|
In deze reeks zijn ondertussen teksten verschenen van
Aelred van Rievaulx, Augustinus,
Balmary M., Barnard W.,
Bernardus van Clairvaux, Bodar
A., Bonhoeffer D., Braekers
M.,Broeckx P.M.,
A Carthusian, Casel O.,
Casey M., Chouraqui A.,
Claudel P.,Coghe J.,
Colliander Tito,
de Cock B., De Dijn H.,
de Mello A., de
Saint-Exupéry A., De Wit H.F., Deblauwe
V.,Depoortere K., Desmet
M.,Diadochus van Photikè, Dionysius,
Dorotheos van Gaza, Dupré
L.,
Eliot T.S., Epictetus,
Erikson Erik,Evagrius,
Fortmann H., Freeman
L., Frère Roger van Taize,
Mahatma Gandhi, Gelaude
K., Gerhardt I., Geysels
L., Gilbert van Hoyland, Gregorius
de Grote,Grün A.,Guigo
I,
Hadewijch, Haers J.,
Hammarsjköld D., Heschel
A., Hesychius van Batos, Hillesum
E.,
Ide P., Isaac van Stella,
Jäger W., Johannes
van het Kruis,
Keating T., Kornfield
J.,Kubler-Ross E., Kuitert
H.M.,
Lathouwers T., Leijssen
M., Lockhart R.B., Louf
André,
Main J., Mechiels-Van
Herp H., Meister Eckhart, Merton
T., Monbourquette J., Moore
T.,
N.N.,Neefs P., Newman
J.H., Nouwen H.,
O'Donohue J., Oosterhuis
H., Origines,
Pacot S., Peeters M.,
Philotheus van de Sinaï, Pollefeyt
D.,
Radcliffe T.,Rilke Rainer
Maria, Roethke T., Ruusbroeck,
Schmitt E.E., Seattle,Servotte
H.,Shinoda Bolen J, Sölle
D.,Spreuken, Standaert
B., Suzuki S.,
Tagore Rabinandranath,Tauler
J., Teilhard de Chardin, Theresa
van Avila, Thomas R.S.,
Vaderspreuken, Van
Broeckhoven E., Van Steenbergen F.,
Van Tilt E., Vanier J.,Varillon
F., Veilleux A.,Vidil
F.,
Weerts F., Weil Simonne,Willem
v. St.Thierry, Williams R., Wolk
van niet weten
Aelred van Rievaulx. De
Geestelijke Vriendschap, I,20-21. Reeks: Monastieke Cahiers, nr.6.
Bonheiden: Abdij Bethlehem, 1979, p.32-33
Een vriend kun je de behoeder van de liefde noemen, of, zoals sommigen
het liever uitdrukken, de behoeder van de ziel zelf; want mijn vriend
moet de behoeder zijn van onze liefde of van mijn ziel zelf; zo
moet hij in trouw stilzwijgen zielsgeheimen kunnen bewaren en de
gebreken die hij ontdekt verdragen of, in de mate van het mogelijke,
genezen; de vreugde en het leed van zijn vriend is ook zijn vreugde
en leed, ja alles wat zijn vriend aangaat, raakt ook hem persoonlijk.
De vriendschap is dus de deugd die de zielen in een verbond van
innig-diepe genegenheid samenbindt en tot ware eenheid brengt. Zo
hebben ook de niet-christelijke filosofen de vriendschap niet gerangschikt
onder de voorbijgaande of vergankelijke deugden maar onder de deugden
die eeuwig zijn. Ook Salomo sluit zich hierbij aan in zijn Spreuken
waar hij zegt: "Een vriend bemint altijd" (Spr.17,17);
zo verklaart hij duidelijk dat vriendschap, indien ze echt is, eeuwig
is; als ze verdwijnt dan is ze, ook al scheen het anders, nooit
echt geweest. Top
Aelred van Rievaulx.
Spiegel van de liefde, III, XL, 111. Reeks Monastieke Cahiers, nr.28. Bonheiden:
Abdij Bethlehem, 1985, p.249 Wie dus een zoet genot vindt
in een vriend, moet er op letten, dat hij dit genot smaakt in de
Heer, niet op een wereldse manier in lichaamsgenot, maar wel in
geestelijke vreugde. Maar wat is 'genieten in de Heer'? vraagt ge.
De Apostel zegt aangaande de Heer, dat "Hij voor ons is geworden
wijsheid, gerechtigheid en heiliging vanwege God" (1Kor.1,30).
Als dus de Heer wijsheid is, heiliging en gerechtigheid, dan is
'genieten in de Heer', genieten in wijsheid, genieten in heiliging,
genieten in gerechtigheid. Door de wijsheid wordt wereldse ijdelheid
buitengesloten, door de heiliging wordt lichamelijke onzuiverheid
afgewezen, door de gerechtigheid wordt elke vleierij en alle lief
gedoe onder de duim gehouden. Want dan alleen is het liefde, als
ze volgens het woord van de apostel "komt uit een zuiver hart,
uit een goed geweten, uit ongeveinsd geloof" (1Tim.1,5) Een
zuiver hart ontvangt wijsheid, schroom verheldert het geweten en
ongeveinsd geloof is een sieraad voor de gerechtigheid. Top
Augustinus
Alleen in de overgave aan Gods liefde ligt het geluk besloten waarnaar
de mens hunkert en die liefde is ons geopenbaard in Jezus Christus.
Augustinus. Belijdenissen. (vert.Gerard
Wijdeveld), X,VI,8, p.290-291.Merksem: uitg.Westland/Utrecht: uitg.De
Fontein
Maar wat heb ik nu lief wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van
lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse
ogen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang,
geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen
manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de
omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet ik liefheb,
wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een
licht lief, zo iets als een stemgeluid, zo iets als een geur, zo
iets als een spijs en zo iets als een omhelzing wanneer ik mijn
God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing
van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans
fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt,
die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar de geur hangt, die
door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat die
door geen gretig eten wordt verminderd, daar waar die omhelzing
wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat
ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. Top
Augustinus
Slechts hij is onze vriend aan wie wij al onze ideeën durven
toevertrouwen. Top
Augustinus , (Sermo 80,7.)
Van aangezicht tot aangezicht. Preken over teksten uit het evangelie
volgens Matteüs. Amsterdam:Ambo, 2004, p.432
Verlangen is altijd bidden, ook al zwijgt de tong. Als je altijd
verlangt, bid je ook altijd. Want wanneer sluimert je gebed? Als
je verlangen bekoelt. Top
Augustinus
Soms is het goed dat God ons sommige dingen die we vragen niet geeft,
opdat Hij ons zou kunnen geven wat we niet vragen. Top
Augustinus. Sermo 243,1-2. Uit:Als
licht in het hart. Preken voor het liturgisch jaar. Baarn: Ambo,1996,p.149-150
Bij de evangelist Matteüs staat namelijk dat Jezus, toen Hij
was verrezen, verscheen aan twee vrouwen, van wie Maria Magdalena
er één was. Hij zei tot hen: 'Gegroet.' De vrouwen
kwamen naar Hem toe, hielden zijn voeten vast en aanbaden Hem. In
elk geval was Hij nog niet naar zijn Vader opgestegen. Hoe kan er
bij Johannes dan tegen Maria Magdalena worden gezegd: 'Raak Mij
niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen naar Mijn Vader?' In die
woorden lijkt door te klinken dat Maria Hem om zo te zeggen pas
aan kon raken, wanneer Hij was opgestegen naar de hemel. Wie van
de stervelingen kan Christus aanraken wanneer Hij in de hemel zetelt,
als dat op aarde al onmogelijk is?
Wel, die aanraking betekent geloof. Wie in Christus gelooft, raakt
Christus aan. Want ook de vrouw die aan bloedvloeiing leed, zei
bij zichzelf: 'Als ik de zoom van zijn kleed aanraak, zal ik gezond
zijn.' Met geloof raakte ze die aan en meteen was ze gezond, zoals
ze had verwacht. Opdat wij te weten komen wat aanraken werkelijk
inhoudt, zei de Heer onmiddellijk daarop tegen zijn leerlingen:
'Wie heeft Mij aangeraakt?' De leerlingen zeiden: 'De menigte dringt
tegen U aan en U vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?' Waarop Hij zei:
'Iemand heeft Mij aangeraakt.' Alsof Hij daarmee wilde zeggen: 'De
menigte dringt op, het geloof raakt aan.' Die Maria, tegen wie de
Heer zie: 'Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen naar
mijn Vader', lijkt dus de kerk te vertegenwoordigen, die in Christus
geloofde toen Hij was opgestegen naar de Vader.
Nu vraag ik u:'Wanneer bent u tot geloof gekomen?' Dat vraag ik
ook aan de kerk, over de hele wereld verspreid, die door die ene
vrouw werd voorgesteld. Als uit één mond antwoordt
de kerk mij: 'Toen Jezus was opgestegen naar de hemel, op dat moment
begon ik te geloven.' Wat wil 'op dat moment begon ik te geloven'
anders zeggen dan 'toen raakte ik aan'? Vele kortzichtige mensen
meenden dat Christus slechts mens was. Dat er goddelijkheid in Hem
schuilging, begrepen zij niet. Zij hadden Hem niet echt aangeraakt,
omdat ze niet echt geloofden. Wilt u Hem echt aanraken? Begrijp
Christus dan als even eeuwig met de Vader. Dan hebt u Hem aangeraakt.
Maar als u Hem slechts als mens beschouwt en niet méér
dan dat, is Hij voor u nog niet opgestegen naar de Vader. Top
Balmary Marie. Abel.Dwars
door Eden. Averbode: Altiora, 2000, p.26
De intensiteit en de vrijheid van ons psychisch -of geestelijk-
leven zijn afhankelijk van het feit of de ruimte boven ons open
of gesloten is, zoals een brandend haardvuur in een woning afhankelijk
is van een open en goed trekkende schoorsteen erboven.Top
Barnard Willem. Stille
Omgang. Tielt: Lannoo, 1995, p.726-727
Is dat waar? Verlang ik naar God? Naarmate ik meer mens word, zal
ik meer vraag worden. Het meest menselijke is blijkbaar, dat wij
één open wond worden voor God. En naarmate wij meer
en meer vragen, meer en meer de vraag worden, worden we meer en
meer mens. Maar er zijn mensen geweest, ik weet niet of ze minder
dan Job waren, voor wie dat wederzijdse vragen werd als een combat
de volupté, een liefdeshunkering en een vervulling. Zoals
het onder geliefden zijn kan, die van niets anders weten dan de
hunkering naar elkaar. Top
Bernardus van Clairvaux
,18e toespraak over het Hooglied,3 Naar:Toespraken
over het hooglied. Inl.:P.Delfgauw,Vert.:monniken ocso.Band 4, 1973Pro
manuscripto ,p.101
Wees verstandig en maak jezelf tot een waterbassin en niet tot een
afwateringskanaal. Kijk maar ’ns naar een afwateringskanaal.
Een afwateringskanaal loost het water onmiddellijk zodra het water
binnenkomt.
Bij een waterbassin is dat anders. Een waterbassin wacht totdat
het geheel vol is. Dan pas begint een waterbassin óver te
lopen. Een waterbassin deelt uit van eigen volheid terwijl het zelf
gevuld blijft.
Liefde vloeit over. Ze houdt voor zichzelf wat ze zelf nodig heeft.
En wàt ze heeft wil ze in overvloed hebben - om rijk te kunnen
zijn ook voor anderen. Kijk naar de bron! Kijk naar de bron zelf
van het leven.
Laat eerst jezelf vullen. Laat daarna wat de bron je nog méér
geeft overvloeien naar anderen.
Liefde stroomt over. Je leeg laten lopen is niet wat liefde vraagt.
Voor wie kun je goed zijn als je voor jezelf slecht bent?
Zie naar de bron van het leven. Vul eerst jezelf zoveel dat je overvloeit
naar anderen. Dan zal ik graag genieten van jouw overvloed.Top
Bernardus van Clairvaux. Brief
106.1-2
Geloof me op mijn eigen ervaring: men leert meer in de bossen dan
in de boeken. De bomen en de rotsen zullen u een wijsheid leren
die ge van uw leraren niet zult horen. Zelf zoudt ge zien hoe men
honing kan zuigen uit steen, en olie uit de hardste rots. Druipen
de bergen niet van zoetheid en vloeien de heuvels niet van melk
en honing? Bolsteren de valleien niet over van koren? Top
Bernardus van Clairvaux, Homilie
over de Verkondiging, IV.II. Uit:Wim Verbaal. Een middeleeuws drama.
Het conflict tussen scholing en vorming bij Abaelardus en Bernardus.
Kapellen: Pelckmans, 2002, p.247
Laat mij uit het Woord geworden naar uw woord. Laat het Woord dat
in den beginne was bij God, vlees naar mijn vlees worden naar uw
woord. Laat het Woord voor mij worden, niet uitgesproken zodat het
voorbijgaat, maar ontvangen zodat het blijft, want gehuld in vlees,
niet in lucht. Laat het voor mij worden niet alleen hoorbaar voor
de oren, maar ook zichtbaar voor de ogen, tastbaar voor de handen,
draagbaar voor de schouders. Laat het voor mij niet geschreven blijven
en stom, maar vleesgeworden en levend, dat wil zeggen: niet neergekrast
in stomme figuren op dode huid, maar in menselijke gedaante en levend
ingedrukt in mijn kuise ingewanden en dit niet door de schildering
van een dode pen maar door de werking van de Heilige Geest. Laat
het mij dan geworden op een wijze, zoals het nog niemand voor mij
geworden is, zoals het niemand na mij geworden kan. Op allerlei
manieren en in velerlei vormen heeft God vroeger in de Profeten
gesproken tot de Vaders. Er wordt verteld hoe sommigen het woord
van de Heer in het oor geschiede, anderen in de mond, sommigen zelfs
in de hand. Ik bid echter dat het mij ook in de schoot geschiedde
naar uw woord. Ik wil het niet kunstig gepredikt of in figuren aangeduid
of in beelden gedroomd. Laat het mij zwijgend ingeblazen, persoonlijk
vlees geworden, lichamelijk ingeworteld worden. Laat het Woord dat
het in zichzelf niet kon en ook niet nodig had om te worden, het
niet te min vinden om in mij te worden. Laat het niet te min vinden
om ook voor mij te worden naar uw woord. Laat het maar in elk opzicht
voor heel de wereld worden, maar laat het meer in het bijzonder
voor mij worden naar uw woord. Top
Bodar Antoine. In
zwakheid krachtig. Amsterdam: Anthos,2004, pp.51-52
De woestijn is klaarblijkelijk niet zonder liefelijkheid. In stilte
en zwijgen is het de plaats van Godsontmoeting in eenzaamheid en
vrijheid, in onverborgenheid en onverschrokkenheid. In de woestijn
staat de mens naakt voor zijn God. Die toestand is reeds beproeving.
Want voor God verschijnen betekent meteen zelfonderzoek. In de woestijn
komt God de mens meer tegemoet naar de mate dat de mens tevens bereid
is zichzelf tegen te komen.
De woestijntoestand betekent dit: Gaat u zelf niet uit de weg en
verdooft u niet met afleiding. Ziet u zelf onder ogen. Bedenkt dat
gij stof zijt en dat uw tijd hier eindig is. Weet dat ge alleen
zijt geboren en alleen zult sterven. Keert u af van hetgeen niet
deugt en keert u louter tot deugdzaamheid. Maakt u gereed God, de
Liefde Zelf, uw innerlijk te laten betreden .Zo worden we volledig
met Hem verzoend en heerst Zijn vrede volledig in ons.
De godsontmoeting is genade maar die gave overkomt ons in leegwording
van onszelf om gevuld te kunnen worden door Hem. Ontmoeting is geen
afstandelijkheid maar nabijheid. Ontmoeting is liefdevolle intimiteit
die niets achterhoudt. Ontmoeting bestaat in de bereidheid zichzelf
weg te schenken.
Liefde maakt de ene mens leeg om door de ander te worden gevuld.
Wat opgaat tussen mensen, hoe veel te meer gaat dat op tussen de
mens en zijn God. Jezus Zelf heeft de woestijn als toestand niet
nodig; wan Hij is zonder zonden. Maar voor ons, zondaars, is de
woestijn voorwaarde om opnieuw tot God te geraken.
In de Vasten kan de woestijn in ons tot bloei komen en zo vruchtbaar
worden, mits wij daartoe open staan. Het gebeurt ook dat de woestijn
ons overkomt -de hoedanigheid van schraalheid en troosteloosheid,
van lusteloosheid en mismoedigheid. Zo'n gemoedsgesteldheid kunnen
we niet anders dan verdragen en uithouden en als het ons lukt aan
God opdragen. Hij zal dan eens van Zich laten horen, mits wij in
geduld op Hem wachten . De woestijn is beproeving die ons leert
ferm te volharden. Top
Bonhoeffer Dietrich
God liet zich uitschakelen naar de rand van de wereld en op het
kruis. God is zwak en machteloos in de wereld, en dat is precies
de wijze waarop hij met ons kan zijn en ons kan helpen. Dit is het
beslissend verschil tussen het Christendom en andere godsdiensten.
In zijn lijden zoekt de 'religieuse' mens naar de macht van God
in de wereld; hij heeft God nodig als een deus ex machina. De bijbel
echter verwijst hen naar de machteloosheid en het lijden van God.
Enkel een lijdende God is in staat om te helpen.
Top
Bonhoeffer Dietrich
Wie is zuiver van hart? Hij die zijn hart niet bezoedelt met het
kwaad dat hij bedrijft en evenmin met het goede dat hij doet.
Top
Bonhoeffer Dietrich. Bonhoeffer
Brevier. Baarn: Ten Have, 1974, p.366
God wil niet, dat ik de ander vorm naar het beeld dat mij goed lijkt,
dus naar het beeld van mij zelf. In zijn vrijheid heeft God de ander
naar zijn beeld geschapen. Nooit kan ik van te voren zeggen, hoe
het beeld van God in de ander er uit zal zien. Steeds heeft het
weer een andere, geheel nieuwe en alleen in Gods vrije schepping
gefundeerde gestalte. Misschien vind ik die gestalte vreemd, goddeloos.
Maar God schept de ander naar het beeld van zijn Zoon, de gekruisigde,
en ook dit beeld leek mij werkelijk vreemd en goddeloos voor ik
het als van God gegeven leerde aanvaarden. Top
Braekers Marcel . Leven
van het woord. Verkondiging voor vragende mensen. Averbode: Altiora.
1995,p.70
De kunst van het sterven is meer dan doodgaan. Het is ook
de kunst om plaats te maken voor een ander, de kunst te aanvaarden
dat we toch niet zo'n grote dingen realiseren, maar slechts een
kleine schakel zijn in een grote stroom van mensen. Het is de kunst
om lief te hebben ook al kunnen we nooit als twee vlammen versmelten.
Op die manier zijn leven en dood onlosmakelijk in ons leven van
elke dag met elkaar verweven. Slechts in het volmondig beamen van
beide ontstaat een echte openheid voor het transcendente. Heidegger
noemde dit de houding van 'Gelassenheit', het onvoorwaardelijk opgeven
van alle Ik-gericht kennen en willen en zo open staan voor wat zich
aan mij wil geven: actief luisteren naar de roep van het zijn, voorbij
mensen en dingen, en in dankbaarheid deze aanspraak begroeten. Ook
een volwassen geloven en spreken over datgene of Diegene die zich
bevindt aan de overkant moet met deze inzichten rekening houden,
wil het niet vervallen in een platvloers essentialisme waarbij men
over God spreekt alsof Hij verborgen is in mijn broekzak (ik zie
niet wat erin zit, maar kan het vermoeden door te denken aan alles
wat ik nodig heb). Top
Braekers Marcel . Meister Eckhart.
