoals edel wild in het bos. Je ziet er de herten zelden. Je moet eerst geduldig worden en stil. Top

Rainer Maria Rilke. De mooiste gedichten. Leuven: Davidsfonds, 1999, p.79
De blaren vallen, vallen als van ver,
als welkten in de hemel verre tuinen;
ze vallen met ontkennende gebaren.
   En in de nachten valt de zware aarde
   uit alle sterren in de eenzaamheid
Wij allen vallen. Deze hand zal vallen.
En kijk je naar de ander: het is in alle.
    Maar Eén is er. Hij vangt dit vallen
    oneindig teder in zijn handen op. Top

Rainer Maria Rilke
Het komt erop aan te groeien als een boom die vertrouwvol standhoudt tegen de sterke winden van de lente zonder de vrees dat de zomer niet zou aanbreken.
De zomer komt maar hij komt alleen voor hen die kunnen wachten zo rustig en ontvankelijk als hadden ze de eeuwigheid voor zich. Top

Roethke Theodore , The Far Field
I learned not to fear infinity,
The far field, the windy cliffs of forever,
The dying of time in the white light of tomorrow,
The wheel turning away from itself,
The sprawl of the wave,
The on-coming water. Top

Ruusbroeck
God is degene die van binnen naar buiten op me toekomt.

Schmitt Eric Emmanuel. Het evangelie volgens Pilatus. Antwerpen: Atlas, 2006, p.269-270
Dat is de moeilijkheid van het christendom: na de verdwijning van Christus is de Openbaring afgesloten. Hij ís de openbaring. Daarna doet zij in directe zin niet meer van zich spreken. Zij behoeft de bemiddeling van teksten, van mensen die ze schrijven, die ze kopiëren, die ze interpreteren, en die ze van commentaar voorzien. Het christendom vereist een dubbel vertrouwen: vertrouwen in God en een vertrouwen in de mens. Ieder die zichzelf intelligenter of slimmer beschouwt dan allen die hem zijn voorgegaan, kan geen christen worden. Ik vrees dat onze narcistische tijd, die zich boven alle voorgaande eeuwen verheven acht, niet in staat is om deze boodschap verder te helpen. Zonder een zekere nederigheid, zonder aandacht voor de getuigen, zonder een minimum aan begrip voor de vroegere gelovigen, kan men Jezus niet kennen. Het christendom heeft onze levens nodig om voort te bestaan, onze herinnering om herinnerd te worden. Het is een collectief oeuvre, werk in uitvoering, steeds opnieuw. Top

Seattle, Opperhoofd- (1855).
De mens heeft het web van het leven niet zelf geweven, hij is slechts één draad ervan. Wat hij met het web doet, doet hij met zichzelf.Top

Servotte Herman. Woorden voor onderweg. Evangelieteksten geïnterpreteerd. Averbode: Altiora, 1995, p.87
Wanneer je de woorden van Jezus aanvaardt, aanvaard je meteen een nieuw godsbeeld en een nieuw mensbeeld. Dan manifesteert de kracht van God zich niet in de drukkingsmacht, maar in het geduld waarmee hij op de mens wacht, in de fijngevoeligheid waarmee hij ons zijn uitnodiging om mens te worden naar zijn beeld en gelijkenis voorlegt, in zijn bereidheid om onze herhaalde weigering even vaak over het hoofd te zien, in het toevertrouwen van zijn Zoon aan onze gevaarlijke menselijke handen. We zijn nog maar net, in de evolutie, aan ons animaal bestaan zijn ontsnapt; wij zijn nog niet boven de natuur uitgegroeid: nog is het bij ons het rijk van tand en klauw, gedood worden of doden. En nu al krijgen we een kans om door te stoten naar een nieuwe bestaanswijze, die van God zelf: het Rijk der hemelen. Op die weg gaat Jezus ons voor. Mocht hij gehoor geven aan het verlangen van Petrus, zou hij zijn openbaring van God in feite loochenen en meteen de eigenheid van de mens verraden. 'Het is in zwakheid dat zijn kracht zich toont.'
We zijn geschapen naar 'het beeld en de gelijkenis van God'. Maar dat einddoel kunnen we alleen bereiken in vrijheid. Mocht God zich tonen in zijn majesteit, we zouden het besterven: 'Niemand kan God zien zonder te sterven.' Daarom heeft hij zich klein gemaakt, en is hij als mens tussen ons komen leven. Maar ook in dat perspectief moeten we sterven om God te zien, want we moeten daartoe afstand doen van onze kinderlijke dromen van almacht en onkwetsbaarheid. En dat is blijkbaar moeilijker dan we denken.Top