Mysticus van het niet-wetende weten. Averbode: Altiora, 2007, p.51
Mens-zijn zou je vandaag kunnen omschrijvan als: staan in leegte,
steeds onderweg zijn. Het is een leven van verlangen, in het besef
dat dit verlangen oneindig is. Het heeft geen definitief eindpunt
en kent ook zijn oorsprong niet. Merkwaardig is dat de hedendaagse
mensen dit niet in angst en beven vaststelt, maar dat hij dit rustig
beschouwt als een vanzelfsprekendheid, als een kans en een uitdaging.
Men kan spreken en nadenken over de leegte. Ze is de vertrekbasis
om de werkelijkheid te ontdekken. Top
Broeckx P.M., o.praem.
Pasen vieren met de kerk. Een bijbels-spirituele visie op het paasmysterie.
Tijdschrift voor Liturgie, 1990, nr.74, p.131
Als ik er over nadenk, kom ik, na al die jaren tot het besluit dat
wat een gelovig gezin, wat een parochie- of kloostergemeenschap
samenhoudt niet een juridische band is, niet de uiterlijke factoren
zoals sociale achtergrond, een huis, een tuin, een stuk bezit, niet
gebedspraktijken, dagindeling, voorschriften of normen, zelfs niet
gezamenlijke vieringen van ons geloof. Dat alles is nodig of nuttig
en het speelt zeker in sterke mate mee.
Wat ons als gelovigen samenhoudt is veel subtieler en veel inniger,
veel innerlijker ook. Echte verbondenheid tussen gelovigen onderling
ontstaat, groeit door iets wat bijna niet onder woorden is te brengen.
Wat ik wil zeggen is dit: banden tussen mensen groeien niet uitsluitend
door regels en afspraken, maar door het geheim dat ze met elkander
delen, zoals de band groeit tussen man en vrouw, wanneer zij hem
vertelt dat zij in verwachting is. Letterlijk groeit dan het geheim
in haar schoot, geestelijk groeien zij naar elkaar toe in het samen
gedragen geheim.
Zo bindt ook ons als gelovigen en dragen wij samen, worden wij samen
gedragen door het diepe geheim: Jezus Christus, de God die voortdurend
in ons midden geboren wordt, lijdt, sterft, verrijst en verder leeft.
Ten diepste is het geheim in het leven van Christus dat ook ons
aan elkaar bindt zijn paasmysterie, d.i. de Heer Jezus zelf, verrezen
en levend in ons midden aanwezig. Pasen is dan het samen beleefd
en gevierd geloof in de levende en verrezen Heer, Jezus Christus.
Top
A Carthusian. Where
Silence is Praise. Michigan: Cistercian Studies 166, p.103
Het leven verloopt volgens een goddelijk plan, dat voor zichzelf zijn weg
dient te banen door alle soorten van kreupelhout, doorheen heuvels en dalen,
de moeilijkheden volgend van de weg, met tunnels, hellingen en omwegen -dat
is nu eenmaal leven, zolang we niet stoppen. Daarom, bekijk de dingen in het
gezicht, en pas jezelf aan hen aan dag na dag. De veranderingen van seizoenen,
de opeenvolging van koude en warmte, zon en regen, dag en nacht: dragen al
deze zaken niet bij tot het rijpen van het fruit? Zo is het ook met de ziel.
Top
A Carthusian. From Advent to Pentecost.
Carthusian Novice Conferences. London: Darton, Longman & Todd,
1999, p79
Bekering beperkt zich voor ons niet tot een louter morele of ascetische inspanning,
die kan blijven hangen op het louter menselijk vlak. Ons christen-zijn komt
van ergens elders, en om dit terug tot leven te brengen dienen we onszelf
onder te dompelen in de bron van waaruit het vloeit. Top
A Carthusian, They speak by
silences. London:Longmans, Green and Co, 1955, p.8.
Onze bekwaamheid tot vreugde wordt gemeten naar onze bekwaamheid
tot lijden en het is enkel omdat we sterk geleden hebben dat we
ooit ook op een dag de vreugde zullen kennen.
A Carthusian. From Advent to
Pentecost. Carthusian Novice Conferences. London: Darton, Longman
and Todd, 1999, p.139.144-145
De verrijzenis is de rust na de pijnlijke spanning van de passieweek,
het is de steen die van het graf is weggerold, het is de vreugdevolle
roep van Maria Magdalena, het is de andere zijde van het graf
die lichtend is geworden. Het is de zekerheid dat het leven reeds
triomfeert en dat het uiteindelijk zal triomferen: de fundamentele
kracht die de wereld en de geschiedenis ondersteunt is liefde,
en liefde is sterker dan de dood. Het is enkel in het licht van
de verrijzenis dat ik kan begrijpen wat het leven betekent.
Je zal zeggen dat er in jou niets schijnt veranderd te zijn. Echter,
alles is veranderd! Maar op een dieper niveau dan waar je normaal
kijkt. Ja, je zal doorheen lijden en dood moeten gaan, maar dat
zal nu juist een doorgang zijn tot het ware leven waarvan Ik jou
tot hiertoe heb gesproken. Uw zwakheden blijven, opdat mijn kracht
in jou tevoorschijn kan komen als van mij komend en je trots het
niet zou toeëigenen. De inspanning, het risico en de verantwoordelijkheid
van je vrijheid blijven opdat je een mens zou kunnen zijn, die
tot Mij kan komen vanuit eigen beweging. Ik wil dat je deel uitmaakt
van mijn volledig mysterie, niet enkel van mijn verheerlijking
maar ook van mijn intens geleefde liefde en van mijn dood. Zo
zal het leven zich een weg banen doorheen jou naar je broeders.
Je machteloosheid om oprecht lief te hebben met heel je hart,
zal ook blijven, maar enkel in de mate dat je die weg dient leren
te beklimmen van de liefde, dat je geleerd zal hebben niet meer
te rekenen op je eigen inspanningen om lief te hebben, maar dat
je toelaat dat Ik liefheb in en door jou. (...) Wat Ik jou breng
is de gave van mijn verrezen leven, mijn licht die de Vader ziet
van aangezicht tot aangezicht, mijn liefde die de liefde van de
Vader is in mij en mijn liefde in de Vader. Je dient enkel je
te openen voor het geloof zodat de goddelijke kracht van dit licht-leven-liefde
zich vrij kan ontvouwen in jou. Dit wordt niet bepaald door je
zwakheid maar door mijn kracht. (...) Alles leidt uiteindelijk
tot de parousie. Laat je gedragen worden. Schenk me je lege ruimte
waar Ik mijn vitaliteit van mijn liefde en vreugde kan uitgieten.
Geloof in vreugde -het is mogelijk, ook voor jou. Geloof in de
liefde. Geloof in het leven, het ware leven. Geloof in mij, want
Ik hou van jou. Wees mijn vreugde in het hart van de Kerk.
De bedoeling van het leven, de bedoeling van de tijd, is te reiken
naar de uiteindelijke overwinning, niet reeds het tenvolle realiseren
in je leven. Want je dient ook de nederige weg van de Dienaar
te volgen. Je zal wandelen in het duister van het geloof langs
een geheime weg. Jouw glorie- mijn glorie in jou- bezit je in
hoop. Je zal een man van verlangen zijn, een pelgrim die verdergaat
met de vreugde van het vaderhuis dat hij in zijn hart voelt. Een
arme man, rijk in liefde, in mijn liefde voor jou. Ik geef je
mijn armoede: wees mijn liefde. Heb lief! Dit is de kern van het
eeuwige leven. Het is reeds aanwezig omdat Ik aanwezig ben, in
de mate van je geloof en je liefde. Top
Un chartreux. Vivre dans l'intimité
du Christ I. Paris: Presses de la Renaissance, 2005, p19-20
Indien we kiezen om te leven in een kleine cel, onze contacten beperken
met onze broeders en de wereld, is dit niet om een bekrompen bestaan
te leiden, opgesloten in ons kleine ego. Integendeel, het is net
om ons hart open te stellen op de dimensies van Christus' hart,
opdat we de ganse mensheid in liefde zouden kunnen omhelzen, om
de ganse wereld mee te dragen in ons gebed en lofprijzing. Net
zoals een astronoom een van zijn ogen sluit om met zijn ander
oog zich te fixeren op de nauwe opening van een grote telescoop,
niet zozeer om te vermijden van datgene te zien wat zich onmiddellijk
naast hem afspeelt, maar om zijn blik te kunnen werpen op de immensiteit
van de sterrenhemel. Indien we ons bezinnen in ons hart, dan is
dit niet om anderen buiten te sluiten, maar is dit juist om in
voeling te komen met de grond van ons wezen voorbij mijn eigen
individuele zelf om zo een opening te maken voor de goddelijke
ruimte. Daar herontdekken we onszelf en onze broeder in die eeuwige
liefde die de ultieme waarheid is voor ons allen. "Dat allen
één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in
U: dat ook zij in Ons mogen zijn...opdat de liefde waarmee Gij
Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen." (Joh.17,21.26b)
Dit zijn de dimensies van onze eenzaamheid. Hoe smaller onze cel,
hoe ruimer onze blik dient te zijn. Top
Casel O.
Beeld Gods te zijn is het wezen van de mens maar tegelijk ook zijn
opgave. Top
Casey Michael ,ocso,
A guide to living in the truth: Saint Benedict's teaching on humility.
Missouri:Liguori, 2001, p.53.
Doorheen verschillende eeuwen en in verschillende
culturen en klimaten heeft het Benedictijns monachisme voldoende flexibiliteit
gehad om zich aan te passen en te overleven. Dergelijke stabiel instituut
vertoont gelijkenissen met een modern gebouw dat ontworpen is om bestand te
zijn tegen aardbevingen. De meesten van ons veronderstellen dat de manier
om zo'n gebouw te ontwerpen erin bestaat om alles heel sterk en stevig te
maken met gebruik van veel gewapend beton. In feite bestaat het geheim erin
om aardbevingen te doorstaan, gebouwen te hebben die mee bewegen met de bevingen
van de aarde. In plaats van onwrikbaar de schokkingen te doorstaan, deint
het gebouw mee met de trillingen. Wanneer het voorbij is, komt het gebouw
onbeschadigd weer in zijn oorspronkelijke positie. De principes van het Benedictijnse
leven zijn solied genoeg, maar er is volop ruimte voor verscheidenheid in
uitdrukkingsvormen. Top
Casey Michael. Sacred Reading,
The Ancien Art of Lectio Divina, Missouri: Liguori, 1996, p.100
Waar er leven is, is er groei. En met groei, is verandering onvermijdelijk.
Casey Michael The Undivided Heart.
The Western Monastic Approach to Contemplation. Petersham, Massachusetts:
St.Bede's Publications, 1994, p.205.
Het vereist een genereuse act van actieve onthechting om buiten
het gebied van het bewuste te reiken om zo te komen tot het hart.
Ascese brengt niets op, haar taak is om die alternatieve bezigheden
en zorgen die het hart zouden kunnen verhinderen om opgericht te
worden, naar de achtergrond te duwen. 'Contemplatie veronderstelt
een edelmoedige en algehele inzet van zelf-controle.' (Merton) Enkel
op die wijze kan gebed een uiting zijn van een zuivere en onbaatzuchtige
liefde en niet enkel een subtiel omhulsel die een streven naar zelfgenoegzaamheid
maskeert. Top
Casey Michael. Naar God. Inleiding
tot de praktijk van het gebed. Tielt: Lannoo, 2007, p.11-12
Plotselinge bekeringen komen wel voor, maar ik vermoed dat het plotselinge
eerder schijn is dan werkelijkheid. Wat we over het algemeen te
zien krijgen, is het hoogtepunt van een proces dat zich al jaren
ondergronds heeft afgespeeld. Wat onszelf betreft, doen we er goed
aan ons te realiseren dat onze reis naar God gelijkmatig over vele
tientallen jaren wordt gespreid -doorgaans wordt ons immers een
redelijk lange tijd hier op aarde vergund. Misschien lijkt het dat
we op een willekeurig uur van een willekeurige dag niet veel vorderingen
maken, maar dat is niet abnormaal. Een levenslange reis kan zich
niet de luxe veroorloven alle beschikbare energie op een paar bevoorrechte
momenten te verspillen. Evenmin als reizigers die op een klein schip
de oceaan oversteken, zijn wij in staat de snelheid van onze vorderingen
te peilen. Door de jaren heen drijven we voort op tij en stroming
en worden we door golven geteisterd. Vaak is er geen land in zicht
en blijven de hemelen gesloten voor onze ogen. Toch gaan we door.
Alles hangt ervan af of wij standvastig onze koers houden, hoewel
er op dat moment weinig is dat ons oordeel bevestigt. De waarheid
wordt pas duidelijk als we aankomen: ondanks oponthoud en hier en
daar een afdwaling, bewogen we ons per slot van rekening toch in
de richting die we wilden inslaan.
Top
Chouraqui André
Blijkbaar moet een mens eerst een affectief gemis in zich ontwaren
om zo ook zijn verlangen naar het Oneindige te ontdekken.
Top
Claudel Paul
God is het lijden niet komen wegnemen, Hij is het zelfs niet komen
uitleggen, maar Hij heeft het gevuld met zijn aanwezigheid.
Coghe Jan. Een
leven lang liefde. Taal tussen geboorte en dood, Tabor, Brugge,
1994.
Terwijl je weg bent
en mij enkel de leegte laat
vermoed ik onverwoord
dat je nog steeds bestaat...
Dat ik je nog kan horen,
en nog met je kan spreken...
want alle liefde die er was
kan zelfs de dood niet breken. Top
Colliander Tito .De
weg der asceten. Inwijding in het geestelijk leven. Bonheiden: Monastieke
Cahiers, 19787, p.83-84.
Waak over uzelf en wees bezonnen. Als u bemerkt dat u prikkelbaar
en onverdraagzaam wordt, verlicht dan uw last een beetje. Als u
een ander gauw wantrouwt of verwijten maakt of de les leest of aanmerkingen
maakt, bent u op de verkeerde weg: hij die zichzelf verloochent,
zal niet gauw anderen verwijten maken. Als u denkt dat u gehinderd
wordt door mensen of door uiterlijke omstandigheden, hebt u uw opdracht
niet goed begrepen; alles wat op het eerste gezicht ons lijkt te
hinderen, wordt ons in werkelijkheid als een kans geschonken voor
oefening in verdraagzaamheid, geduld en gehoorzaamheid. (...)
Ambrosius (°1812) raadt aan: Stel uzelf voor als een wiel: hoe lichter
het wiel de aarde raakt, hoe gemakkelijker het rolt. Denk en spreek
zo min mogelijk en bemoei u zo min mogelijk met aardse zaken. Maar
denk er ook aan, dat een wiel dat helemaal in de lucht is, niet
kan rollen. Top
de Cock Bernard
Ik vier vandaag (Hemelvaart) een feest waardoor me duidelijk wordt
gemaakt dat ik mijn thuishaven hier nooit definitief zal vinden.
Ik zal er mijn hele leven naar op weg zijn. Jezus is er na zijn
trektocht aangekomen. Niet op een bepaalde plaats, wel bij Iemand.
Alleen bij iemand kan men echt thuis zijn. 'Thuis zijn' is volmaakte
liefde. Ik zal me hierin heel mijn leven moeten oefenen, met de
hoop op mijn thuiskomst bij de Liefde zelf. Verwijlen, zomaar, van
aangezicht tot aangezicht. Met allen in God zijn. Top
De Dijn Herman. De
Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig.
Leuven: Davidsfonds. 2009, p.61
Ondanks de totale verlatenheid, geen opstandigheid, maar overgave
aan wie hij ondanks alles Vader blijft noemen. In hem leeft het
besef dat hij de weg is gegaan die tegen alle menselijke verwachtingen
in de weg van de Messias, de Christus, was. Toch lijkt die weg te
eindigen in het niets. Is dat zo? Het is nu van geen belang meer:
het is volbracht. Hier geen God die totaal transcendent, totaal
vreemd is aan het menselijke. Geen God die de mens oproept zo schrander,
zo sterk, zo onthecht te zijn dat we de dood niet meer vrezen, dat
angst, eenzaamheid, zinloosheid ons niet meer raken. In Christus
heeft God het menselijke van binnenuit doorleefd en is hij voor
ons die schrikwekkende zones binnengetrokken. De herder is een lam
geworden dat ter wille van anderen de slachtbank niet is ontvlucht,
hoewel dat perfect mogelijk was. Door de kruisdood te sterven, zal
Jezus kunnen beloven: ik zal altijd bij u zijn, vooral bij elkeen
die onschuldig, totaal onbeschermd, in de handen van nietsontziende
machtigen valt, die moederziel alleen het einde tegemoet gaat. Top
de Mello Anthony. Bronnen
van leven. Tielt: Lannoo, 1993, p.15
Slechts als ik de kunst van het braak liggen leer, zal mijn leven
vrucht dragen. Top
Antoine de Saint-Exupéry
Als je een schip wilt bouwen, leer de mensen dan verlangen naar
de zee.Top
de Wit Han F.De
verborgen bloei. Over de psychologische achtergronden van spiritualiteit.
Lamen: Kok Agora, 1993
Ook de Boeddha ervoer pijn. Maar het lijden onder pijn is getransformeerd
in medelijden met pijn; zowel wat voor onze 'eigen' pijn, als die
van anderen betreft. We hebben nu de ruimte om op lijden te reageren
niet vanuit angst en agressie maar vanuit moed en mededogen. Zo
gaan we dan steeds meer leven vanuit onze humaniteit, vanuit onze
diepste wens dat alle mensen gelukkig zijn en vrij van lijden mogen
zijn. Die vorm van leven gaat verder dan het soort van geluk, waar
veel mensen (inclusief sommige psychotherapeuten) naar streven,
namelijk geluk als egobevrediging. In boeddhistische zin is geluk
een staat van zijn die voorbij teleurstelling en bevrediging is.
Geluk is de smaak van onbevreesd handelen zelf, zowel ten opzichte
van lijden en verdriet, als tegenover welzijn en vreugde. Hoe meer
we onbevreesd mededogen cultiveren, hoe beter we in staat zijn ook
met pijnlijke en verworden situaties om te gaan. En dat vermogen
wordt als een diep geluk ervaren. Misschien zouden we zelfs kunnen
zeggen dat dit geluk het gevoel is werkelijk te leven. Top
Deblauwe Veerle. De
Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig.
Leuven: Davidsfonds. 2009, p.50
'Men vertelle het voort...!' Ik moet het kwijt. De regen houdt op.
De zon breekt door de wolken. Straks zie ik een vriend. Dit menselijk
staaltje van altruïsme verdient geen stilzwijgen. Twee kerels
komen onmerkbaar dichterbij. Centraal- en Noord-Afrika, een zeldzame
combinatie. In gedachten verzonken, schrik ik op. 'Excusez-nous,
mademoiselle, vous avez 50 cent pour téléponer? Er
flitst vanalles door mijn hoofd. Onzeker zet ik een stap achteruit.
Voor ik het goed en wel besef, klinkt het 'Non'. Ik draai me om
en snel de andere richting uit. Met mijn ogen naar de grond. Wat
heeft mij bezield? Simon? Of richt ik me beter tot jouw naamgenoot?
Top
Depoortere Kris. Wie
is die Jezus? Tielt: Lannoo, 1996, p.168
'Hij leeft' betekent dat Jezus terecht alles heeft ingezet op vertrouwen
in God en op liefde voor de mensen, ondanks zoveel factoren die
uitnodigden tot het tegendeel, tot twijfel en tot haat. Zo'n zelfvergeten
liefde ontwikkelt een immense bevrijdende energie. Ze overschrijdt
grenzen tussen mensen. Ze draagt alles van anderen, hun leed, hun
schuld. Omdat Jezus volkomen onschuldig was, omdat Hij gestorven
is, puur uit liefde voor anderen, is de ultieme macht van haat,
geweld, lijden en dood gebroken. 'Jezus heeft de dood gedood', horen
we in de liturgie van Pasen. In de verrijzenis van Jezus toont God
dat hij niet schaakmat wordt gezet door een menselijk 'neen'. In
de verrijzenis van Christus toont zich de overmacht van Gods liefde.
Top
Desmet Marc . Kerk
en Leven, 2002, 10, p.9 .
De ervaring leert alvast dat veel mensen toch existentieel vasten.
Ze vasten vaak zonder daarvoor gekozen te hebben. Een beetje zoals
de joden in de woestijn: het leven heeft hen naar het vasten geleid.
Is halfweg een weg van schraalheid zijn niet de ervaring van veel
mensen? Ik denk aan het vasten en de schraalheid van christenen
die er bewust willen voor gaan, maar geen levende gemeenschap vinden.
Of die zo sterk voelen hoe sterk ze tegen de stroom van de samenleving
ingaan. Ik denk aan periodes van vasten en schraalheid in een stel,
religieuze gemeenschap, in een vriendschap. Of aan het vasten en
de schraalheid van chronisch ziek zijn, van werkloos zijn.
Ik heb het hier nog niet over het diepste lijden, om de Goede Vrijdag
en de zwarte nacht van ons leven, maar om een gemis, een ontberen:
gevoelsarmoede, gedachtenarmoede, het missen van enthousiasme. Vasten
is moeten voortkunnen met weinig, met een 'bestaansminimum': een
summier SMS-berichtje en geen lange babbel, een ideetje en geen
vue, een handdrukje en geen omhelzing, werkvoetbal zonder spirit,
werkgeloof zonder Geestdrift. Top
Diadochus, bisschop van Photikè,Honderd
hoofdstukken over de kennis, nr.26. Uit: Evagrius en Diadocus. In
geest en Waarheid. Reeks: Levensbronnen.Brugge: Desclée De
Brouwer, 1965, p.100
De strijders moeten hun verstand altijd vrij van deiningen
bewaren om in staat te zijn de gedachten die erin binnenkomen, op
hun waarde te toetsen. (...) Immers, als de zee zo vlak als een
spiegel is, kunnen de vissers tot op de bodem haar bewegingen gadeslaan,
zodat vrijwel geen van de levende wezens die daar hun wegen gaan,
aan hun blikken ontsnapt. Maar zodra de zee door winden wordt opgejaagd,
verbergt zij door die akelige beroering al wat zij eerst zo goed
was in de glimlach van haar vlakke spiegel te laten zijn. Wij zien
dan ook dat in dit geval de ambachtskunst van hen, die de listen
der visvangst beoefenen, niets uithaalt. Ook de contemplatief zal
dit ongetwijfeld ondervinden, vooral wanneer hj diep in zijn ziel
in beroering is geraakt vanwege een ongerechtvaardigde toorn. Top
Dionysius de Areopagiet
Wij bidden om in deze duisternis te mogen binnentreden die alle
licht te boven gaat, om, juist door niet te zien en niet te kennen,
toch Hem kennend te zien die boven alle zien en kennen uitstijgt.
Top
Dionysius de Areopagiet
Voor het onbegrijpelijke geheim van
het goddelijke kan de naar God zoekende mens zich slechts door middel
van 'de stralende duisternis' openen. Top
Dorotheos van Gaza. Onderrichtingen,
nr.78. Geestelijke werken. Reeks: Monastieke cahiers, nr. 30. Bonheiden:
Abdij Behtlehem, 1986, p.92-93
Stel dat er een cirkel op de grond is getrokken. Denk dat deze cirkel
de wereld is, het middelpunt van de cirkel God, en dat de stralen
van de omtrek naar het midden de wegen of levenswijzen van de mensen
zijn. Naarmate de heiligen naar het midden gaan, in hun verlangen
tot God te naderen, komen zij als langs een toegangsweg dichter
tot God en tot elkaar. Hoe meer zij God naderen, hoe meer zij ook
elkaar naderen; en hoe meer zij elkaar naderen, hoe meer zij God
naderen. Dat moet u ook denken in omgekeerde richting. Wanneer men
zich van God afwendt, keert men zich naar de buitenkant: het is
duidelijk dat, hoe meer men zich van God verwijdert, hoe verder
men zich van elkaar verwijdert, en hoe meer men zich van elkaar
verwijdert, hoe verder men zich van God verwijdert.
Zie, dat is de aard van de liefde. Zo lang wij ons aan de buitenkant
bevinden en God niet liefhebben, zolang heeft ieder van ons een
afstand tot zijn naaste. Maar als wij God liefhebben, verenigen
we ons, zoveel als we God naderen door onze liefde tot Hem, ook
in liefde met onze naaste; en zoveel als wij ons met onze naaste
verenigen, verenigen we ons met God. Top
Dupré Louis.
Terugkeer naar innerlijkheid. DNB, 1976,p.112-113
Uiteindelijk is de boodschap van de mystiek betreffende het zelf
deze: het zelf is essentieel meer dan een zelf; transcendentie behoort
wezenlijk tot het zelf. Wanneer het zelf faalt in het onderkennen
van deze transcendentie, dan wordt het gereduceerd tot minder dan
een zelf. Tijdens de laatste eeuwen heeft onze cultuur zich voor
deze boodschap niet echt ontvankelijk getoond. Meestal heeft ze
het zelf, het ik, verengd, gereduceerd tot een functie van gewone,
elementaire ervaringen. Voor deze 'reductie' betalen we een hoge
prijs: de-humanisering en een algemeen gevoel van on-vervuld zijn.
Beroofd van zijn transcendente dimensie wordt het zelf beroofd van
de levensruimte die het nodig heeft om zichzelf te verwezenlijken.
De echte vrijheid komt in het gedrang en de echte mogelijkheden
om nog een zin te geven aan wat buiten de ervaring ligt, wordt uitgesloten.
Top
Eliot T.S., Four
Quartets. Antwerpen:DNB, 1983,p.88-89
Liefde is zichzelf het meest nabij
Wanneer hier en nu niet langer belang hebben.
Oude mensen zouden ontdekkingsreizigers moeten zijn.
Hier of daar hebben geen belang
We moeten roerloos zijn en toch blijven bewegen
Naar een andere intensiteit toe
Voor een diepere eenheid, een inniger vereniging
Door de duistere koude en de lege verlatenheid,
De kreet van de golf, van de wind, de wijde wateren.
Van de stormvogel en de bruinvis.
In mijn einde is mijn aanvang. Top
Eliot T.S..Four Quartets. Antwerpen:DNB,
1983,p152-153
We zullen niet ophouden met ontdekken
En het einde van alle ontdekking
Zal zijn aan tekomen waar we vertrokken
En de plaats te kennen voor de eerste keer.
Door de ongekende, herinnerde poort
Wanneer het laatste wat op aarde te ontdekken blijft
Dat is wat de aanvang was;
Aan de bron van de langste rivier
De stem van de verborgen waterval
En de kinderen in de appelboom
Niet geweten, want niet gezocht
Maar gehoord, half gehoord, in de stilte
Tussen twee golven van de zee.
Vlug nu, hier nu, altijd-
Een houding van volstrekte eenvoud
(Die niet minder dan alles kost)
En alles komt terecht en
Alle dingen worden goed
Wanneer de vlammende tongen naar binnen zijn gevouwen
In de gekroonde knoop van vuur
En het vuur en de roos één zijn.
Epictetus
Wens niet dat wat er gebeurt, gebeurt zoals jij het wilt, maar wens
dat het gebeurt zoals het moet gebeuren. En je zult vrede vinden.
Top
Erikson Erik
Het karakter van een mens openbaart zich in de mentale en morele
houding die hem, toen hij die kreeg, het diepst en het meest het
gevoel gaf actief en levend te zijn. Op zulke ogenblikken is er
een innerlijke stem die zegt: 'Dit is mijn ware ik!'
Zo'n element bevat altijd een element van actieve spanning, van
mezelf als het ware vasthouden, en van vertrouwen dat de dingen
om me heen hun rol zo zullen spelen dat een volledige harmonie ontstaat,
maar zonder enige garantie dat zij dit zullen doen. Wanneer men
zich op een garantie vastlegt, vindt mijn bewustzijn de houding
onmiddellijk star en zonder impuls. Laat men de garantie varen,
dan voel ik-vooropgesteld dat ik überhaupt in goede conditie
ben - een soort diep enthousiast gevoelen van gelukzaligheid, van
bittere ernst om alles te doen en te doorstaan... dat zich hoewel
slechts een stemming of een emotie is die ik niet in woorden vorm
kan geven, zich aan mij bevestigt als het diepste beginsel dat ten
grondslag ligt aan al mijn praktische en theoretische beslissingen.
Evagrius
Een monnik is een mens die zich van alles heeft afgescheiden en
zich toch met alles verbonden voelt. Een monnik weet zich één
met alle mensen, want hij vindt zichzelf voortdurend in ieder mens.
Top
Fortmann Han
Wanneer de vensters van onze waarneming zouden worden schoongemaakt,
dan zou ieder ding voor de mens weer verschijnen zoals het werkelijk
is, namelijk oneindig.Top
Freeman Laurence. Christ.med.newsletter,
March 2006, vol.30, nr.1
We grijpen gemakkelijk naar onze ingebeelde bevrijders, niet bewust
dat geen enkele verlosser zal toelaten dan men zich aan hem vastklampt:
"Hou me niet vast... Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader."
(Joh.20,17) De ware genezer laat relatie toe, maar zal niet toelaten
dat deze relatie verslavend werkt. Door de eerste christenen werd
Jezus gezien als een genezer van de menselijke ziel eerder dan een
stichter van een nieuwe religie. Zijn diepere betekenis en alle
betekenislagen die werden geopend door zijn vraag "Wie zeg
jij dat Ik ben?" zijn te vinden in de vrijheid die hij bood
aan al degenen die leerden van zijn zachtmoedigheid en nederigheid.
Dit was vooral mogelijk voor hen die het lichte juk van zijn vriendschap
aanvaardden.
Deze vrijheid opgeven in ruil voor een of andere vorm van afhankelijkheid,
is er niet in slagen om Hem te herkennen. Top
Frère Roger van Taizé.
Zijn liefde is een vuur. Averbode: Altiora, 1993,
p;.26-27.
Als er een christelijke 'ascese' bestaat, dan baseert deze zich noch op wilskracht,
noch op onthoudingen. Ze is niet een doel op zich, maar een middel om antwoord
te geven op een liefde.
Het is goed om op vaste tijden van de dag te bidden, maar dan alleen uit liefde,
en niet omdat God ons ertoe verplicht: God dwingt ons hart niet.
Het is niet nodig ons hoofd te breken over de vraag welke beperkingen we ons
moeten opleggen. Het is veel beter eenvoudig datgene te volbrengen wat hier
en nu van ons gevraagd wordt. Ons hart kan soms eerder de voorkeur geven aan
bepaalde idealistische eisen, dan geduldig de uitgestippelde weg te volgen.
Er zijn dagen dat het ons zwaar valt vol te houden, maar zonder volharding verliest
onze inzet aan kracht. Laten we in uren van dorheid trouw volhouden, meer nog
dan in dagen waarin het geloof spontaan tot gebed leidt. Laten we denken aan
de uren die vol waren van een Aanwezigheid.
Het enige middel tegen formalisme en sleur ligt in het trouw blijven aan een
eenmaal genomen besluit. Daardoor zullen vurigheid en aanbidding weer opleven.
Ontvang elke dagaraad als een nieuwe dag, om weer met bezieling te beginnen.
In ieder van ons maakt God alles nieuw. Het allerbelangrijkste is om vandaag
als een dag van God te beleven. Morgen zal een ander 'vandaag' zijn.
In het hier en nu jezelf ontplooien. Alls je je vastklampt aan morgen, bezwaar
je vandaag met een hypotheek. Top
Gandhi Mahatma. Wij
zijn allen broeders. Drachten: Laverman, 1969, p.57.
Indien ik op weg ben naar God -ik voel dat het zo is- ben ik veilig.
Want ik voel de warme zonneschijn van Zijn aanwezigheid. Ik weet
dat mijn soberheid, mijn vasten en gebeden geen waarde hebben indien
ik erop vertrouw, dat ze mij zullen hervormen. Maar ze hebben een
onschatbare waarde indien ze het hunkeren van een ziel, die er naar
streeft zijn moede hoofd in de schoot van de Schepper te leggen,
uitdrukken, zoals ik hoop dat het geval is. Top
Gelaude Kris , Uitgeverij
Muurkranten
Een leven breekt af zoals een blad dat valt
En God raapt het op.Top
Gerhardt Ida. Verzamelde
Gedichten. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1980, p.41
SPREUK BIJ HET WERK
Als ik nu in dit land
maar wat alleen mag blijven,
dan zal de waterkant
het boek wel voor mij schrijven...
Dit is wat ik behoef
en hiertoe moest ik komen,
het simpele vertoef
bij dit gestadig stromen.
Het water gaat voorbij,
wiss'lend gelijk gebleven,-
het heeft stilaan in mij
een nieuw begin geschreven.
Ik weet met zekerheid,
hier vind ik vroeg of later
het woord dat mij bevrijdt
en levend is als water. Top
Gerhardt Ida. De hovenier.Amsterdam:
Athenaeum-Polak & Van Gennep, p.36)
Haar vriendschap zonder aandrang of verraad
naderden mens en dier in vrije staat.
Haar hart was als haar kamer: waar de vogel,
de schuwe, in en uit het venster gaat. Top
Gerhardt Ida. De slechtvalk. Amsterdam:
Athenaeum-Polak & Van Gennep, p.57
STEM VAN DE HERFSTREGEN
Wees niet bevreesd wanneer de vlagen gaan
rondom uw huis -het is uw aards verblijf.
Wees niet bevreesd als ziekte u komt slaan-
uw lichaam was altijd een aards verblijf.
Zonder bekommernis laat u ontgaan
roem, eer en staat; zij zijn een aards bedrijf.
Maar wees bevreesd wanneer de tranen gaan,
de bevende, om wat is aangedaan
door
u.
De liefde is uw eeuwige verblijf. Top
Geysels Luc. Tot
leven gewekt. Verrijzenisgeloof bijbels beleden. Tielt: Lannoo,1996,
p.106-108
De Verrezene blijft in de grond stééds onherkenbaar,
ook wanneer de leerlingen straks, bij het houtskoolvuur, wel beseffen
wie ze bij ze hebben. Dat ze het aanvankelijk niet beseffen, kan
voor de christenen een troost zijn: het besef van de aanwezgheid
van de Heer is soms het einde van een lange weg, van een moeizaam
rijpingsproces.
Tot dit proces behoort de confrontatie met de pijnlijke maar heilzame
vraag van Jezus: 'Hebben jullie niets om te eten?' Een beslissende
vraag ook, die vroeg of laat de mens uiteindelijk zichzelf moet
stellen, en waarop hij het antwoord niet uit de weg mag gaan. Met
de leerlingen dient hij tegenover zichzelf toe te geven dat hij
van datgene waar voor hij een hele nacht gewerkt heeft, niet kan
leven. Het is niet gemakkelijk om de façade waarachter je
voor jezelf en de buitenwereld hebt verborgen, te doorbreken, en
om te bekennen dat het bestaan dat je aan het leiden was, geen echt
leven is, dat het je uiteindelijk hongerig en leeg achterlaat. En
dit kan ook gelden van een bestaan waarin je jarenlang je 'geestelijk
leven' hebt verzorgd en je kerkelijk hebt geëngageerd. Het
is denkbaar, ja normaal, dat de Jezus over wie je jarenlang beroepshalve,
maar daarom niet minder met overtuiging, hebt gesproken, in de grond
voor jou een vreemde is gebleven. We moeten de moed die de leerlingen
hebben om dat te bekennen, bewonderen. Gelukkig werd het hun mogelijk
gemaakt dordat ze zich door de vreemdeling op de oever ten diepste
aanvaard weten.
Vaak moeten we door de ervaring van vreugdeloosheid en (schijnbare?)
onvruchtbaarheid van ons bestaan heen om de vreugde en vruchtbaarheid
ervan nieuw te beleven. Vanaf de oever, vanuit de nieuwe wereld
der verrijzenis, wordt álles nieuw en kan op alles wat we
doen het morgenlicht van Pasen vallen. Dit betekent dus niet noodzakelijk
dat alles wat we voorheen deden verkeerd was, dat we iets heel anders
moeten gaan aanpakken. (...)
Niet wat ze voorheen deden was verkeerd, wel datgene wat hen daarbij
bezielde: hun werk kwam niet uit hun eigen bron, uit hun diepste
zelf. Wat ze nú doen komt van binnen uit, het is zelfverwerkelijking,
of, uitgedrukt in de taal van Johannes: "Alleen wie met Mij
verbonden blijft, draagt veel vrucht, want los van Mij kunnen jullie
niets". (Joh.15,5) Wat eerst zinloos en uitzichloos was, wordt
door de oproep vanaf de oever veranderd in een een volheid van zin
en leven, verzinnebeeld door de overvloed aan vissen waarmee het
net zich gevuld heeft. Top
Gilbert van Hoyland preek
37,5. Uit: Gilbert of Hoyland, Sermons on the Song of Songs,III.
Transl.by L.Braceland. Cistercian Fathers Series: Nr.26. Kalamazoo,
Michigan: Cistercian Publications, 1979, p.450.
Je zult de bron van je hart diep en ruim maken als je de aardse zorgen wegneemt,
als je een plaats in je geest bereidt voor spirituele vreugde, als je je mond
opent om de geest binnen te laten en als stromen van levend water in je hart
kunnen vloeien. Top
Gilbert van Hoyland Verhandeling
2,5. Uit: Gilbert of Hoyland IV. Transl.by L.Braceland. Cistercian
Fathers Series: Nr.34. Kalamazoo, Michigan: Cistercian Publications,
1981, p.20.
Kom en verruim onze harten met de kalme, zachte stroom van je goedheid,
o Heer,
want ik volg de weg van je geboden sinds je mijn hart hebt verlicht
(Ps.119,32)
en sinds je de hemel spant als een tentkleed (Ps.104,21).
Strek nu zacht het zeil van mijn hart dat oud en verschrompeld is
geworden door het niet te gebruiken.