Shinoda Bolen Jean
Door de jaren heen ben ik gaan geloven dat het leven vol is van niet gekozen omstandigheden, dat mens-zijn te maken heeft met de evolutie van ons individueel bewustzijn en met de verantwoordelijkheid om keuzes te maken. Zowel lijden en vreugde maken deel uit van het leven. Ik geloof dat hoe we reageren tot datgene wat aan ons en om ons heen gebeurt ons vormt tot wie we zijn en veel te maken heeft met onze psyche of de groei van onze ziel. Top

Sölle Dorothee. Uit: Mystiek verzet.
Er zijn vier karakteristieken van de ervaring van mystieke zekerheid: 1.Het verdwijnen van alle zorgen, de ervaring dat alles uiteindelijk in balans is, vrede, harmonie en de bereidheid er te zijn, ook als de uiterlijke levensvoorwaarden gelijk blijven. 2. Het gevoel inzicht te hebben verkregen in voordien onbekende waarheden, waarin de geheimenissen van het leven doorzichtig worden; 3. de objectieve verandering van de wereld, die "nieuw" lijkt, alsof ze nog nooit zo gezien is, en 4. De extase van geluk. Top

Spreuken
Een oud Chinees spreekwoord luidt: 'Ik vroeg de amandelboom me over God te vertellen. Daarop begon hij te bloeien.' Top

Standaert Benoît. Spiritualiteit als levenskunst. Alfabet van een monnik. Tielt: Lannoo, 2007, pp.235-236
De Mystieke kant van de vasten komt helemaal aan het licht in de leer die we in het jodendom aantreffen. Daar is sprake van een vasten eerder dan de schepping, een vasten in God. In het begin schiep God hemel en aarde door op zichzelf een contractie uit te voeren . God deed tsimtsoem. Hij vastte (tsom) op zichzelf! En dankzij die leegte in zichzelf kon er het andere dan zichzelf ontstaan.
Drie eeuwen geleden leefde er in Praag de grote rabbi Jehuda Loew, ook de Maharal van Praag geheten. Hij bekeek die leer van Gods contractie op zichzelf en zei: 'God doet het om niet alles te zijn. Zo kan de mens met zijn vrijheid op het toneel verschijnen. Maar als de mens van zijn kant de vreze des Heren niet weet op te brengen, dan zal de mens heel die leegte opvullen, erger nog: hij wordt alles, op totalitaire wijze. Dan is er geen wereld meer, geen schepping en ook geen God... De wereld als wereld hangt dus af van de mens! Ook hij moet op zichzelf vasten en God vrezen.'
Vasten geeft uitdrukking aan mijn vreze des Heren. En zo ontstaat er een juiste verhouding in alle richtingen, met alles wat anders is. In de vasten schep ik een leegte voor het andere dan mijzelf. Wie nooit vast, beleeft een volheid die vroeg of laat ieder ander het veld uitjaagt, platwalst, herleidt tot zichzelf, totdat er nog slechts één wereld overblijft, de onze, dezelfde, totdat er niets anders meer is, of gewoonweg niets meer.
Goed vasten is dus een daad van wijsheid, van evenwicht, van immense eerbied. Vasten is zelfs een politiek en een kosmische daad, een daad de de redding van de hele schepping aangaat. Top

Suzuki Shunryu. Zen beginnen, eindeloos Zen beginnen. (Vert.R.Noorbeek. Deventer: Ank Hermes, 1976, p.19
Een roshi is iemand die de volmaakte vrijheid heeft verwezenlijkt die voor ieder mens bereikbaar is. Hij bestaat ongedwongen in de volheid van zijn gehele wezen. Het stromen van zijn bewustzijn is niet het vaste, zich herhalende patroon van ons normale egocentrische bewustzijn, maar ontstaat spontaan en natuurlijk uit de situatie van het ogenblik. Dit geeft zijn leven een buitengewone staat van veerkracht, oprechtheid, eenvoud, nederigheid, rust, blijheid, een ongewone doorzichtigheid en een onpeilbaar mededogen. Zijn hele wezen toont wat het betekent in de werkelijkheid van het heden te leven. Zonder dat er maar iets gezegd of gedaan wordt, kan de invloed van een ontmoeting met een zo ontwikkelde persoonlijkheid voldoende zijn om iemands hele levenswijze te veranderen. Maar uiteindelijk is het niet het buitengewone in de leraar dat de leerlingen in de war brengt, intrigeert en verdiept, maar zijn doodgewoonheid. Omdat hij alleen maar bij zichzelf is, is hij een spiegel voor zijn leerlingen. Als we bij hem zijn, voelen we onze eigen zwakke en sterke punten, zonder dat we merken dat hij ons prijst of terecht wijst. In zijn aanwezigheid zien we ons oorspronkelijk gelaat en het buitengewone dat we zien is alleen onze eigen ware natuur. Als we leren onze eigen natuur vrij te laten, dan verdwijnen de grenzen tussen lereaar en leerling in één diepe stroming. Top