Strijk glad de rimpels, haal de schuilplaatsen te voorschijn, vergroot
de capaciteit,
zodat ik onbeperkt naar jou mag hunkeren, onbeperkt jou kan bevatten
en dat dit heilig verlangen nog een groter vermogen tot ontvangen
geeft. Top
Gregorius de Grote. Moralia
in Job. 23:47. CC(SL) CXLIIIB. Turnhout: Brepols,
1985, p.1179-1180
Het huidige leven is slechts een weg die ons naar ons vaderland
leidt. Daarom worden we door een geheim oordeel onderworpen aan
veelvuldige verstoringen, zodat we de weg niet méér
zouden liefhebben dan onze bestemming. Sommige reizigers proberen,
telkens als ze mooie velden zien langs de weg, wat te dralen en
zodoende dwalen ze af van de uitgestippelde route. Zolang ze worden
bekoord door de schoonheid van de reis, vertraagt hun stap. Daarom
is het dat de Heer het pad door deze wereld oneffen maakt voor zijn
uitverkorenen die op weg zijn naar Hem. Dat is zo opdat niemand
behagen zou scheppen in de rust van deze wereld of verkwikking zou
vinden in de schoonheid van de reis, en zodoende er de voorkeur
aan zou geven de reis nog lang voort te zetten, liever dan snel
aan te komen. Dit is ook om te voorkomen dat degene die opgaat in
de reis zou vergeten dat het zijn vaderland was dat zijn verlangen
had gewekt. Top
Grün Anselm. Kerstmis.
Een nieuw begin vieren. Averbode/Kok Kampen, 1999, p.22-23
Woestijn betekent zinloosheid, gebrek aan contact, verdorring. (...) De woestijn
is de plaats waar we onverbiddellijk geconfronteerd worden met onszelf en met
onze negatieve facetten.
In deze woestijn van ons hart mogen we de Heer een weg bereiden. Om een weg
te kunnen banen voor de Heer moeten we ons eerst in onze eigen woestijn wagen.
We moeten wat verdrongen, onderdrukt en duister is in onszelf onder ogen zien
en voor God brengen. Juist daar wil God ons ontmoeten, niet in de prachtige
straten van Babylon, niet in de straten van ons succes en onze prestaties. (...)
Maar God wil ons ontmoeten in onze woestijn, om met ons het feest te vieren
van de verlossing, om één te worden met ons en alles in ons te
veranderen. (...) Midden in onze woestijn zal water opwellen, maar de woestijn
zal blijven. Rond deze bron van water zullen we altijd onze eigen woestijn aantreffen
en geconfronteerd worden met onze innerlijke leegte. Maar de advent belooft
ons dat we in onze woestijn een bron zullen vinden waaruit we kunnen drinken.
Deze bron volstaat om de woestijn te bevruchten. Top
Grün Anselm.Dromen zijn géén
bedrog. Gent: Carmelitana, 1998, p.79-80.
Als je levend wilt blijven, moet je steeds opnieuw veranderen. Wat
niet verandert, verstart. C.G.Jung meende eens dat de grote vijand
van de verandering een geslaagd leven is. Wat dan denk je dat alles
toch al in orde is. Je hoeft niet te veranderen. En dan blijf je
innerlijk en uiterlijk stilstaan. Zulke mensen herhalen voortdurend
dezelfde uitdrukkingen die ze al 20 jaar geleden gebruikten. Ze
mikken op dezelfde oplossingen die altijd al hebben gewerkt. Ze
worden saai. Je hebt weinig zin om met ze te praten. Hun praten
en denken is verschaald, net zoals koude koffie die niet meer smaakt.
(...) Je angst is goed. Daardoor zie je vaak dat je er een verkeerde
vooronderstelling over je leven op na houdt. Misschien denk je dat
je alles volmaakt moet doen, dat je geen fouten mag maken. Dan laat
je angst zien, dat je jezelf met zo'n levensopvatting schade berokkent.
En Hij nodigt je uit een meer menselijke weg te gaan, waarop je
kunt leven. Je woede is goed. Als je hem toelaat en onder ogen ziet,
als je hem grondig onderzoekt, kan je woede veranderen in nieuwe
vitaliteit. Dan laat je woede je misschien zien, dat je jezelf tot
nu toe misschien alleen maar naar anderen hebt gericht. Nu wil je
eindelijk zelf leven. Zo kan je woede in nieuwe levensenergie veranderen.
Top
Grün Anselm. Kom naar de
bron. Geestelijke wegen om machteloosheid de baas te worden en eigen
waarde te ontwikkelen. Tielt: Lannoo, 1996, p.76
In mij is een bron die nooit opdroogt, de bron van de H.Geest. Om
die gewaar te worden kan ik mij voorstellen hoe ik bij het uitademen
door de puinlaag heendring, die zich over de bron heeft verspreid,
tot ik op de bodem van mijn ziel iets van deze zuivere bron bespeur,
die de troebele wateren van mijn duistere gevoelens verdrijft en
mij innerlijk verfrist. Top
Grün Anselm. Met hart en
zinen. Een dagboek van wijsheid en geloof. Tielt: Lannoo, 2000,
15 feb
We
wenden ons toe naar de zielengrond, de plaats waar God in ons geboren
wordt, waar we werkelijk ons zelf zijn. Tauler is van mening dat
we niet uit eigen kracht bij deze zielengrond kunnen komen, maar
dat we God aan ons laten werken. En hij legt de gelijkenis van de
verloren drachme (Lc.15,8-10) zo uit dat God in ons huis binnendringt
en begint met alles wat we als meubilering van ons ik tot stand
hebben gebracht, door elkaar te gooien, om tussen alle bezittingen
die we door ons werken aan ons zelf hebben vergaard, te zoeken naar
de drachme, naar ons ware zelf. God moet dus eerst de stoffering
van ons ik, die we moeizaam met psychologische methoden tot stand
hebben gebracht, dus onze ik-sterkte, ons rolgedrag, onze zelfzekerheid,
ons zelfvertrouwen, omver werpen, zodat we op de drachme stuiten,
het waardevolste dat we in ons hebben. Top
Guigo I, Prior of the Charterhouse.
The Meditations of Guigo I.Cistercian Studies Series:
155. Michigan: Kalamazoo, 1995, M.366, p.152
Stel aan het zonlicht een bal bloot, gemaakt van klei en een ander
van was. Niettegenstaande er maar één zon is, heeft
dit niet hetzelfde effect op beiden: het heeft een verschillende
uitwerking op elk, afhankelijk van hun innerlijke toestand -de ene
wordt gehard, de tweede komt vloeibaar. En het kan evenmin deze
vloeibaar maken die gemaakt is van aarde , of deze hard maken die
gemaakt is van was.
Zo ook roept het uiterlijk van een metaal, neem nu bijvoorbeeld
goud, verschillende reacties op bij de mensen, afhankelijk van hun
innerlijke gesteltenis. De ene persoon voelt zich aangespoord om
het te dragen, de ander om het te stelen, nog een ander om het weg
te geven aan de armen. Een dwaas beweert dat degene die het bezit
gelukkig is; een wijze is wat bedroefd voor degene die ervan houdt.
Het kan zowel kwade gedachten opwekken in een goede geest, als goede
gedachten in een slechte geest; maar het voordoen van dit of andere
materiële zaken, of wat hen veroorzaakt, beïnvloedt de
menselijke geest volledig in verhouding tot de innerlijke gesteltenis
van deze geesten. Bijgevolg,de enige reden van onze zonde is te
zoeken bij ons, en niet zozeer bij de dingen waardoor wij zondigen.
Uiteindelijk doen ze niets anders dan ons te testen: zij openbaren
ons van hoe wij van binnen zijn. Top
Hadewijch
Wanneer de ziel alleen staat in oeverloze eeuwigheid, wijd geworden,
gered door de eenheid die haar opneemt, dan wordt haar iets eenvoudigs
onthuld, het onuitsprekelijke, het reine en naakte niets. Top
Haers Jacques s.j.
Het avontuur van de traditie. Averbode: 1999, p.19-20
Wanneer christenen over geloof spreken dan hebben ze het over het geloof tot
leven waartoe ze in zeer concrete situaties worden uitgedaagd. Concrete geschiedenis
ligt in het hart van het christelijke geloven: het gaat christenen om de vraag
naar het volle leven, naar het volle menszijn, als belofte en toekomst voor
dit concrete leven, voor dit concrete menszijn, als voltooiing ervan, nu reeds
aangezet, ook al erkennen ze dat deze volheid, of voltooiing, voor hen steeds
een gift zal zijn, een onverdiend geschenk dat ze zichzelf niet kunnen schenken.
Deze aandacht voor de concrete geschiedenis wordt bij christenen geboren in
de geloofsovertuiging dat God een God is die zich het lot van mensen aantrekt,
met hen geschiedenis schrijft en deel wordt van hun geschiedenis. Christenen
zijn daar zeer radicaal in. (…) Menswording: Het houdt niet alleen een
referentie in naar het feit dat in Jezus van Nazaret, God onder mensen is komen
wonen. Het drukt ook uit dat het God te doen is om het mensworden van mensen-
of algemener, vanuit een holistisch standpunt, dat het God te doen is om een
schepping die ten volle zichzelf wordt. God wordt mens, wil zeggen dat Hij concreet
doet wat mensen doen: mens worden. Tussen God en mensen, tussen Schepper en
schepping bestaat bij alle verschil een intieme lotsverbondenheid die kruipt
tot in de kleinste uithoeken van concrete historische gebeurtenissen. Top
Hammarsjköld
Dag, uit: Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's,
1983, p.158
De seizoenen wisselden
en het licht
en het weer
en het uur.
Maar dit is hetzelfde land.
En ik begin de kaart te kennen
en de windstreken.
Top
Hammarsjköld Dag
Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.22
Stilte is de ruimte rond iedere handeling en rond ieder samenleven
als mensen. Vriendschap vraagt geen woorden -het is een eenzaamheid,
bevrijd van de angst der eenzaamheid. Top
Hammarsjköld Dag.
Merkstenen. Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.49,63
De langste reis is de reis naar binnen.
Nederigheid tegenover de bloem aan de boomgrens opent de weg die
bergopwaarts voert. Top
Hammarsjköld Dag. Merkstenen.
Nijmegen: Gottmer's, 1983, p.117
Je bent niet de olie, niet de lucht -je bent slechts het verbrandingspunt,
het brandpunt, waarin het licht geboren wordt. Je bent niets dan
de lens in de lichtstroom. Je kunt ontvangen, geven en bezitten
-zoals de lens het licht ontvangt, geeft en bezit, meer niet. Zoek
je jezelf 'in je eigen recht', dan verhinder je de ontmoeting van
olie en lucht in de vlam, beroof je de lens van haar doorschijnendheid.
Heiligheid -licht zijn of in het licht zijn, zelf niets
meer zijn, zodat het licht geboren kan worden, zelf niets meer zijn,
zodat het geconcentreerd en verspreid kan worden.
Je zult het leven kennen en door het leven erkend worden, naar de
maat van je doorschijnendheid -d.i. naar de maat van je vermogen
om te verdwijnen als doel en alleen middel te blijven. Top
Heschel Abraham Joshua.
In het licht van zijn aangezicht. De betekenis van
het gebed in de joodse gedachtenwereld. Utrecht: Bijleveld, p.16-17)
Als een boom die uit de aarde wordt gerukt, als een rivier die wordt
afgesneden van zijn bron, zo verdort de menselijke ziel wanneer
zij wordt losgemaakt van wat groter is dan zij. (...)Bidden is reiken
naar het uiterste. Als we God uit het oog verliezen, zijn we als
de afgebroken sporten van een kapotte ladder. Bidden is een ladder
worden, waarlangs gedachten kunnen opklimmen naar God om zich te
voegen in de ongeziene stroom die overal in de wereld naar Hem opstijgt.
We stappen, als we bidden, niet uit de wereld; we zien de wereld
alleen in een ander perspectief. We ontdekken dat we niet de as
zijn van het wiel, maar de spaken. In het gebed verschuift het zwaartepunt
van ons leven van zelf-bewustzijn naar zelf-overgave. God is het
middelpunt waar alle krachten heenwijzen. Hij is de bron en wij
zijn de uitstroming van Zijn kracht, de eb en vloed van Zijn getijden.(...)
In de oceaan van de ziel is het gebed als de Golfstroom: het verwarmt
alles wat koud is en smelt alles wat hard is in ons leven. Want
zelfs trouw kan bevriezen tot onverschilligheid, als we het contact
verliezen met de stroom die ons de kracht brengt om trouw te zijn.
Hoe vaak verwordt gerechtigheid niet tot wreedheid en rechtvaardigheid
tot huichelarij? Het gebed bewaart de herinneringen aan de kostbare
momenten uit het verleden, waarin de dingen doorgloeid waren van
zin en zegen, en brengt ze weer tot leven.Top
Hesychius van Batos,
tweede centurie, n°6. Uit: Filokalia. De waakzaamheid van het
hart. Bonheiden: Monastieke Cahiers, 1982, nr.22, p.137
Wie gedurig naar de zon staart, krijgt een afglans van haar licht
in zijn ogen. Zo ook: wie steeds dieper doordringt in de sfeer van
zijn hart, ontvangt eens de verlichting. Top
Hillesum Etty.
Etty: De nagelaten geschriften van Etty Hillesum, 1941-1943. Amsterdam:
Balans, 1986, p.557
Men moet met zichzelf leven als leefde men met een heel volk van
mensen. En in zichzelf leert men dan alle goede en kwade eigenschappen
der mensheid kennen. En men moet zichzelf eerst z'n slechte eigenschappen
leren vergeven, wil men anderen kunnen vergeven. Dit is misschien
nog het moeilijkste te leren voor een mens.
Hillesum Etty
Alles is toeval of niets is toeval. Wanneer ik het eerste geloofde,
zou ik niet kunnen leven, maar van het laatste ben ik nog niet overtuigd.
Top
Ide Pascal. Mieux
se connaître pour mieux s'aimer. Fayard, 1998, p.68
De ware vrede komt op de tweede plaats: iemand als een Thomas Van
Aquino merkte op dat de vrede de vrucht (effect) is van de liefde
en niet andersom. Dit te vergeten zou een terugplooien op zichzelf
betekenen, een zich opsluiten in zijn narcisme. Een plant groeit
slechts door zijn bladeren te richten naar het licht.
De vrede is dus een toemaat: ze is een gevolg en niet de act zelf.
Top
Isaac van Stella,
Sermo 1,5. Uit: Isaac of Stella. Sermons of the
Christian Year. Vol.I. Transl.byH.McCaffery, intr.by B.McGinn. Cistercian
Fathers Series:Nr.11. Kalamazoo, Michigan:Cistercian Publications,
1979, p.4
Broeder, richt je op en volg Jezus.
Hij is afgedaald in jou, opdat jij,
achter Hem en door Hem,
jezelf zou verheffen in jezelf,
tot boven jezelf,
tot bij Hem. Top
Jäger Willigis. Eeuwigheid
in het nu. Woorden voor elke dag. Rotterdam: Asoka, 2005, p.293
De mens lijkt op de bruid van die jongeman die ver van zijn geliefde
zijn werk had, maar haar brieven schreef en beloofde met haar te
trouwen zodra hij naar huis kwam. Op een dag schreef zijn bruid
hem dat ze met de postbode ging trouwen. Wij mensen zijn met de
postbode getrouwd -ons verstand. Maar deze brengt ons slechts de
boodschap dat iemand anders op ons wacht met wie we ons moeten verenigen.
Top
Jäger Willigis. Elke golf
is de zee. Mystieke spiritualiteit. Rotterdam: Asoka, 2005, p.35-36.
Het loslaten van bestaande leefgewoonten en bindingen vormt de eerste
stap op de spirituele weg. Het is echter geen ascese omwille van
de ascese, maar een vrij worden van conditioneringen. Deze stap
is onoverkomelijk; maar net zo onoverkomelijk is de terugkeer in
de wereld -waarbij de wereld dan echter op een heel nieuwe, andere
wijze wordt ervaren. Ook hierbij zou ik een kort verhaal willen
vertellen. Een man hakte hout aan de rand van het bos en verdiende
daarmee zijn levensonderhoud. Toen een kluizenaar voorbij kwam,
vroeg hij hem om een wijze raad. De kluizenaar zei: 'Ga dieper het
bos in!' Toen nam de man zijn bijl en ging dieper het bos in. Daar
vond hij mooie bomen, hij velde ze en verkocht ze voor veel geld.
Zo werd hij welgesteld. Maar op een dag herinnerde hij zich de woorden
van de kluizenaar: 'Ga dieper het bos in!' En zo ging hij opnieuw
op weg en vond een zilvermijn. Hij ontgon de mijn en werd zeer rijk.
Jaren later schoten hem opnieuw de woorden van de kluizenaar te
binnen: 'Ga dieper het bos in!' En daarom ging hij nogmaals op weg
en ging dieper het bos in. Zo kwam het dat hij zich op een ochtend
weer precies aan de rand van het bos bevond, waar hij jaren geleden
bij het houthakken de kluizenaar had getroffen. Wat heeft dit ons
te zeggen? Het betekent: wie een ervaringsweg tot het einde toe
gaat, keert tenslotte als een veranderd mens terug in het leven
van alledag. Top
Johannes van het kruis.
Bestijging van de Berg Karmel I,hs.13, 11.13. Uit:Mystieke
Werken. (Vert.Dr.J.Peters en J.A.Jacobs.) Gent:Carmelitana, 1992
(4e druk), p.556-557
Om te geraken tot wat ge nog niet smaakt,
moet ge gaan langs de weg van het niet-smaken.
Om te geraken tot wat ge nog niet weet,
moet ge gaan langs de weg van het niet-weten.
Om te geraken tot het bezit van wat ge nog niet hebt,
moet ge gaan langs de weg van het niet-bezitten.
Om te geraken tot wat ge nog niet zijt,
moet ge gaan langs de weg van het niet-zijn. (...)
In deze ontbloting vindt de geest
zijn rust en ontspanning.
Omdat hij immers niets najaagt,
vermoeit hem niets op de weg naar omhoog
en drukt hem niets neer op de weg naar beneden;
want hij staat in het evenwichtspunt van zijn nederigheid.
Verlangt hij immers iets,
dan geraakt hij juist daardoor vermoeid. Top
Keating Thomas . Crisis
of faith, crisis of love. New York: Continuum Publishing Company,
1996, p.11-13
Wat plaatst vond in de harten van de leerlingen in de 50 dagen tussen
Pasen en Pinksteren, vindt ook plaats in ons eigen hart. Op een
gegeven moment in onze spirituele groei vraagt Jezus ons om ons
aan te passen aan de nieuwe ontstane relatie met hem. Omdat dit
praktisch onmerkbaar gebeurt, beseft haast niemand wát er gebeurt
wanneer het zich voordoet. Het komt geleidelijk, traag maar zeker.
We kunnen echter onszelf zo verwijderen van ons innerlijk leven
dat we feitelijk nooit de verandering maken naar de nieuwe relatie
die Jezus van ons vraagt. Het hele proces kan aan onze aandacht
voorbijgaan. Sommige mensen die een bijzondere gave voor het gebed
hadden, verliezen het, omdat op het tijdstip van de verandering
zij zich overgeven aan overmatig activisme, ze worden moe, of struikelen
over een of ander obstakel om zich te kunnen geven aan die nieuwe
relatie.
Men dient niet alleen een nieuwe relatie op te bouwen met Jezus,
maar ook met andere mensen. (...)Wat dient te gebeuren is eenvoudigweg
realiseren dat de oude relatie ten einde is gelopen; en dat Hij
wenst dat we tot een nieuwe relatie komen gebaseerd op een nieuwe
groei, een nieuwe rijpheid. Vanuit deze nieuwe groei dienen al de
facetten van iemands leven zich te ontwikkelen. Dit vraagt een grote
inspanning. Soms lijkt het een onmogelijke taak. God echter inspireert
ons, indien we trouw zijn aan zijn genade, om eruit te geraken.
(...) Er zijn tragische situaties waar mensen in plaats van te groeien,
ervan overtuigd zijn dat iedereen verkeerd is. Ze kunnen permanent
verbitterd of verzuurd worden op het ogenblik dat de verandering
aan hen wordt toegezegd. Dit is wat met Judas gebeurde. Hij weigerde
om te groeien, hij weigerde over te gaan naar een nieuwe en verdiepte
relatie met Christus.
Groeien biedt een grote opportuniteit ondanks de gevaren. Indien
we het van de positieve zijde bekijken en ten diepste ervan overtuigd
zijn dat het normaal is om nieuwe relaties aan te gaan, zal onze
geloofscrisis een grote uitnodiging blijken om dieper in contact
te komen met het hart van Christus. (...) Een deel van de groei
bestaat erin om onafhankelijk te worden, niet van iedereen, maar
van diegenen waarvan we te afhankelijk waren - zodat we geheel afhankelijk
leren te zijn van de H.Geest. Dit is wat spirituele volwassenheid
is. Top
Kornfield Jack. Na
het feest komt de afwas. Wijsheid voor het hart op het spirituele
pad. Utrecht: Servire, 2001, 151.152
Als we hopen ons hart voor de hele wereld te ontsluiten, mogen we
niets weglaten. De vrijheid en het ontwaken zijn uitsluitend daar
te vinden waar we zijn. Als we God willen liefhebben, moeten we
ook leren alles lief te hebben wat Hij heeft geschapen -met inbegrip
van onszelf, mét al onze fouten en gebreken. Deze allesomvattende
geesteshouding creëert een mandala, een kring van ontwaken
waarin we onszelf openstellen voor de realiteit van hier en nu,
met inbegrip van iedere dimensie van het leven.(...)Door eerlijk
en vol overgave te luisteren naar datgene waarvoor we beducht zijn
of wat we veronachtzaamd hebben (of hebben 'weggelaten') kunnen
we onze vrijheid vinden. En als we er de voorkeur aan geven niet
te zoeken, zal het veronachtzaamde ons zelf komen opzoeken; de vergeten
delen van ons wezen zullen zich aan ons presenteren en steeds harder
op onze deur bonzen als we ons doof houden voor hun luide stemmen.
Dan zullen we hun stemmen uiteindelijk horen in een echtscheiding
of depressie, in een ziekte of in de een of andere merkwaardige
mislukking. Als we naar alle delen van ons wezen luisteren en ze
verwelkomen, zullen we ontdekken dat we onze tuin bemesten als compost,
als voedingsstoffen voor het leven zelf. Top
Kubler-Ross Elisabeth
Leer in voeling te komen met de stilte in jezelf en besef dat alles
in dit leven een bedoeling heeft. Er zijn geen vergissingen en toevalligheden,
alle gebeurtenissen zijn zegeningen die ons gegeven worden om van
te leren. Top
Kuitert H.M.. Voor
wie geen grond meer onder de voeten heeft. Baarn: Ten Have, 1995,
p.193.
Godsbewijzen zijn er niet. Hoe scherpzinnig Anselmus, Thomas of
Kant ze ook hebben opgezet, er valt altijd weer een tegenargument
in te brengen. Ze falen dus als middelen om mensen tot het geloof
in God te brengen. Je overtuigt er alleen maar mensen mee die al
overtuigd zijn of zich graag willen laten overtuigen. Dat is niet
zo vreemd. De auteurs van de bewijzen waren immers zelf gelovigen.
Wie dat niet is, heeft er geen behoefte aan en moet er ook niet
mee worden lastig gevallen. Ook al dwingt het geloof een mens zijn
verstand niet thuis te laten, geloven komt langs een andere weg
tot leven dan die van een sluitend betoog over de logische noodzakelijkheid
van Gods bestaan.
Lathouwers Ton. De
Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig.
Leuven: Davidsfonds. 2009, p.43-45
Judas heeft me al beziggehouden vanaf mijn jeugd. Hij werd voor
mij het prototype van alle verworpenen. Ooit vertelde een theoloog
me dat over Judas geen twijfel mogelijk was: hij was verdoemd, de
onfeilbare woorden in het evangelie 'het zou beter zijn als die
mens niet geboren was' lieten geen andere interpretatie toe. Ik
heb dat nooit kunnen aanvaarden. Ik ben voor Judas blijven bidden.
Voor hem en voor alle verworpenen. Tegen alles in wat ik erover
hoorde en las. (...) Het verschrikkelijkste en meest onbegrijpelijke
blijft het feit, dat er tijdens tweeduizend jaar christendom nooit
in de kerken voor Judas is gebeden. Tot op de dag van vandaag. Terwijl
in diezelfde twintig eeuwen de eeuwige verdoemenis als een realiteit
werd gepredikt. Wat is dit? Onverschilligheid? Berusting? Gebrek
aan diepgang? (...) De kruisopneming is nu allereerst het op zich
nemen van de eerste gelofte 'ik beloof ze allen te bevrijden' tot
in haar uiterste consequentie. Die uiterste consequentie omsluit
ook alle 'verdoemden', wat we daaronder ook mogen verstaan. Allen,
ook Judas.Top
Leijssen Mia . Tijd
voor de ziel. Lannoo: 2007, p.181-182
De term 'synchroniciteit' heeft etymologisch te maken met 'gelijktijdigheid'.
Volgens Jung is het een zinvolle toevalligheid van twee of meer
gebeurtenissen, waarbij het om iets anders dan een waarschijnlijk
toeval gaat. Wanneer toevalligheden zich opstapelen, zijn mensen
daar onwillekeurig van onder de indruk en is er van oudsher de neiging
geweest om er een magische betekenis aan toe te kennen. Toevalligheden
kunnen zowel blijde als droevige gebeurtenissen een extra dimensie
geven (...) Synchronistische gebeurtenissen zijn als sacrale ervaringen
die ons doen glimlachen en vaak ook blijven fascineren door hun
numineuze karakter. Het zijn bezielende momenten die grote dankbaarheid
oproepen en ons kunnen sterken in het besef dat we deel zijn van
een groter geheel.
Maar zelfs als de synchroniciteit ons zo sterkt dat we het nog nauwelijks
als toeval kunnen beleven, zie het niet als een magisch gebeuren
dat op zichzelf een waarheid of een zin bevat. Een gegeven in de
natuur kan bijvoorbeeld een perfecte uitdrukking geven aan iets
wat in onze beleving belangrijk is. De uiterlijke realiteit lijkt
soms een antwoord te geven op een innerlijk verlangen, of het kan
iets laten oplichten wat ons bezighoudt. Ik vat het op als betekenisvolle
verbanden tussen innerlijke en uiterlijke realiteit die door de
personen 'opgemerkt' worden. Iets 'wordt waar' voor de persoon omdat
hij datgene wat in zijn blikveld komt aanneemt als iets wat in zich
zin krijgt in zijn levenscontext.
Het geeft uiteraard extra steun wanneer er iets heel treffends op
iemands weg komt. Vanuit spiritueel oogpunt gaat het echter fundamenteler
om een levenshouding van openheid en bereidheid om samen te werken
met het lot en het beste te halen uit wat je overkomt. Bovendien
is het soms zo dat wat er toevallig op iemands weg komt, heel wat
minder toeval is dan het lijkt. Vaak creëren mensen onbewust
omstandigheden waardoor dingen samen komen of de persoon is -zonder
het te beseffen- tot iets aangetrokken, of pikt dingen op vanuit
een intuïtief gevoel. Top
Lockhart Robin Bruce.
Halfway to heaven. The hidden life of sublime Carthusians.
London: Thames Methuen, 1985, p.92-93
Dit 'zelf' zoals we het noemen, is niet ons echte en ware wezen;
het is enkel een deel, en het meest nietige en minst interessante
deel. Dit valse en minderwaardige zelf bestaat in de opeenvolging
van onbelangrijke gebeurtenissen die iemands leven, in zichzelf
beschouwd, uitmaken. Het bestaat uit 'het leed van een nacht' en
de vreugde 'die komt met de morgenstond', uit onze leeftijd, de
figuur van ons lichaam, onze gezondheid, onze carrière, onze
reputatie - de reacties van onze gevoelige natuur tegenover al deze
voorbijgaande zaken. Ons echte en ware zelf kennen deze zelfde omstandigheden,
maar dan gezien als onderdeel van het Goddelijk liefdesplan, en
een bijdrage leverend voor de realisatie ervan. We zijn teveel opgeslorpt
door dit eerste 'zelf', en wanneer we lijden, piekeren we teveel
over ons lijden, hierbij vergetend dat dit lijden juist het middel
kan zijn om ons bovennatuurlijke vreugde te schenken. We waarderen
ieder ding, persoon, gebeurtenis vanuit een menselijk oogpunt, dat
vaak zo kortstondig en beperkt is. Onze waarden zouden Gods eeuwige
waarden moeten zijn. Dan bloeit alles open en wordt het mooi. Het
is leven van het geloof dat Gods eigen leven in ons is. Dan is het
niet langer 'wij' die leven, maar de Eeuwige Vader die ons zijn
Geest zendt, door Wie we leven. Top
Louf André. Genade
in zwakheid. Woorden van een abt ter meditatie. Tielt: Lannoo, 1992,
p.49-50.
Honger komt nooit alleen; honger raakt ons meestal heel erg, niet
lichamelijk, maar ook diep in het hart. De honger verwondt in zekere
zin, hij ondermijnt iets in ons dat tot dan toe onaaantastbaar was.
(...) En juist daardoor kunnen vasten en honger iets veranderen
in ons, ze kunnen een echte transformatie teweeg brengen.
Want samen met de honger duiken dadelijk andere verlangens en bekoringen
op, zelfs voor Jezus: de aantrekkelijke uitdaging van gemakkelijk
succes, het verlangen naar aardse roem, de honger naar macht in
deze wereld, de zinnelijkheid in al haar vormen. Het vasten heeft
de deur die we zo vaak, zelfs met een dubbel slot, gesloten willen
houden half geopend. Want onmiddellijk na de eerste honger en het
eerste verlangen duiken daar weer die andere honger en die andere
verlangens op die even bitter en even verontrustend bezit willen
nemen van ons hart. (...)
En toch was Jezus juist daarom gekomen, niet om alle verlangens
en bekoringen de kop in te drukken, noch om ze eervol te overwinnen,
wel integendeel. Hij zal ze vrijwillig maar ongestraft doorstaan
om zo de andere oever van de verlangens te bereiken: 'Als ik de
ravijn van de dood oversteek, zal ik geen kwaad vrezen, want Gij
zijt bij mij.' De andere oever van de verlangens, dat is: de geheime
roerselen van onze besluitloosheid en van onze grillen, datgene
wat het intiemste van onszelf is, dat wat we zijn. 'Zoals het hert
dat reikt naar waar het water stroomt, zo in verlangen reikt mijn
ziel naar u, o God' (Ps.42,2-3). Dit is onze honger en onze dorst
naar God. Zoals voor Jezus riskeert ons vasten ook vandaag nog de
deur boven de opwinding van de verlangens die het dreigt te ontketenen
op een kier te zetten, een deur die uitgeeft op de andere oever
van onze verlangens, niet op haar donkere, maar op haar lichtende
zijde: God in ons. God die verlangt bemind te worden. God die hongert
naar ons, en wij naar Hem, hartstochtelijk. Top
Main John. The
present Christ. NY: Crossroad, 1991, p.74-76.
De roeping voor iedere mens van onze tijd, voor ieder van ons, is
om spiritueel te worden. En om spiritueel te worden, dienen we ons
officiële religieuze zelf achterwege te laten, ons farizeïsme
dat in ieder van ons latent aanwezig is omdat, zoals Jezus ons zegt,
we dienen ons zelf los te laten. Alle beelden van onszelf die voortkomen
uit de koortsachtige activiteiten van ons ego, dienen we te laten
varen en transcenderen, willen we één worden met ons
zelf, met God, met onze broeders -dat is werkelijk mens worden,
werkelijk authentiek, werkelijk nederig. Onze beelden van God dienen
evenzeer losgelaten te worden. We dienen geen afgodsaanbidders te
worden. Het is merkwaardig dat we vaststellen dat deze afgoden wegvallen
als ook onze beelden van ons zelf wegvallen, wat suggereert, wat
we eigenlijk altijd al vermoedden, dat de beelden die we over God
hadden eerder beelden van onszelf waren. In dit wonderlijk proces
van te treden in het volle licht van de Realiteit, van het wegvallen
van illusies, verschijnt er een grote stilte in het centrum. We
voelen onszelf omgeven door de eeuwige stilte van God. We leren
om te zijn, om met God te zijn, om in God te zijn.
Top
Main John. Uit:
P.Harris. De stille revolutie. 365 daglezingen van John
Main over christelijke meditatie. Gent: Carmelitana, 2003, p.21
Ik geloof, en ik neem aan dat het het geloof is van de traditie
(ervaring en traditie vallen hier samen), dat hoe meer we nadenken
over God, hoe meer we ons beelden vormen van Hem of onze fantasie
prikkelen met allerlei visioenen, hoe minder we Hem kunnen ervaren.
Ik bedoel niet dat we moeten neerkijken op theologie, filosofie
en kunsten. Maar deze drie vruchten van onze geest en ons hart hebben
uiteindelijk slechts waarde in zoverre ze onze reis naar de grenzen
van het beperkte menselijke bewustzijn verhelderen, bemoedigen of
uitzuiveren. Aan deze grenzen staan we oog in oog met een gids:
het onbegrensde bewustzijn, de persoon van Jezus Christus. Die grenzen
bereiken we alleen maar wanneer we licht reizen omdat we alles achtergelaten
hebben en wanneer we degene die op ons wacht, omhelzen met een absoluut
vertrouwen. Vanaf dat ogenblik weten we uit eigen ervaring dat Hij
de weg, de waarheid en het leven is. Top
Mechiels-Van Herp Hilde.De
Kruisweg van de stilte. Eigen-zin-nig.
Leuven: Davidsfonds. 2009, p.23
Ik ben gevangen. Gevangen door het indroeve kijken van Gods zoon
die ons allen is voorgegaan in deze immense brok van menselijk lijden.
Totaal ontredderd staat hij daar, een man, bang, huilend, zwetend,
biddend om wat hem te wachten staat. Hij is letterlijk doodsbenauwd.
Hij smeekt dit lijden niet te moeten ondergaan. Uit diepten roept
Hij, urenlang. Maar deze keer kan Hij zich niet staande houden.
Deze keer gaat Hij door de knieën. Hij heeft gestalte noch
luister. Hij is geen held en minder nog lijkt Hij tegen zijn lot
te zijn opgewassen.
Bij zijn leerlingen lijken de idealen te zijn stukgeslagen. Moe
van teleurstelling en van ontmoediging zijn ze en vallen ze in een
diepe, droomloze slaap. Zij zochten een held maar hun held blijkt
een verliezer. Zij zochten iemand die zich door de dood niet laat
knechten. Maar Jezus toont zich niet op die wijze. Straks wordt
Hij door Zijn Vader losgelaten. Dat is het wat naar mijn mening
bloed, zweet en tranen kost. Juist Hij, die met al zijn vezels aan
God verbonden is,zal de rauwe donkerte van de Godverlatenheid aan
den lijve ondervinden. Juist Hij. Top
Meister Eckhart. Over
God wil ik zwijgen II. Preken. Vertaald door C.O.Jellema. Groningen:
Historische Uitgeverij, 2001,p.161-162.
De Vader baart de Zoon in de eeuwigheid aan zichzelf gelijk. 'Het
woord was bij God, en God was het woord': het was hetzelfde in dezelfde
natuur. Ik zeg nog iets meer: Hij heeft Hem in mijn ziel geboren
doen worden. Niet alleen is de ziel bij Hem en Hij bij haar als
gelijke, maar Hij is in haar, en de Vader baart Zijn Zoon in de
ziel op dezelfde wijze als Hij Hem baart in de eeuwigheid, en niet
anders. Hij moet dat doen, graag of niet. De Vader baart Zijn Zoon
onafgebroken, en ik zeg nog meer: Hij baart mij, Zijn zoon, als
dezelfde Zoon. Ik ga nog verder: Hij baart mij niet alleen als Zijn
zoon, nog verder: Hij baart mij als zichzelf en zichzelf als mij
en mij als Zijn wezen en Zijn natuur. In de innerlijkste bron daar
ontspring ik in de Heilige Geest, daar is één leven,
één wezen en één werken. Al wat God
verricht is één; daarom baart Hij mij als Zijn zoon
zonder enige onderscheidenheid. Mijn lijfelijke vader is niet in
eigenlijke zin mijn vader, doch slechts met een klein stukje van
zijn natuur, en ik ben van hem gescheiden; hij kan dood zijn en
ik leven. Daarom is de hemelse Vader waarlijk mijn vader, want ik
ben Zijn zoon en al wat ik heb, heb ik van Hem, en ik ben de Zoon
zelf en niet een ander. Omdat de Vader één werk verricht,
daarom maakt Hij mij als Zijn eengeboren Zoon zonder enig onderscheid.
Top
Meister Eckhart, Mulier, venit
hora, 49. Uit: Van der Stap Ton. De weg van Eckhart. Kapellen: Pelckmans,
2003, p.78
Het hoogste van de ziel staat in de eeuwigheid en heeft niets te
maken met de tijd en weet niets van de tijd noch van het lichaam.
(...) Daarin ligt zoiets als een oorsprong van alle goeds verborgen
en als een stralend licht dat altijd straalt, en als een brandend
vuur dat altijd brandt; en die brand is niets anders dan de Heilige
Geest. Top
Meister Eckhart. Over God wil
ik zwijgen. I. De Traktaten. Vertaald door C.O. Jellema. Groningen:
Historische Uitgeverij,1999,p.137-138
Nu kun je je vragen wat afgescheidenheid precies is, omdat ze zo
buitengewoon edel is van zichzelf. Weet dan, dat echte afgescheidenheid
niets anders is dan dat de geest even onbeweeglijk tegenover alles
staat wat op hem afkomt aan liefde en leed, eer, schande en smaad
als een berg van lood tegenover een zwakke wind. Deze onbeweeglijke
afgescheidenheid brengt de mens tot de grootste gelijkheid met God.
Want dat God God is komt door Zijn onbeweeglijke afgescheidenheid,
en aan die afgescheidenheid ontleent Hij Zijn zuiverheid en Zijn
enkelvoudigheid en Zijn onveranderlijkheid. Wil daarom de mens aan
God gelijk worden, voor zover een schepsel aan God gelijk kan zijn,
dan moet dat gebeuren door middel van afgescheidenheid. Die brengt
de mens dan tot zuiverheid en van de zuiverheid tot enkelvoudigheid
en van de enkelvoudigheid tot onveranderlijkheid, en zo komt een
gelijkheid tussen God en mens tot stand. Die gelijkheid is een beschikking
van genade, want de genade trekt de mens van al het tijdelijke weg
en reinigt hem van al het vergankelijke. Dit moet je weten: leeg
en ontdaan zijn van al het geschapene is vol zijn van God, en vol
zijn van al het geschapene is afwezigheid van God. Top
Meister Eckhart
Wie niets anders zou kennen dan de schepselen, zou aan een preek
geen behoefte hebben, want ieder schepsel is vol van God en is een
boek op zichzelf. Top
Meister Eckhart in: Cyprian Smit,
Spiritual life as taught by Meister Eckhart. The way of paradox.