Tagore Rabindranath.
Geef me de kracht om te veranderen wat kan veranderd worden. Geef me het geduld om te aanvaarden wat niet veranderd kan worden. En geef me de wijsheid om het onderscheid te maken tussen beide. Top

Tagore Rabindrantath. Gitanjali. Naar een nieuwe dageraad. Tielt: Lannoo, 1999,p.31
Allerhoogste,
Als ik U, nu, in dit leven, niet mocht ervaren,
laat mij dan voelen dat ik U gemist heb
en dat mijn leven leeg was.
   Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar U.
Als ik , gelukkig oud, vereerd en rijk mag worden,
laat mij dan beseffen dat ik nog
niets gekregen heb.
   Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar U.
Als ik vermoeid langs de weg wil rusten,
laat mij dan niet vergeten
dat de verre reis nog voor mij ligt.
   Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar U.
Als mijn huis versierd, vol zachte muziek
en blije mensen is, laat mij dan weten
dat ik U niet uitgenodigd heb.
   Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar U. Top

Tauler Johannes, Pr.1 Uit: Jungclaussen Emmanuel. De innerlijke grond. De wereld in ons innerlijk ontdekken aan de hand van Johan Tauler. Haarlem: J.H.Gottmer,1976, p.78
Daarom moeten jullie het stilzwijgen beoefenen. Dan kan het Woord dat geboren moet worden, in je worden gesproken en in je worden vernomen. Want -beslist- als jullie willen spreken, dan is God gedwongen te zwijgen! We kunnen het Woord niet beter dienen dan door te zwijgen en te luisteren. Als je het Woord alle ruimte geeft in je ziel, dan zal het je ongetwijfeld geheel en al vervullen: naarmate je het de ruimte geeft, zal iets van zijn wezen in jou binnenstromen -niet meer en niet minder. Je moet dat zwijgen steeds vaker in je laten ontstaan. Je moet het een gewoonte in je laten worden; als gewoonte wordt het een vaste eigenschap in je. Voor iemand die zich erin heeft geoefend, is dat niets bijzonders -hoewel het iemand die het niet heeft beoefend, totaal onmogelijk lijkt. Door gewenning word je er handig in. Mogen we nu allen er ons op voorbereiden die edele geboorte in ons te laten plaats vinden -zodat we werkelijk geestelijke moeders worden- daartoe helpe ons God. Top

Teilhard de Chardin, Christelijke mystiek 475 uit: A.Grün & G.Riedl. Mystiek en Eros. Kampen: Ten Have, 2007, p.78-79
Betekenis van mijn leven=de mystiek van God in alles leven en laten leven. Ik ervaarde de grondslagen en de ontwikkeling van deze mystiek als volgt: 1.Mystieke capaciteiten. Het zijn er twee: a)de liefde voor de persoon -vooral aanwezig tussen vrouw en man= liefde voor wat in mij, doordringend, geconcentreerd is; b)liefde voor de wereld -aanwezig in alle mensen [...] komt bij alle mystici voor, maar blijft vaak onopgemerkt= liefde voor wat groot, machtig, omhullend, absoluut is. 2.Deze beide capaciteiten zijn noodzakelijk, moeten dus gecultiveerd worden (dit wil zeggen: de beide capaciteiten om lief te hebben moeten, om ons met God te verenigen, hun object voort zetten, niet verlaten). 3.De persoon en de wereld mogen niet verworpen worden als nutteloos, zodra de capaciteit om lief te hebben voldoende sterk zijn. Maar om de persoon en de wereld tegelijk met God lief te kunnen hebben (zonder dat zij door de kennis die wij van God hebben, hun bekoring verliezen), moeten wij voor hen een absolute en goddelijke stimulans vinden. 4.God 'esse tractabile' (een aanraakbaar, hanteerbaar bestaan) geven is de betovering van het universum. We voelen God overal (net als de lucht), want Hij handelt of wij handelen. -We intensiveren Hem om ons heen door de wereld te vergeestelijken. Wij kunnen dus in het hart van het universum 'God betasten'. De kosmische liefde kan als bemiddelaar dienen om de personele liefde te vergoddeljken. [...] Een belangrijk element in de mystiek is het genot (de hartstocht) over het bespeurde goddelijke element. [...] Hoe meer ik mezelf ben, des te meer hoor ik bij God. (Vgl. een cel in een organisme) Hoe meer je realist bent, des te meer ben je mysticus. De hartstocht om zich met God te verenigen, dwingt de mysticus om de dingen hun maximum aan werkelijkheid te geven. Top