London: Darton, Longman & Todd, 1987, p.49
We dienen ons te ontdoen van ons zelf om ons Zelf te vinden. Het
is duidelijk waarom. Veel zaken in ons leven zijn getekend door
projecties of valse identificaties, waarbij we verbeelden dat wij
onze gedachten, gevoelens, handelingen en taken in de wereld zíjn.
We dienen dit los te laten. We dienen te leren om niet te presteren,
om niet iemand te zijn, maar gewoonweg te zijn! Op het
ogenblik dat we voor onszelf een bepaald doel of ambitie vooropzetten,
zitten we opnieuw vast door een ander beperkend, illusoir beeld,
een ander vals 'zelf'. De Grond van de Ziel heeft geen ambities
of doelstellingen, zelfs niet eens het doel om zichzelf te kennen.
Het is gewoon vrij, vredig, open en ontvankelijk voor de realiteit
van het huidige moment en wat er ook van God in aanwezig is. Deze
onthechte openheid en ontvankelijkheid, de weigering om iets te
betrachten is een van haar meest godgelijkende kenmerken. Top
Meister Eckhart, preek 22. Uit:
Over God wil ik zwijgen. II Preken (vert. C.O.Jellema) Groningen:
Historische uitg.,2001,p.30
Het grootste goed dat God de mensen heeft gegeven is Zijn menswording.
Nu moet ik een verhaal vertellen dat hier goed bij past. Er waren
eens een rijke man en een rijke vrouw. Toen overkwam de vrouw een
ongeluk waardoor zij een oog verloor; daarover was zij zeer bedroefd.
Toen kwam haar man bij haar en vroeg: 'Vrouw, waarom ben je zo bedroefd?
Je moet er niet zo verdrietig om zijn dat je een oog kwijt bent.'
Toen zei ze: 'Manlief, ik ben niet bedroefd omdat ik een oog kwijt
ben; maar ik ben verdrietig omdat ik denk dat jij me nu minder lief
zult hebben.' Toen zei hij: 'Vrouw, ik heb je lief.' Niet lang daarna
stak hij zelf een van zijn ogen uit en ging naar zijn vrouw en zei:
'Vrouw, opdat je nu gelooft dat ik je lief heb, daarom heb ik me
aan jou gelijk gemaakt; ik heb ook nog maar één oog.'
Dit verhaal staat voor de mens die nauwelijks kon geloven dat God
hem zo lief heeft, totdat God zichzelf een oog uitstak en de menselijke
natuur aannam, dat wil zeggen 'vlees geworden' is. Onze Lieve Vrouwe
vroeg: 'Hoe zal dat gebeuren?' Toen zei de engel: 'De Heilige Geest
zal van bovenaf in jou neerdalen' van de hoogste troon van de Vader
van het eeuwige licht. Top
Meister Eckhart
Het kleinste waarvan je het zijn
in God onderkent, ja de bloem, waarvan je onderkent dat zij een
zijn in God heeft, is edeler dan de hele wereld. Top
Meister Eckhart
Sommige eenvoudige mensen menen
dat zij God moeten zien als staande daarginds en zij hier. Zo is
het niet -God en ik, wij zijn één. Top
Merton, Thomas Een
leven lang om geboren te worden. Mediteren met Thomas Merton. Samengesteld
en ingeleid door Henk Blommestijn en Riet Hoogerwerf. Meinema: 2001,
p.100-101.
Bezinning is geen afwezig zijn maar een aanwezig zijn. Door haar
worden wij ons op de eerste plaats van onszelf bewust. Zij laat
ons in de werkelijkheid aanwezig zijn, namelijk in de werkelijkheid
van dit ogenblik en op deze tijd van ons leven die van de grootste
betekenis is. Zij stelt ons aanwezig voor God en dóór
Hem aanwezig voor al het andere. Voor alles brengt zij ons aanwezig
voor Hem.
We moeten op de eerste plaats in onszelf aanwezig zijn. Door onze
dagelijkse zorgen en beslommeringen worden we bij onszelf vandaan
getrokken. Zolang wij ons hieraan overgeven, is onze ziel niet thuis.
Zij is losgerukt uit haar eigen werkelijkheid en getrokken naar
de illusie waartoe zij neigt. De werkelijkheid die zij ís
en die zij hééft, laat zij schieten om een zwerm van
mogelijkheden te volgen. Maar mogelijkheden hebben vleugels en onze
ziel moet van zichzelf vandaan vliegen om die mogelijkheden op hun
vlucht te kunnen volgen. Als wij leven van mogelijkheden, laten
wij als bannelingen Gods aanwezigheid in ons leven achter ons. Zonder
thuishaven verplaatsen we ons naar een toekomst of een verleden
die ons geen van beide toebehoren, daar zij altijd buiten ons bereik
liggen. Het héden is ons domein. Alles wat het ons heeft
te bieden, mogen wij in bezit nemen. De enige mogelijheid die ons
in staat stelt om dat ook werkelijk te doen, is bezinning. Top
Merton Thomas. New Seeds of Contemplation.
NY: New Direction Books, 1962, p.161
Zielen zijn als was: zij wachten op een zegel. Op zichzelf hebben
ze geen identiteit. Ze zijn ertoe bestemd zacht gemaakt te worden
en in dit leven door Gods wil erop te worden voorbereid om bij hun
dood het zegel te ontvangen van hun eigen gelijkenis op God in Christus.
En dit is ondermeer de betekenis dat men door Christus geoordeeld
zal worden. De was die in Gods wil gesmolten is kan gemakkelijk
de stempelafdruk krijgen van haar identiteit, van hetgeen zij naar
waarheid bedoeld is te zijn. Maar als de was hard is en droog en
broos en liefdeloos, kan ze de stempelafdruk niet opnemen. Want
de harde zegel die erop gedrukt wordt, verplettert haar. Vandaar,
als je je hele leven lang probeert te ontkomen aan de hitte van
het vuur dat bedoeld is om zacht te maken en je er niet op wilt
voorbereiden je Ware eigenheid te bereiken, en als je probeert je
materie weg te houden van het smelten in het vuur -alsof je ware
identiteit zou moeten bestaan uit harde was- zal de zegel tenslotte
op je neer komen en je vermorzelen. Je zult niet in staat zijn je
eigen naam en voorkomen te krijgen, en je zult ten onder gaan door
een gebeuren dat bedoeld was om je volledig mens te maken.
Top
Merton Thomas, New Seeds of Contemplation.
NY: New Direction Books, 1962, 29-32. (Vert. Dirk Doms)
Een boom bewijst God eer door een boom te zijn. Want door te zijn
wat God wil dat hij is, gehoorzaamt hij Hem. (…) Als hij zou
proberen iets anders te zijn dan waartoe hij was bestemd, zou hij
minder op God lijken en Hem daardoor minder eer bewijzen. (…)
De vormen en individuele karakters van levende en groeiende dingen,
van onbezielde wezens, van dieren en bloemen en van de hele natuur
vestigen hun heiligheid onder Gods oog. Hun essentiële, onderscheiden
kwaliteit is hun heiligheid. Het is het stempel van Zijn Wijsheid
en Zijn Werkelijkheid in hen. (…) Dit blad heeft zijn eigen
textuur, zijn eigen nervenaderpatroon en zijn eigen heilige vorm,
en de baars en de forel, diep verborgen in de rivier, worden heilig
verklaard door hun schoonheid en kracht. De meren, verscholen tussen
de heuvels, zijn heiligen, en ook de zee is een heilige die God
zonder ophouden prijst met haar majestueuze dans. De grote, gekliefde,
halfnaakte berg is nog een van Gods heiligen. Niets is met hem te
vergelijken. Hij is de enige, met zijn eigen karakter. Niets anders
ter wereld imiteerde God ooit op die manier of zal het ooit doen.
Dat is zijn heiligheid. (…)
Bomen en dieren hebben geen enkel probleem. God maakt ze tot wat
zij zijn, zonder hen te raadplegen, en zij zijn volmaakt tevreden.
Voor ons is dat anders. God laat ons vrij om te worden wat we willen
worden, zoals we willen. We zijn vrij om echt te zijn of onecht.
We kunnen echt of vals zijn, de keuze is aan ons.
Top
naar Merton Thomas
Als we luisteren naar het ritme van de aarde, als we de seizoenen,
de overgang van zomer naar herfst, van dag naar nacht ernstig nemen,
dan ontkomen we er niet aan om langzamer te leven, om de deugd van
de traagheid te leren.
Het gaat hier niet om traagheid als gebrek aan ijver, als lusteloosheid
en luiheid. Dit zou voorbijgaan aan de kracht, aan de energie van
de schepping. Het gaat hier om eerbied voor de dingen die als schepping
op ons afkomen.
Willen we de volheid ervan beleven, willen we de energie werkelijk
inzetten voor het goede, willen we meer beantwoorden aan het mens
zijn, dan moeten we ons veel meer oefenen in de kunst van het langzame
leven.
Dat betekent dat we niet op drie plaatsen tegelijk willen zijn,
en niet drie dingen tegelijk willen doen, dat we minstens één
halve dag per week, minstens een dik half uur per dag niet werken,
stoppen en stilstaan, met milde open aandacht, zonder te oordelen,
zonder iets te willen bereiken.
Het betekent ook dat we leren aanvaarden wat we niet veranderen
kunnen en het geduld hebben om te zien wat we wel veranderen kunnen.
Het betekent dat wij ons concentreren op één zin,
op één ademhaling om die rust te hervinden en veel
bewuster de tijd te beleven.
Het betekent tenslotte dat we veel meer aandacht hebben voor ieder
mens, voor ieder ding om ons heen, en voor onszelf. In een wereld,
een maatschappij, in een huis als het onze, lijkt dat bijna onbegonnen
werk...
We zouden elkaar hierbij kunnen helpen. Top
Monbourquette Jean.
Integrale vergeving: genezing, vergeving en verzoening.
In: Zand erover? Vereffenen, vergeven, verzoenen. (R.Burggraeve,
D.Pollefeyt, J.De Tavernier. Leuven: Davidsfonds, 2000, p.55
Vergeving is doel op zich en niet enkel middel tot genezing. De
genezing door vergeving verkregen is er enkel een bijproduct van.
In dezelfde lijn beschrijft V.Frankl het genot als een gevolg en
niet als een doel op zich: "Genot of genoegdoening is niet
het doel van onze aspiraties, maar het vloeit voort uit onze gerealiseerde
doeleinden. Als we genot tot totale zin van ons bestaan promoveren,
dan mondt dat onvermijdelijk uit in de totale zinloosheid van ons
leven." Dat gelt ook voor de vergeving, waarvan het doel is
om de wraak te verzaken en degene die je beledigd of kwaad berokkend
hebt, lief te hebben. Daarom volgt degene die de effecten van de
vergeving beoogt en al zijn inspanningen op dat doel richt, een
verkeerde weg en mist hij mèt de waarachtige vergeving ook
de beoogde effecten. Top
Moore Thomas, Soul
Mates. Honoring the mysteries of love and relationship. Shaftesbury,
Dorset: Element Books, 1999, p.196
Enkele jaren terug verloor een vriendin van me, die ik goed ken
van sinds mijn jeugd, haar man aan kanker. Voor een lange tijd was
ze boos en dat zei ze me ook in niet mis te verstane bewoordingen
maar doorheen de tijd vocht ze geleidelijk haar weg naar een intimiteit
op een voorbeeldige wijze. Worstelend met de mysterieuze wegen van
het lot kan het enige pad zijn om te ontdekken dat het leven geen
creatie is van onze eigen wil, maar eerder het werk van een veel
grotere wil. Er kan teveel masochisme schuilen in een zich eenvoudigweg
overgeven aan het lot, maar in een hevig emotioneel gevecht ertegen,
kan er een meer liefdevolle erkentelijkheid van het goddelijke verkregen
worden. Religie in zijn diepste betekenis krijgt vorm als we doorheen
pijn en verlies leren dat de creativiteit die we in ons leven hanteren
beperkt is, zij is een loutere participatie aan een groter creatief
gebeuren. Top
N.N., uit een infofolder over
mindfulness
Mild worden is de rijpste groei van de mens. Het is zacht worden
in je woorden, in de klank van je stem, in heel je zijn. De blik
in je ogen wordt een warm aanvoelen omdat je in de mensen om je
heen jezelf erkent. Het heeft niets te maken met zwakheid, het zit
veel dieper, het is de kracht die je doet ontwaken en doet leven.
Mensen die van binnen mild worden beseffen wie ze zijn. Je oordeelt
niet meer over de anderen. Je bent niet langer hard. Je wilt je
niet overal laten gelden ten koste van je medemensen. Je luistert
omdat elke andere een voortdurend wonder is. Je geniet van zon en
regen en van heel kleine dingen. Dikwijls zie je die mildheid bij
mensen die veel geleden hebben. Ze horen en zien alles anders. Wie
mild wordt heeft zichzelf overwonnen. Een dankbare zucht van bevrijding
welkt uit je op. Je houdt van mensen omdat je geleerd hebt van jezelf
te houden niet zoals je zou willen zijn, maar gewoon zoals je bent.
Top
N.N. Uit: Bruno-Paul De Roeck.
Wat is goed, wat is kwaad. Ethiek van gestalt. Haarlem:De Toorts,
1979, p.11
Het
komt er niet op aan dat je naar het geluk streeft, maar dat je gelukkig
'bent'. Gelukkig ben je wanneer je leven klopt met je innerlijkheid
en met het grotere geheel waartoe je behoort. Top
Neefs Paul, s.j.
Strand en zee zijn voortdurend met elkaar in wisselwerking. Wanneer
de zee het strand overspoelt, is er verbondenheid en wederzijdse
doordringing. Als de zee terugwijkt, kan bij het strand de vraag
rijzen: waarom ga je zo ver weg? En bij de zee: waarom ga je niet
met me mee? Die vragen worden niet weggeduwd maar doorleefd. Het
op zichzelf teruggeworpen worden heeft zijn eigen betekenis en bereidt
een nieuw samenkomen voor. Weer overspoelt de zee het strand en
beiden brengen nieuwe ervaringen mee in het herwonnen samen zijn.
Top
Newman John Henry
Alleen God weet waar mijn grootste geluk verborgen ligt en op mij
wacht. Ikzelf weet dat niet. God leidt ons soms langs vreemde wegen.
Toch weten wij dat Hij alleen ons geluk wil. Wijzelf weten noch
waar ons geluk ligt noch welke weg is die daarheen leidt. Wij zijn
als blinden: aan onszelf overgelaten zouden we beslist de verkeerde
weg inslaan. Daarom moeten we die weg aan Hem overlaten.
Top
Nouwen Henri. Een
levende heenwijzing. Dienst en gebed in aandenken aan Jezus Christus.
Den Haag: J.N.Voorhoeve, 1981,p.20-21.
Genezing betekent aantonen dat onze mensenwonden op zeer innige
wijze met Gods igen lijden verbonden zijn. Een levende heenwijzing
naar Jezus Chrisitus zijn betekent daarom het verband laten zien
tussen ons kleine lijden én het grote verhaal van Gods lijden
in Jezus Christus, tussen ons kleine leven én het grote leven
van God met ons. Jezus Christus geneest onze wonden doordat Hij
onze pijnlijke maar vergeten herinneringen uit de egocentrische
individualistische privé-sfeer haalt. Hij brengt ze in verband
met de gehele mensheid, een pijn die Hij op Zich nam en transformeerde.
Genezing betekent daarom niet allereerst pijn wegnemen, maar onthullen
dat onze pijn onderdeel is van een rotere pijn, dat ons verdriet
een deel is van een groter verdriet, dat onze ervaring een deel
is van de grote ervaring van Hem die gezegd heeft: "Moest de
Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?"
Top
O'Donohue John. Echo's
uit de eeuwigheid. Verlangen naar verbondenheid. Baarn: Ten Have,
2002, p.37.
Deze stem is afkomstig uit uw ziel. Het is de stem van het
eeuwige verlangen in u en zij bevestigt dat u op de aarde een pelgrim
bent die onophoudelijk op weg is. Er is iets binnen in u waaraan
niemand of niets anders in de wereld tegemoet kan komen of kan voldoen.
Als u beseft dat een dergelijk gevoel van onbehagen normaal is,
bevrijdt dat u van de tredmolen van het najagen van steeds meer
tijdelijke en gedeeltelijke bevredigingen. Dit eeuwige verlangen
zal altijd eisen dat er ergens op alle plaatsen waar u thuis bent,
alle plaatsen van verbondenheid, een deur open blijft. Als u dit
verlangen tot uw vriend maakt, zal het u waakzaam houden en u doen
beseffen waartoe u hier op aarde bent . Het zal uw reis verdiepen,
maar u ook verlossen van de behoefte vele verleidelijke maar vergeefse
zoektochten te ondernemen. Verlangen kan nooit hier op aarde worden
vervuld. Zoals de bepaald niet fluisterende Stones enkele tientallen
jaren geleden zo gedenkwaardig zongen: 'I can't get no satisfaction.'
De schoonheid van het menszijn is het vermogen tot en het verlangen
naar intieme verbondenheid. Toch weten we dat zelfs zij die het
intiemst met ons zijn verbonden vreemden voor ons blijven. Maar
juist dat houdt ons verlangen in leven. Top
Oosterhuis Huub. Boek
van mijn leven. Kampen: Kok, 2000, p.20-21
Het uittocht- en woestijnverhaal zou niet doorverteld en opgeschreven
zijn, als het niet 'echt' gebeurd was. Al komen we niets te weten
over de feitelijke, historische toedracht, het is 'levensecht' gebeurd;
en het is doorverteld en opgeschreven opdat latere mensen, nakomelingen,
wij-mensen er de schrik en de troost, de schok der herkenning aan
zouden beleven. In de schok der herkenning ervaar je dat het verhaal
je tart, je uitdaagt tot een dieper begrijpen van jezelf, tot bewustwording
en zelf-vernieuwing.
Het uittocht- en woestijnverhaal weerspiegelt of voorzegt ons leven,
zoals het geagaan is, zoals het gaat, of nog móét gaan. Werkt het
zo? Niet vanzelf -zoals geen enkel verhaal, kunstwerk, muziekstuk,
zoals geen enkel wijs woord of goede raad vanzelf werkt. Je moet
het willen: de denk- en geheugenoefeningen, de bewustwordingsoefeningen
die het verhaal je voorschrijft willen volbrengen: bereid zijn de
vragen tot je toe te laten. Vragen als: ben jij ooit bevrijd? Hoe
gebeurde dat, hoe ging het verder? Waaruit ben je bevrijd, weggeroepen,
uitgeleid? Uit welke denkbeelden, waanideeën, angsten, duistere
gevoelens? Uit welk jargon, welke vooroordelen, kinderfantasieën?
Hoe is het gegaan, geleidelijk, met schokken? Heb je jezelf bevrijd,
op eigen kracht? Of is het zo gegaan dat er mensen waren die iets
met je deden -je werd in beweging gebracht, aangestoken, aangesproken,
aangepakt, op je kop gezet en toen weer met je voeten op de grond.
Zo moet het wel gegaan zijn: als je veranderd bent in meer jezelf,
als je bezig bent anders te worden, meer mens, dan is het, omdat
anderen je hebben aangegrepen. Door kleine en grote verhoudingen,
liefdes, tweegevechten heen, door zee en woestijn van oase naar
oase moet je gaan. Waar ben je nu? Halverwege de droge zee, het
water op je hielen? Net op de andere oever geklommen? Halverwege
de woestijn, nog twintig jaar te gaan? Vlak aan de grens van het
land? Top
Origines. Uit:
Waaijman, Kees. Spiritualiteit. Vormen, grondslagen, methoden. Gent:
Carmelitana, 2000, p.507.
Zichzelf kennen is weten dat men geschapen is naar Gods beeld en
dat dit 'naar God beeld' ons wezenlijk constitueert. Top
Pacot Simone.Tot
in onze diepste diepten. Het evangelie ter harte nemen. Carmelitana/Ten
Have, 2001, p.227-229
Vergeving kent geen voorwaarden. Deze is gratis en sluit alle gemarchandeer
uit. Er is geen sprake van vergeving, op voorwaarde dat de ander
een stap zet, zodat hij zijn ongelijk erkent, dat de ander zich
bewust wordt van het kwaad dat hij heeft gedaan. Dat hoort bij de
verantwoordelijkheid van die ander. Wij hebben daar niets over te
zeggen.
Wij mogen ook niet vergeven om een bepaald doel te bereiken. Vergeven
herstelt de uiterlijke vorm van de relatie nog niet per se. Of een
relatie weer goed kan komen, hangt niet alleen van ons af. (...)
Soms is het nodig afstand te nemen. Wanneer dat niet mogelijk is,
moeten we innerlijk afstand nemen, om onszelf te beschermen. (...)
Bij vergeving hoort ook dat wij onszelf niet langer rechtvaardigen.
Er komt een ogenblik dat al ons geredeneer op moet houden. Dat wij
wat te rechtvaardigen valt, los moeten laten. (...)De ander willen
vergeven, kan ook aanleiding geven tot superioriteitsgevoelens,
zelfingenomenheid, of tot een oordeel over de ander. (...) Daarom
is het meestal genoeg, op een duidelijke manier in ons hart te vergeven
en verder te zwijgen. (...) Bereid zijn te zwijgen, is een goed
punt van onderscheiding om te weten of ons hart zuiver is. (...)
Vergeving is een duidelijk te omschrijven daad: 'Op die dag ...
op dat uur... vanaf dit ogenblik heb jij geen schuld meer.' Deze
daad is in het diepste van ons hart, met grote vastberadenheid gesteld.
We zullen het spoor van dit proces blijven volgen in ons hart. Het
is een punt van houvast, waar wij steeds weer naar terug kunnen
keren. Want wij zullen weer lijden en ons verzet komt weer boven,
bij ontmoetingen, tijdens gesprekken, als wij herinnerd worden aan
bepaalde gebeurtenissen, enz. Dat hoort erbij. Alleen weten we nu
zeker, dat de eerste keer dat wij vergeven hebben, nog steeds geldig
is. De vergeving is geschonken, dat staat vast. We moeten dus niet
op onze keuze terug komen, maar die keuze hernieuwen. Daardoor zal
de keuze zich verdiepen. Het is herzelfde proces als bv. het afleggen
van de gelofte van armoede: eenmaal afgelegd zal zij van dag tot
dag tot ontplooing moeten komen, soms zelfs door het geestelijk
gevecht heen. Top
Pacot Simone. Het doordringen
van het evangelie tot in onze diepste diepten. Gent: Carmelitana,
2004, p.108
Vasten houdt in dat we ophouden met eten. We houden voedsel op een afstand.
Het vasten maakt dus ruimte vrij, het is een manier om plaats te
maken voor iets anders, voor de Ander. Als we het symbolisch interpreteren,
houdt vasten in dat we niet langer geweld en doodslag plegen om
zelf te kunnen leven, dat wil zeggen dat we ervan afzien een ander
te beroven van zijn of haar leven, vrijheid, anders-zijn, dat we
die ander niet te gronde richten en als het ware opslorpen. Vasten
is ervan afzien die ander op te eten en er juist voor zorgen, dat
hij of zij zélf te eten heeft.
Tijdens het proces van het doordringen van het evangelie tot in
onze diepste diepten maken velen een bijzondere vastentijd door:
ze onthouden zich niet van voedsel, maar brengen een soort vasten
in praktijk dat we 'geestelijk vasten' zouden kunnen noemen. Ze
gaan bijvoorbeeld gedurende een bepaalde periode van een of meerdere
dagen ermee ophouden zichzelf systematisch te kleineren, ervan afzien
zich in raadgevingen uit te putten vanuit een geest van almacht,
negatieve gedachten vervangen door positieve gedachten die hem in
de richting van het leven voortstuwen; ze houden ermee op te 'eten'
wat hen te gronde richt, namelijk het vergif waarmee ze zich gevoed
hebben. Dit vasten vindt niet plaats op zomaar een willekeurig punt
van het proces dat zij doormaken: het maakt deel uit van de spirituele
strijd die zij moeten leveren, wanneer zij de verschillende fases
hebben afgelegd die vooraf gaan aan de keuze van de weg ten leven.
Top
Peeters Magda,
zr.Elisabeth o.carm. in Vuurtorens (red.M.Roseeuw). Averbode: Altiora
1993, p.101
Ik kan alleen maar zeggen dat ik in mijn leven heb ervaren... dat
een fase van lijden vaak ook een fase is, die een mens rijpt.(...)
Dat is Gods geheim. Uiteindelijk word je verwezen naar Christus
zelf die geleden heeft. Hij had nooit zoveel voor ons kunnen betekenen
zonder de harde weg van het lijden en dood te gaan. Want precies
daarin wordt Hij voor ons een teken van hoop. Er is geen leed dat
Hij niet meegedragen heeft en ook nu niet bereid is mee te dragen.
Voor een stuk ervaar je dat ook onder mensen. Hoe rijper een mens
wordt, hoe menselijker en hoe gevoeliger hij wordt voor het leed
van anderen. Hoe meer hij ook hulp an bieden, die de mens ergens
dieper raakt. (...) Daar komt God voor mij in het spel. Waarom Hij
leed uiteindelijk toelaat, weet ik niet. Ik weet wel, dat Hij het
leed met ons draagt. Dat Hij mensen hlept in het leed te groeien.
Ik heb zelf ervaren, dat het leed vaak ook een weg wordt naar Hem
toe, een weg om in liefde te groeien, om meer datgene te worden
waarvoor we uiteindelijk gedacht zijn.
Voor mij is het leven een 'op weg zijn' naar een soort mens, waar
ik nog naar toe moet en mag groeien. Ik krijg daar een aantal jaren
voor, en dan mag mijn leven uiteindelijk naar Zijn volheid toegroeien.
Ik kan enkel zeggen dat ik dankbaar ben voor alle ervaringen van
leed in mijn eigen leven. Want het zijn precies die ervaringen die
mij dichter bij mij zelf, dichter bij God én dichter bij
andere lijdende mensen gebracht hebben. Top
Philotheus van de Sinaï.
Over de waakzaamheid, nr.24. Uit: Filokalia. De
waakzaamheid van hart. Reeks: Monastieke cahiers, nr. 22. Bonheiden:
Abdij Behtlehem, 1982, p.78
Wie iets van dit Licht mocht gewaar worden, begrijpt wat ik zeg.
Dit Licht doet steeds meer pijn. Het graaft een diepe honger in
ons. De ziel eet er wel van, maar zonder ooit verzadiging te voelen.
Hoe meer zij eet, hoe meer honger zij heeft. Dit Licht trekt elke
geest aan, zoals de zon elk oog aantrekt. Licht dat niet te begrijpen
is in zichzelf, maar zich toch laat begrijpen, niet met woorden,
maar alleen door de ervaring van wie het genieten mocht, of liever,
van wie erdoor gekwetst werd. Licht dat me vraagt te zwijgen, al
zou ik er graag nog veel meer over verteld hebben. Top
Pollefeyt Didier. Vergeving:
valkuil of springplank naar een betere samenleving? Op zoek naar
een nieuw begin voor dader en slachtoffer. In: Zand erover? Vereffenen,
vergeven, verzoenen. (Red.: R.Burggraeve, D.Pollefeyt, J.De Tavernier.)
Leuven: Davidsfonds, 2000, p.160-161
Levinas herinnert er ons aan dat 'het vergeten de relaties met het
verleden annuleert, terwijl het vergeven het verleden omzet in een
gezuiverd heden'. Vergeven is dus totaal verschillend van vergeten.
Menselijke vergeving is noodzakelijk precies omdat we absoluut niet
kúnnen vergeten! Vergeten zou definitief de deur sluiten
die naar vergeving leidt. Als er wordt vergeten, valt er niets meer
te vergeven. De vergeving gaat trouwens niet over de misdadige gebeurtenissen
zelf. Hun spoor moet daarentegen bewaard worden. Vergeving heeft
betrekking op de schuld van de dader voor de misdaad. De zwaarte
van de schuld kan de herinnering verlammen en het onmogelijk maken
om zich aan de toekomst te wijden. Met de gegeven of ontvangen vergeving
is de dader noch het slachtoffer van de herinnering verlost. Het
slachtoffer is in de vergeving niet bevrijd van de herinnering,
wel van het gerucht van de wrok en de haat. Zijn kwetsuur wordt
een litteken, onomkeerbaar gegrift in de huid van zijn bestaan.
Top
Radcliffe Timothy. Sing
a new song: The christian vocation. Dublin: Dominican Publications,
2000, p. 180-182.
Maria Magdalena brengt aan de leerlingen het nieuws 'Ik heb de Heer
gezien'. Dit is niet enkel een vaststellling van een feit, maar
het delen in een ontdekking. Ze heeft met hen hun verlies, pijn,
verwarring en leed gedeeld, nu kan ze met hen haar ontmoeting met
de verrezen Heer delen. Ze kan het goede nieuws met hen delen omdat
het goed nieuws is voor haar.
Het Woord dat we verkondigen is een woord dat ons mens-zijn heeft
gedeeld en is 'niet een hogepriester die niet in staat is mee te
voelen met onze zwakheden, maar hij werd zelf op allerlei manieren
op de proef gesteld precies zoals wij, afgezien dan van de zonde.'(Heb.4,15)
Prediken zal van ons vragen dat we geïncarneerd worden in verschillende
werelden, ... We moeten een wereld binnentreden, die taal leren,
zien door de ogen van de bewoners, in hun vel leren voelen, hun
zwakheden leren kennen en hun hoop. We moeten, in zekere zin, aan
hen gelijk worden. Dan kunnen we een woord spreken dat goed nieuws
is voor hen en voor ons. Dit betekent niet dat we het eens hoeven
te zijn over alles. Soms zullen we hen dienen uit te dagen. Maar
we dienen eerst de harstslag van hun menselijkheid te voelen vooraleer
we die stap kunnen zetten.
In de traditie van de Kerk wordt 's morgens lofprijzingen tot God
gezongen. We gaan verder met wakers te zijn die wachten op de morgen,
zodat we onze hoop kunnen delen met mensen die geen teken zien van
de opgaande zon. Het is omdat ik ergens hun duisternis heb opgemerkt,
en het misschien ook herken als de mijne, dat ik met hen een woord
kan delen van 'de innige barmhartigheid van God, die op ons neerdaalt
als de dauw uit de hemel'.
Soms zijn we hiertoe in staat omwille van wie we zijn en van wat
we hebben meegemaakt. Maria Magdalena zoekt voor het lichaam van
de Heer met een tederheid dat ze geleerd heeft uit een leven dat,
-volgens de traditie, getekend was door tegenslagen en zonde. Het
was dit leven dat haar voorbereid had om de persoon te worden die
naar de man zocht die ze lief had en die ze herkende wanneer hij
haar bij haar naam riep. Een van de kostbaarste gaven die je aan
de Orde schenkt is je leven, met zijn tegenslagen, moeilijkheden,
duistere periodes. Ik kan zelfs terugkijken naar een bepaalde zonde
en het zien als een felix culpa, omdat het me voorbereid
heeft als iemand die een woord van medelijden en hoop kan spreken
voor anderen die hetzelfde lot delen. Ik kan met hen het opstijgen
van de zon delen. Top
Rainer Maria Rilke
God is in ons aanwezig zoals edel wild in het bos. Je ziet er de
herten zelden. Je moet eerst geduldig worden en stil. Top
Rainer Maria Rilke. De mooiste
gedichten. Leuven: Davidsfonds, 1999, p.79
De blaren vallen, vallen als van ver,
als welkten in de hemel verre tuinen;
ze vallen met ontkennende gebaren.
En in de nachten valt de zware aarde
uit alle sterren in de eenzaamheid
Wij allen vallen. Deze hand zal vallen.
En kijk je naar de ander: het is in alle.
Maar Eén is er. Hij vangt dit vallen
oneindig teder in zijn handen op. Top
Rainer Maria Rilke
Het komt erop aan te groeien als een boom
die vertrouwvol standhoudt tegen de sterke winden van de lente zonder
de vrees dat de zomer niet zou aanbreken.
De zomer komt maar hij komt alleen voor hen die kunnen wachten zo
rustig en ontvankelijk als hadden ze de eeuwigheid voor zich. Top
Roethke Theodore , The
Far Field
I learned not to fear infinity,
The far field, the windy cliffs of forever,
The dying of time in the white light of tomorrow,
The wheel turning away from itself,
The sprawl of the wave,
The on-coming water. Top
Ruusbroeck
God is degene die van binnen naar buiten op me toekomt.
Schmitt Eric Emmanuel. Het
evangelie volgens Pilatus. Antwerpen: Atlas, 2006, p.269-270
Dat is de moeilijkheid van het christendom: na de verdwijning van
Christus is de Openbaring afgesloten. Hij ís de openbaring.
Daarna doet zij in directe zin niet meer van zich spreken. Zij behoeft
de bemiddeling van teksten, van mensen die ze schrijven, die ze
kopiëren, die ze interpreteren, en die ze van commentaar voorzien.
Het christendom vereist een dubbel vertrouwen: vertrouwen in God
en een vertrouwen in de mens. Ieder die zichzelf intelligenter of
slimmer beschouwt dan allen die hem zijn voorgegaan, kan geen christen
worden. Ik vrees dat onze narcistische tijd, die zich boven alle
voorgaande eeuwen verheven acht, niet in staat is om deze boodschap
verder te helpen. Zonder een zekere nederigheid, zonder aandacht
voor de getuigen, zonder een minimum aan begrip voor de vroegere
gelovigen, kan men Jezus niet kennen. Het christendom heeft onze
levens nodig om voort te bestaan, onze herinnering om herinnerd
te worden. Het is een collectief oeuvre, werk in uitvoering, steeds
opnieuw. Top
Seattle, Opperhoofd- (1855).
De mens heeft het web van het leven niet zelf geweven, hij is slechts
één draad ervan. Wat hij met het web doet, doet hij
met zichzelf.Top
Servotte Herman. Woorden
voor onderweg. Evangelieteksten geïnterpreteerd. Averbode:
Altiora, 1995, p.87
Wanneer je de woorden van Jezus aanvaardt, aanvaard je meteen een
nieuw godsbeeld en een nieuw mensbeeld. Dan manifesteert de kracht
van God zich niet in de drukkingsmacht, maar in het geduld waarmee
hij op de mens wacht, in de fijngevoeligheid waarmee hij ons zijn
uitnodiging om mens te worden naar zijn beeld en gelijkenis voorlegt,
in zijn bereidheid om onze herhaalde weigering even vaak over het
hoofd te zien, in het toevertrouwen van zijn Zoon aan onze gevaarlijke
menselijke handen. We zijn nog maar net, in de evolutie, aan ons
animaal bestaan zijn ontsnapt; wij zijn nog niet boven de natuur
uitgegroeid: nog is het bij ons het rijk van tand en klauw, gedood
worden of doden. En nu al krijgen we een kans om door te stoten
naar een nieuwe bestaanswijze, die van God zelf: het Rijk der hemelen.
Op die weg gaat Jezus ons voor. Mocht hij gehoor geven aan het verlangen
van Petrus, zou hij zijn openbaring van God in feite loochenen en
meteen de eigenheid van de mens verraden. 'Het is in zwakheid dat
zijn kracht zich toont.'
We zijn geschapen naar 'het beeld en de gelijkenis van God'. Maar
dat einddoel kunnen we alleen bereiken in vrijheid. Mocht God zich
tonen in zijn majesteit, we zouden het besterven: 'Niemand kan God
zien zonder te sterven.' Daarom heeft hij zich klein gemaakt, en
is hij als mens tussen ons komen leven. Maar ook in dat perspectief
moeten we sterven om God te zien, want we moeten daartoe afstand
doen van onze kinderlijke dromen van almacht en onkwetsbaarheid.
En dat is blijkbaar moeilijker dan we denken.Top
Shinoda Bolen Jean
Door de jaren heen ben ik gaan geloven dat het leven vol is van
niet gekozen omstandigheden, dat mens-zijn te maken heeft met de
evolutie van ons individueel bewustzijn en met de verantwoordelijkheid
om keuzes te maken. Zowel lijden en vreugde maken deel uit van het
leven. Ik geloof dat hoe we reageren tot datgene wat aan ons en
om ons heen gebeurt ons vormt tot wie we zijn en veel te maken heeft
met onze psyche of de groei van onze ziel. Top
Sölle Dorothee. Uit:
Mystiek verzet.
Er zijn vier karakteristieken van de ervaring van mystieke zekerheid:
1.Het verdwijnen van alle zorgen, de ervaring dat alles uiteindelijk
in balans is, vrede, harmonie en de bereidheid er te zijn, ook als
de uiterlijke levensvoorwaarden gelijk blijven. 2. Het gevoel inzicht
te hebben verkregen in voordien onbekende waarheden, waarin de geheimenissen
van het leven doorzichtig worden; 3. de objectieve verandering van
de wereld, die "nieuw" lijkt, alsof ze nog nooit zo gezien
is, en 4. De extase van geluk. Top
Spreuken
Een oud Chinees spreekwoord luidt: 'Ik vroeg de amandelboom me over
God te vertellen. Daarop begon hij te bloeien.' Top
Standaert Benoît.
Spiritualiteit als levenskunst. Alfabet van een
monnik. Tielt: Lannoo, 2007, pp.235-236
De Mystieke kant van de vasten komt helemaal aan het licht in de
leer die we in het jodendom aantreffen. Daar is sprake van een vasten
eerder dan de schepping, een vasten in God. In het begin schiep
God hemel en aarde door op zichzelf een contractie uit te voeren
. God deed tsimtsoem. Hij vastte (tsom) op zichzelf! En dankzij
die leegte in zichzelf kon er het andere dan zichzelf ontstaan.
Drie eeuwen geleden leefde er in Praag de grote rabbi Jehuda Loew,
ook de Maharal van Praag geheten. Hij bekeek die leer van Gods contractie
op zichzelf en zei: 'God doet het om niet alles te zijn. Zo kan
de mens met zijn vrijheid op het toneel verschijnen. Maar als de
mens van zijn kant de vreze des Heren niet weet op te brengen, dan
zal de mens heel die leegte opvullen, erger nog: hij wordt alles,
op totalitaire wijze. Dan is er geen wereld meer, geen schepping
en ook geen God... De wereld als wereld hangt dus af van de mens!
Ook hij moet op zichzelf vasten en God vrezen.'
Vasten geeft uitdrukking aan mijn vreze des Heren. En zo ontstaat
er een juiste verhouding in alle richtingen, met alles wat anders
is. In de vasten schep ik een leegte voor het andere dan mijzelf.
Wie nooit vast, beleeft een volheid die vroeg of laat ieder ander
het veld uitjaagt, platwalst, herleidt tot zichzelf, totdat er nog
slechts één wereld overblijft, de onze, dezelfde,
totdat er niets anders meer is, of gewoonweg niets meer.