Theresa van Avila
Gebed is volgens mij niets anders dan de intieme vriendschapsrelatie met de God door wie men gekend en bemind is.

Thomas R.S., (The Bright Field) in Kim Nataraja. Dans met je schaduw. Averbode: Altiora, 2008, p.177)
Ik heb de zon zien doorbreken
om een wijle een klein veld te
verlichten, en ik vervolgde mijn weg
en vergat het. Maar dat
was de kostbare parel, het ene veld,
waarin de schat verborgen zat. Ik besef nu, dat ik al
wat ik heb, moet afstaan om het te bezitten.
Leven is niet zich haasten naar een wijkende
toekomst, noch hunkeren naar beelden uit het
verleden. Het is zich afwenden zoals Mozes
bij het mirakel van het brandend braambos,
bij een schittering, die zo voorbijgaand leek
als eens je jeugd, maar het is eeuwigheid,
die op je wacht. Top

Vaderspreuken
Als de was niet lange tijd verwarmd is en zacht geworden, kan er geen zegel in gedrukt worden. Top

Vaderspreuken. Abt Pambo in A.Grün. Goed omgaan met jezelf. Tielt: Lannoo, 2001; p.86
Als je een hart hebt, kan je worden gered. Als je een hart hebt, een hart hebt dat klopt, dat werkelijk je middelpunt is, waar alles uiteindelijk van uitgaat en waarin alles samenkomt, dan kan je worden gered, verlost, bevrijd. Dan heeft je eigen slavenhouder, die jou als slaaf houdt, jou onderdrukt, geen kans. Hij wordt door de ruimte, de levendigheid, de goedheid van je hart -ook tegenover je zelf- verdrongen, van zijn macht beroofd.Top

Vaderspreuken. Apofthegma 274 uit het oud-Ethiopisch. Uit:Maurits Pinnoy (Vert.) Monnik in de woestijn. Woorden van Abba Poimen. Averbode:Altiora,p.90)
Een broeder ondervroeg abba Poimen: 'Hoe merkt een mens dat hij enig voordeel behaald heeft?" ...'...Hij merkt het als de bekoring daar is; door haar zal hij weten of hij vruchten verworven heeft. Iemand die klaar staat voor de bekoring weet zo dat hij vruchten plukt, maar als de bekoring zich voordoet en hij is er niet klaar voor, dan weet hij dat hem geen enkele vrucht toe komt." Top

Vaderspreuken. Apofthegma 295 uit het oud-Ethiopisch. Uit:Maurits Pinnoy (Vert.) Monnik in de woestijn. Woorden van Abba Poimen. Averbode:Altiora,p.96
Abba Poimen zei: "Ik ken een broeder in Scetis die drie jaar lang een tweedaagse vasten onderhield zonder goede voortgang te maken. Maar toen hij deze wijze van vasten opgegeven had om iedere dag te vasten tot 's avonds, met doorzicht, toen bleef hij de strijd winnen." Abba Poimen zie me ook: "Eet zonder te eten, drink zonder te drinken, slaap zonder te slapen; gedraag je met doorzicht en je vindt rust." Top

Vaderspreuken
Niet volmaakt is het gebed waarin de monnik zich bewust is van zichzelf of van het feit dat hij bidt. (Abt Antonius in Joannes Cassianus. Gesprekken IX,31. Bilthoven: Nelissen, 1968, p.183)Top

Van Broeckhoven Egied. Uit: Georges Neefs: Vriendschap in God. Het levenscharisma van Egied van Broeckhoven. Brugge: Emmaüs, DDB, 1974 p.35
Het gebed is als een bloem die men moet begieten: het begieten (oefeningen) alleen kan niets, de echte groei blijft voor ons onbegrijpelijk. Maar begieten is nodig, anders zou de bloem uitdrogen. Top

Van Broeckhoven Egied. Uit:Georges Neefs. Vriendschap in God. Het levenscharisma van Egied Van Broeckhoven. Brugge: Emmaüs, DDB,1974, p.94
Heer, leer me in alles wat ik ontmoet op mijn pelgrimstocht naar U,
U zelf reeds zover ontmoeten dat het heimwee naar U steeds groter wordt,
en totaler en consequenter,
en zo mijn liefde tot alles en allen steeds dichter komt bij zijn volle schittering. Top

Van Steenbergen Frans. Liefde is concreet. 1991,p.34-35
Ascese is een woord uit de beeldhouwkunst. Uit een stuk marmer of een blok hout wil men een beeld maken. Daarvoor moet heel wat steen of hout uitgekapt of gebeiteld worden. Dit duidt men aan met het woord ascese. De figuur die te voorschijn komt, wordt als het ware uit de vormloze massa bevrijd. Door de ascese komen de juiste vormen en de schoonheid van het kunstwerk te voorschijn. Als we ascetisch leven, als we leren leven met beperktheid en armoede, als we onze grenzen erkennen en ermee leven, aanvaarden we dat we niet alles hebben en niet alles zijn. Dan ontvangen we ons leven met een ruimte van vrijheid en verlangen. Top

Van Tilt Eddy. Is de achterdeur op slot? Pleidooi voor een cultuur van de ontmoeting. Kapellen: Pelckmans, 1995, p.51-52
V.Frankl heeft geformuleerd dat de mens niet zozeer verlangt naar het gelukkig-zijn op zichzelf maar naar een reden om gelukkig te zijn. En deze reden is volgens hem een zin buiten de mens zelf. (...)Terwijl de reden tot geluk zich steeds situeert op het vlak van de zinsbetrokkenheid, is een oorzaak daarentegen altijd biologisch, fysiologisch of technisch. (...) Welnu, als 'geestelijke' redenen tot zingeving vervangen worden door chemische of andere oorzaken, dan zijn de effecten van verworven geluk, lust of macht even kunstmatig en voorbijgaand als hun oorzaak. (...) Het gaat de mens voor alles maar ook uiteindelijk om de zin en om niets anders dan de zin van het leven. En als er een reden tot geluk is, komen er als het ware spontaan en automatisch geluk, lust en zelfontplooiing uit voort. Dan hoeven we geluk en zelfactualisatie als dusdanig niet na te streven. Frankl omschrijft de mens als 'wil tot zingeving'. De mens heeft als het ware een natuurlijke gerichtheid op zin, zelfs ondanks zichzelf. (...)De laatste decennia zijn we zo bezig geweest met de oorzaken voor ons geluk dat we vergeten zijn dat we redenen nodig hebben om echt gelukkig te zijn. Top

Vanier Jean. Jésus, le don de l'amour. Fleurus/Bellarmin, 1994, p.183
We worden geroepen om te groeien in kracht en competentie. maar deze kracht dient om een gemeenschap van liefde te stichten en niet voor onze eigen eer. We worden niet geroepen om op een eiland te leven, onafhankelijk van iedereen, opgesloten in de zelfgenoegzaamheid. We zijn allen met elkaar verbonden, afhankelijk van elkaar. De zwakken hebben de sterken nodig, evenzeer als de sterken ook de zwakken nodig hebben, opdat men zich niet zou terugtrekken in dodend gedrag van macht en hoogmoed, die het verborgen kind in ieder van ons verwondt. De meest fundamentele nood van het menselijk hart is de verbondenheid. Top

Varillon François
Zolang de mens mens is, is het het verlangen naar God dat hem tot mens maakt.Top

Veilleux Armand. Geroepen om opnieuw gevormd te worden naar het beeld van Christus. Gedachten over monastieke vorming. Uit: Monastieke Informatie 1996,nr.123, p.103-104
Een autenthiek contemplatief leven bestaat er niet in dat we ons uit de werkelijkheid terugtrekken om in een kunstmatig of zuiver-geestelijke wereld te leven. Integendeel, het betekent dat we ons terugtekken naar het centrum, het hart van de hele werkelijkheid. Een gezond gemeenschapsleven helpt ons gelijkmoedig de verschillende informaties die we ontvangen en de verschillende gebeurtenissen die we beleven naar hun waarde te schatten. Het helpt ons onze subjectieve projecties en onze al of niet bewuste verlangens achter te laten.
In veel gevallen vormt starheid van positie-kiezen, van de eigen analyse van de werkelijkheid, een obstakel voor de geestelijke en menselijke groei. Een monnik die gewoon blijft groeien in het gemeenschapsleven moet iemand zijn die steeds meer in staat is zich aan te passen, zijn meningen te herzien, van houding te veranderen. Hij weet om te gaan met de spanningen die in het menselijke bestaan onvermijdelijk zijn en met de spanningen die in ieder geemeenschapsleven onvermijdelijk zijn, zonder de vrede van zijn hart te verliezen. Een gezond gemeenschapsleven maakt het mogelijk dat je geleidelijk groeit in die houding van begrip, van compassie en sympathie jegens allen. Een monnik die zich ontwikkelt tot ketterjager heeft iets verontrustends! Top

Vidil François. Mais moi, je t'aime. Collection:"Aujourd'hui la vie". Paris: Jet réalisations, 1996, p.123
De Vader is met mij begaan, hij heeft me gedragen als zijn zoon. En men is goed in de armen van de Vader, men vermoeit zich niet. Natuurlijk, zoals iedere vader, heeft God me opgevoed. Doorheen de geschiedenis en de verhalen van de Bijbel, de herinnering ook aan mijn eigen verleden, heeft God me geplaatst in mijn armoede, hij heeft me honger doen kennen. Maar ik heb ook mijn vrijheid ontdekt. Ik heb gewoonweg de poort open gemaakt en hij heeft mij gezuiverd, meer dan ikzelf in staat zou zijn geweest. (...) Doorheen die tijd, heb ik me sterk verbonden gevoeld met de natuur. De zon heeft me geholpen te oriënteren wanneer ik de weg was kwijt geraakt. De vogels hebben me geleerd om te luisteren. De rotsen en de bergen vertelden me dat er eeuwen nodig waren van wind en water om de valleien vorm te geven. Top

Frans Weerts
Pasen in ons eigen leven geeft ons telkens te verstaan dat we ondanks onze kleinheid opgewekt mogen bestaan. Top

Weil Simonne
Het is niet aan de wijze waarop iemand praat over God dat ik kan merken dat hij heeft vertoefd in het vuur van de goddelijke liefde, maar in de manier waarop hij praat over aardse zaken. Top

Willem van St.-Thierry. Commentaar op het hooglied,hs66. Bonheiden: Abdij Bethlehem, reeks Monastieke Cahiers, 1,1984,p;91
O beeld van God, erken uw waardigheid. Laat de afdruk van uw Maker in uzelf weerkaatsen. Voor uzelf bent u armzalig, maar toch bent u kostbaar. Hoe meer u zich hebt afgekeerd van Hem Wiens beeld u bent, des te meer bent u besmet met andere beelden. Maar wanneer u begint te ademen in de lucht waarin u geschapen bent, en als u de opvoeding dapper aanvaardt (Ps.2,12), zult u de oppervlakkige verguldsels van de bedrieglijke beelden, die niet goed vastzitten, even vlug losslaan als ontvluchten. Wees dus helemaal bij uzelf en gebruik u hele zelf om te leren kennen wie u bent en Wiens beeld u bent, om zo ook te komen tot het onderscheid en tot het inzicht van wat u bent en kunt in Hem, Wiens beeld u bent. Top

Williams Rowan. Stilte en honingkoek. Wijsheden uit de woestijn. Antwerpen: Halewijn. 2005,p.139-140
Wat zouden de woestijnvaders en -moeders vandaag tegen jonge mensen zeggen? Ze zouden kunnen zeggen: 'Waarom zo'n haast?' Ze zouden verwonderd zijn hoeveel waarde onze cultuur hecht aan snelheid. Ze zouden kunnen zeggen dat de haastige drang om dingen te bezitten een aanwijzing is voor valsheid en een verkeerd begrip van wie je als mens eigenlijk bent. Het is goed om je tijd te nemen. Alleen door je tijd te nemen kan je realiseren hoeveel meer je bent dan een individu. Door je tijd te nemen word je opgebouwd door het karakter van de hele wereld waarin je leeft en de mensen om je heen. Top

Williams Rowan uit: Radcliffe, T. Waar draait het om? als je christen bent. Averbode: Altiora, 2007, p.243-244
Wat wordt er dus van ons gevraagd van ons die tot deze broederschap geroepen zijn? Ten eerste wordt van ons gevraagd dat we weten dat het Christus is die vrede gesticht heeft. Met andere woorden: we hoeven niet bezorgd te zijn. Op dit soort advies zit geen enkele kerk te wachten, en zeker de Anglicaanse gemeenschap op dit moment niet; toch zegt Christus dit tegen ons. Hij heeft vrede gesticht en ons leven berust op wat Hij heeft gedaan en op niets anders. Onze eigen pogingen om vrede te stichten, ons in wereld en kerk van de vrede te getuigen hoeven niet gekenmerkt te worden door angstig streven, wanhopig activisme of het verlangen om het hier en nu allemaal voor elkaar te krijgen. Hij heeft vrede gesticht door het bloed aan zijn kruis, en wij leven in de volheid van wat Hij gedaan heeft en warmen ons aan de vuurpilaar die in ons midden is opgericht, tussen aarde en hemel, door zijn gebed en offer. Top

Wolk van niet weten. (onb. auteur uit 14e eeuw)(Vert. en inl. André Zegveld). Nijmegen: B.Gottmer's,1974, p.65-66-hs 7
Zou er een gedachte bij je opkomen die zich tussen jou en die duisternis wil wringen, een gedachte die vraagt wat je eigenlijk zoekt en waarnaar je eigenlijk verlangt, antwoord dan dat je God zoekt: 'Hem verlang ik, Hem zoek ik, niets anders dan Hem.'
Zou die gedachte dan vragen: 'Wat is deze God', antwoord dan dat het de God is die jou schiep, die jou verloste, en die, door zijn genade, jou geroepen heeft Hem lief te hebben. En zeg tot die gedachte: 'Zelf weet jij volstrekt niets van Hem'. En voeg er dan meteen aan toe: 'Weg jij!' en vertrap hem uit liefde tot God. Ja, op deze manier moet je zelfs ook handelen, wanneer die gedachte heilig schijnt te zijn, en erop berekend je te helpen om God te vinden. Het is heel goed mogelijk dat hij je een hele boel prachtige en wonderbare verhalen te binnen zal brengen omtrent Gods goedheid, en je zal herinneren aan zijn zoetheid en liefde, zijn genade en zijn barmhartigheid. Als je maar naar hem wilt luisteren; verder vraagt hij je niets. Hij blijft maar babbelen, en geleidelijk brengt hij je op het lijden van Christus. Dan zal hij je wonderlijke goedertierenheid van God tonen; hij wil niets liever dan dat je naar hem luistert. Want dan gaat hij verder en toont jou je voorbije leven, en als je die ellende nog eens aanschouwt, ben je weer ver weg, terug op oude vertrouwde plekjes. En voor je weet waar je bent, zit je middenin een ongelooflijke verwarring. Hoe dat komt? Heel eenvoudig omdat je er vrijwillig in hebt toegestemd om naar die gedachte te luisteren, deze te beantwoorden, te aanvaarden en de vrije teugel te geven.
Natuurlijk, toch was deze gedachte goed en heilig, en eigenlijk zó noodzakelijk dat, hoe ongerijmd het ook klinken mag, niemand, man noch vrouw, kan hopen tot de beschouwing te komen zonder het fundament van veel van dergelijke heerlijke meditaties over de eigen ellende, over het lijden van onze Heer, en over de liefde van God en diens grote goedheid en heerlijkheid. En toch moet de meer gevorderde deze overwegingen loslaten en ze wegbergen, diep in de wolk van vergeten, wil hij tenminste ooit doordringen in de wolk van niet-weten, die hangt tussen hemzelf en God. Top

Wolk van niet weten, (onb. auteur uit 14e eeuw)(Vert. en inl. André Zegveld). Nijmegen: B.Gottmer's,1974, p.71 hs 9
Wees er zeker van dat je in dit leven nooit een onbewolkt zicht op God zult hebben. Maar je kunt je van zijn aanwezigheid bewust zijn als Hij je dit door zijn genade schenken wil. Verhef daarom je hart naar die wolk. Of, beter gezegd, laat God je hart naar die wolk optrekken. En probeer met zijn hulp al het andere te vergeten. Top