Goed vasten is dus een daad van wijsheid, van evenwicht, van immense
eerbied. Vasten is zelfs een politiek en een kosmische daad, een
daad de de redding van de hele schepping aangaat. Top
Suzuki Shunryu. Zen
beginnen, eindeloos Zen beginnen. (Vert.R.Noorbeek. Deventer: Ank
Hermes, 1976, p.19
Een roshi is iemand die de volmaakte vrijheid heeft verwezenlijkt
die voor ieder mens bereikbaar is. Hij bestaat ongedwongen in de
volheid van zijn gehele wezen. Het stromen van zijn bewustzijn is
niet het vaste, zich herhalende patroon van ons normale egocentrische
bewustzijn, maar ontstaat spontaan en natuurlijk uit de situatie
van het ogenblik. Dit geeft zijn leven een buitengewone staat van
veerkracht, oprechtheid, eenvoud, nederigheid, rust, blijheid, een
ongewone doorzichtigheid en een onpeilbaar mededogen. Zijn hele
wezen toont wat het betekent in de werkelijkheid van het heden te
leven. Zonder dat er maar iets gezegd of gedaan wordt, kan de invloed
van een ontmoeting met een zo ontwikkelde persoonlijkheid voldoende
zijn om iemands hele levenswijze te veranderen. Maar uiteindelijk
is het niet het buitengewone in de leraar dat de leerlingen in de
war brengt, intrigeert en verdiept, maar zijn doodgewoonheid. Omdat
hij alleen maar bij zichzelf is, is hij een spiegel voor zijn leerlingen.
Als we bij hem zijn, voelen we onze eigen zwakke en sterke punten,
zonder dat we merken dat hij ons prijst of terecht wijst. In zijn
aanwezigheid zien we ons oorspronkelijk gelaat en het buitengewone
dat we zien is alleen onze eigen ware natuur. Als we leren onze
eigen natuur vrij te laten, dan verdwijnen de grenzen tussen lereaar
en leerling in één diepe stroming. Top
Tagore Rabindranath.
Geef me de kracht om te veranderen wat kan veranderd worden. Geef
me het geduld om te aanvaarden wat niet veranderd kan worden. En
geef me de wijsheid om het onderscheid te maken tussen beide. Top
Tagore Rabindrantath. Gitanjali.
Naar een nieuwe dageraad. Tielt: Lannoo, 1999,p.31
Allerhoogste,
Als ik U, nu, in dit leven, niet mocht ervaren,
laat mij dan voelen dat ik U gemist heb
en dat mijn leven leeg was.
Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar
U.
Als ik , gelukkig oud, vereerd en rijk mag worden,
laat mij dan beseffen dat ik nog
niets gekregen heb.
Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar
U.
Als ik vermoeid langs de weg wil rusten,
laat mij dan niet vergeten
dat de verre reis nog voor mij ligt.
Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar
U.
Als mijn huis versierd, vol zachte muziek
en blije mensen is, laat mij dan weten
dat ik U niet uitgenodigd heb.
Laat mijn denken en dromen vol heimwee zijn naar
U. Top
Tauler Johannes, Pr.1
Uit: Jungclaussen Emmanuel. De innerlijke grond. De wereld in ons
innerlijk ontdekken aan de hand van Johan Tauler. Haarlem: J.H.Gottmer,1976,
p.78
Daarom moeten jullie het stilzwijgen beoefenen. Dan kan het Woord
dat geboren moet worden, in je worden gesproken en in je worden
vernomen. Want -beslist- als jullie willen spreken, dan is God gedwongen
te zwijgen! We kunnen het Woord niet beter dienen dan door te zwijgen
en te luisteren. Als je het Woord alle ruimte geeft in je ziel,
dan zal het je ongetwijfeld geheel en al vervullen: naarmate je
het de ruimte geeft, zal iets van zijn wezen in jou binnenstromen
-niet meer en niet minder. Je moet dat zwijgen steeds vaker in je
laten ontstaan. Je moet het een gewoonte in je laten worden; als
gewoonte wordt het een vaste eigenschap in je. Voor iemand die zich
erin heeft geoefend, is dat niets bijzonders -hoewel het iemand
die het niet heeft beoefend, totaal onmogelijk lijkt. Door gewenning
word je er handig in. Mogen we nu allen er ons op voorbereiden die
edele geboorte in ons te laten plaats vinden -zodat we werkelijk
geestelijke moeders worden- daartoe helpe ons God. Top
Teilhard de Chardin,
Christelijke mystiek 475 uit: A.Grün &
G.Riedl. Mystiek en Eros. Kampen: Ten Have, 2007, p.78-79
Betekenis van mijn leven=de mystiek van God in alles leven en laten
leven. Ik ervaarde de grondslagen en de ontwikkeling van deze mystiek
als volgt: 1.Mystieke capaciteiten. Het zijn er twee: a)de liefde
voor de persoon -vooral aanwezig tussen vrouw en man= liefde voor
wat in mij, doordringend, geconcentreerd is; b)liefde voor de wereld
-aanwezig in alle mensen [...] komt bij alle mystici voor, maar
blijft vaak onopgemerkt= liefde voor wat groot, machtig, omhullend,
absoluut is. 2.Deze beide capaciteiten zijn noodzakelijk, moeten
dus gecultiveerd worden (dit wil zeggen: de beide capaciteiten om
lief te hebben moeten, om ons met God te verenigen, hun object voort
zetten, niet verlaten). 3.De persoon en de wereld mogen niet verworpen
worden als nutteloos, zodra de capaciteit om lief te hebben voldoende
sterk zijn. Maar om de persoon en de wereld tegelijk met God lief
te kunnen hebben (zonder dat zij door de kennis die wij van God
hebben, hun bekoring verliezen), moeten wij voor hen een absolute
en goddelijke stimulans vinden. 4.God 'esse tractabile' (een aanraakbaar,
hanteerbaar bestaan) geven is de betovering van het universum. We
voelen God overal (net als de lucht), want Hij handelt of wij handelen.
-We intensiveren Hem om ons heen door de wereld te vergeestelijken.
Wij kunnen dus in het hart van het universum 'God betasten'. De
kosmische liefde kan als bemiddelaar dienen om de personele liefde
te vergoddeljken. [...] Een belangrijk element in de mystiek is
het genot (de hartstocht) over het bespeurde goddelijke element.
[...] Hoe meer ik mezelf ben, des te meer hoor ik bij God. (Vgl.
een cel in een organisme) Hoe meer je realist bent, des te meer
ben je mysticus. De hartstocht om zich met God te verenigen, dwingt
de mysticus om de dingen hun maximum aan werkelijkheid te geven.
Top
Theresa van Avila
Gebed is volgens mij niets anders dan de intieme vriendschapsrelatie
met de God door wie men gekend en bemind is.
Thomas R.S., (The
Bright Field) in Kim Nataraja. Dans met je schaduw. Averbode: Altiora,
2008, p.177)
Ik heb de zon zien doorbreken
om een wijle een klein veld te
verlichten, en ik vervolgde mijn weg
en vergat het. Maar dat
was de kostbare parel, het ene veld,
waarin de schat verborgen zat. Ik besef nu, dat ik al
wat ik heb, moet afstaan om het te bezitten.
Leven is niet zich haasten naar een wijkende
toekomst, noch hunkeren naar beelden uit het
verleden. Het is zich afwenden zoals Mozes
bij het mirakel van het brandend braambos,
bij een schittering, die zo voorbijgaand leek
als eens je jeugd, maar het is eeuwigheid,
die op je wacht. Top
Vaderspreuken
Als de was niet lange tijd verwarmd is en zacht geworden, kan er
geen zegel in gedrukt worden. Top
Vaderspreuken. Abt Pambo in A.Grün.
Goed omgaan met jezelf. Tielt: Lannoo, 2001; p.86
Als je een hart hebt, kan je worden gered. Als je een hart hebt,
een hart hebt dat klopt, dat werkelijk je middelpunt is, waar alles
uiteindelijk van uitgaat en waarin alles samenkomt, dan kan je worden
gered, verlost, bevrijd. Dan heeft je eigen slavenhouder, die jou
als slaaf houdt, jou onderdrukt, geen kans. Hij wordt door de ruimte,
de levendigheid, de goedheid van je hart -ook tegenover je zelf-
verdrongen, van zijn macht beroofd.Top
Vaderspreuken. Apofthegma 274 uit het oud-Ethiopisch.
Uit:Maurits Pinnoy (Vert.) Monnik in de woestijn. Woorden van Abba
Poimen. Averbode:Altiora,p.90)
Een
broeder ondervroeg abba Poimen: 'Hoe merkt een mens dat hij enig
voordeel behaald heeft?" ...'...Hij merkt het als de bekoring
daar is; door haar zal hij weten of hij vruchten verworven heeft.
Iemand die klaar staat voor de bekoring weet zo dat hij vruchten
plukt, maar als de bekoring zich voordoet en hij is er niet klaar
voor, dan weet hij dat hem geen enkele vrucht toe komt." Top
Vaderspreuken. Apofthegma 295 uit het oud-Ethiopisch.
Uit:Maurits Pinnoy (Vert.) Monnik in de woestijn. Woorden van Abba
Poimen. Averbode:Altiora,p.96
Abba
Poimen zei: "Ik ken een broeder in Scetis die drie jaar lang
een tweedaagse vasten onderhield zonder goede voortgang te maken.
Maar toen hij deze wijze van vasten opgegeven had om iedere dag
te vasten tot 's avonds, met doorzicht, toen bleef hij de strijd
winnen." Abba Poimen zie me ook: "Eet zonder te eten,
drink zonder te drinken, slaap zonder te slapen; gedraag je met
doorzicht en je vindt rust." Top
Vaderspreuken
Niet volmaakt is het gebed waarin de monnik zich bewust is
van zichzelf of van het feit dat hij bidt. (Abt Antonius in
Joannes Cassianus. Gesprekken IX,31. Bilthoven: Nelissen, 1968,
p.183)Top
Van Broeckhoven Egied.
Uit: Georges Neefs: Vriendschap in God. Het levenscharisma
van Egied van Broeckhoven. Brugge: Emmaüs, DDB, 1974 p.35
Het gebed is als een bloem die men moet begieten: het begieten (oefeningen)
alleen kan niets, de echte groei blijft voor ons onbegrijpelijk.
Maar begieten is nodig, anders zou de bloem uitdrogen.
Top
Van Broeckhoven Egied. Uit:Georges
Neefs. Vriendschap in God. Het levenscharisma van Egied Van Broeckhoven.
Brugge: Emmaüs, DDB,1974, p.94
Heer, leer me in alles wat ik ontmoet op mijn
pelgrimstocht naar U,
U zelf reeds zover ontmoeten dat het heimwee naar U steeds groter
wordt,
en totaler en consequenter,
en zo mijn liefde tot alles en allen steeds dichter komt bij zijn
volle schittering. Top
Van Steenbergen Frans.
Liefde is concreet. 1991,p.34-35
Ascese is een woord uit de beeldhouwkunst. Uit een stuk marmer of
een blok hout wil men een beeld maken. Daarvoor moet heel wat steen
of hout uitgekapt of gebeiteld worden. Dit duidt men aan met het
woord ascese. De figuur die te voorschijn komt, wordt als het ware
uit de vormloze massa bevrijd. Door de ascese komen de juiste vormen
en de schoonheid van het kunstwerk te voorschijn. Als we ascetisch
leven, als we leren leven met beperktheid en armoede, als we onze
grenzen erkennen en ermee leven, aanvaarden we dat we niet alles
hebben en niet alles zijn. Dan ontvangen we ons leven met een ruimte
van vrijheid en verlangen. Top
Van Tilt Eddy. Is
de achterdeur op slot? Pleidooi voor een cultuur van de ontmoeting.
Kapellen: Pelckmans, 1995, p.51-52
V.Frankl heeft geformuleerd dat de mens niet zozeer verlangt naar
het gelukkig-zijn op zichzelf maar naar een reden om gelukkig te
zijn. En deze reden is volgens hem een zin buiten de mens zelf.
(...)Terwijl de reden tot geluk zich steeds situeert op het vlak
van de zinsbetrokkenheid, is een oorzaak daarentegen altijd biologisch,
fysiologisch of technisch. (...) Welnu, als 'geestelijke' redenen
tot zingeving vervangen worden door chemische of andere oorzaken,
dan zijn de effecten van verworven geluk, lust of macht even kunstmatig
en voorbijgaand als hun oorzaak. (...) Het gaat de mens voor alles
maar ook uiteindelijk om de zin en om niets anders dan de zin van
het leven. En als er een reden tot geluk is, komen er als het ware
spontaan en automatisch geluk, lust en zelfontplooiing uit voort.
Dan hoeven we geluk en zelfactualisatie als dusdanig niet na te
streven. Frankl omschrijft de mens als 'wil tot zingeving'. De mens
heeft als het ware een natuurlijke gerichtheid op zin, zelfs ondanks
zichzelf. (...)De laatste decennia zijn we zo bezig geweest met
de oorzaken voor ons geluk dat we vergeten zijn dat we redenen nodig
hebben om echt gelukkig te zijn. Top
Vanier Jean. Jésus,
le don de l'amour. Fleurus/Bellarmin, 1994, p.183
We worden geroepen om te groeien in kracht en competentie. maar
deze kracht dient om een gemeenschap van liefde te stichten en niet
voor onze eigen eer. We worden niet geroepen om op een eiland te
leven, onafhankelijk van iedereen, opgesloten in de zelfgenoegzaamheid.
We zijn allen met elkaar verbonden, afhankelijk van elkaar. De zwakken
hebben de sterken nodig, evenzeer als de sterken ook de zwakken
nodig hebben, opdat men zich niet zou terugtrekken in dodend gedrag
van macht en hoogmoed, die het verborgen kind in ieder van ons verwondt.
De meest fundamentele nood van het menselijk hart is de verbondenheid.
Top
Varillon François
Zolang de mens mens is, is het het verlangen naar God dat hem tot
mens maakt.Top
Veilleux Armand. Geroepen
om opnieuw gevormd te worden naar het beeld van Christus. Gedachten
over monastieke vorming. Uit: Monastieke Informatie 1996,nr.123,
p.103-104
Een autenthiek contemplatief leven bestaat er niet in dat we ons
uit de werkelijkheid terugtrekken om in een kunstmatig of zuiver-geestelijke
wereld te leven. Integendeel, het betekent dat we ons terugtekken
naar het centrum, het hart van de hele werkelijkheid. Een gezond
gemeenschapsleven helpt ons gelijkmoedig de verschillende informaties
die we ontvangen en de verschillende gebeurtenissen die we beleven
naar hun waarde te schatten. Het helpt ons onze subjectieve projecties
en onze al of niet bewuste verlangens achter te laten.
In veel gevallen vormt starheid van positie-kiezen, van de eigen
analyse van de werkelijkheid, een obstakel voor de geestelijke en
menselijke groei. Een monnik die gewoon blijft groeien in het gemeenschapsleven
moet iemand zijn die steeds meer in staat is zich aan te passen,
zijn meningen te herzien, van houding te veranderen. Hij weet om
te gaan met de spanningen die in het menselijke bestaan onvermijdelijk
zijn en met de spanningen die in ieder geemeenschapsleven onvermijdelijk
zijn, zonder de vrede van zijn hart te verliezen. Een gezond gemeenschapsleven
maakt het mogelijk dat je geleidelijk groeit in die houding van
begrip, van compassie en sympathie jegens allen. Een monnik die
zich ontwikkelt tot ketterjager heeft iets verontrustends! Top
Vidil François. Mais
moi, je t'aime. Collection:"Aujourd'hui la vie". Paris:
Jet réalisations, 1996, p.123
De Vader is met mij begaan, hij heeft me gedragen als zijn zoon.
En men is goed in de armen van de Vader, men vermoeit zich niet.
Natuurlijk, zoals iedere vader, heeft God me opgevoed. Doorheen
de geschiedenis en de verhalen van de Bijbel, de herinnering ook
aan mijn eigen verleden, heeft God me geplaatst in mijn armoede,
hij heeft me honger doen kennen. Maar ik heb ook mijn vrijheid ontdekt.
Ik heb gewoonweg de poort open gemaakt en hij heeft mij gezuiverd,
meer dan ikzelf in staat zou zijn geweest. (...) Doorheen die tijd,
heb ik me sterk verbonden gevoeld met de natuur. De zon heeft me
geholpen te oriënteren wanneer ik de weg was kwijt geraakt.
De vogels hebben me geleerd om te luisteren. De rotsen en de bergen
vertelden me dat er eeuwen nodig waren van wind en water om de valleien
vorm te geven. Top
Frans Weerts
Pasen in ons eigen leven geeft ons telkens te verstaan dat we ondanks
onze kleinheid opgewekt mogen bestaan. Top
Weil Simonne
Het is niet aan de wijze waarop iemand praat over God dat ik kan
merken dat hij heeft vertoefd in het vuur van de goddelijke liefde,
maar in de manier waarop hij praat over aardse zaken. Top
Willem van St.-Thierry. Commentaar
op het hooglied,hs66. Bonheiden: Abdij Bethlehem, reeks Monastieke
Cahiers, 1,1984,p;91
O beeld van God, erken uw waardigheid. Laat de afdruk van uw Maker
in uzelf weerkaatsen. Voor uzelf bent u armzalig, maar toch bent
u kostbaar. Hoe meer u zich hebt afgekeerd van Hem Wiens beeld u
bent, des te meer bent u besmet met andere beelden. Maar wanneer
u begint te ademen in de lucht waarin u geschapen bent, en als u
de opvoeding dapper aanvaardt (Ps.2,12), zult u de oppervlakkige
verguldsels van de bedrieglijke beelden, die niet goed vastzitten,
even vlug losslaan als ontvluchten. Wees dus helemaal bij uzelf
en gebruik u hele zelf om te leren kennen wie u bent en Wiens beeld
u bent, om zo ook te komen tot het onderscheid en tot het inzicht
van wat u bent en kunt in Hem, Wiens beeld u bent. Top
Williams Rowan. Stilte
en honingkoek. Wijsheden uit de woestijn. Antwerpen: Halewijn. 2005,p.139-140
Wat zouden de woestijnvaders en -moeders vandaag tegen jonge mensen
zeggen? Ze zouden kunnen zeggen: 'Waarom zo'n haast?' Ze zouden
verwonderd zijn hoeveel waarde onze cultuur hecht aan snelheid.
Ze zouden kunnen zeggen dat de haastige drang om dingen te bezitten
een aanwijzing is voor valsheid en een verkeerd begrip van wie je
als mens eigenlijk bent. Het is goed om je tijd te nemen. Alleen
door je tijd te nemen kan je realiseren hoeveel meer je bent dan
een individu. Door je tijd te nemen word je opgebouwd door het karakter
van de hele wereld waarin je leeft en de mensen om je heen. Top
Williams Rowan uit: Radcliffe,
T. Waar draait het om? als je christen bent. Averbode: Altiora,
2007, p.243-244
Wat
wordt er dus van ons gevraagd van ons die tot deze broederschap
geroepen zijn? Ten eerste wordt van ons gevraagd dat we weten dat
het Christus is die vrede gesticht heeft. Met andere woorden: we
hoeven niet bezorgd te zijn. Op dit soort advies zit geen enkele
kerk te wachten, en zeker de Anglicaanse gemeenschap op dit moment
niet; toch zegt Christus dit tegen ons. Hij heeft vrede gesticht
en ons leven berust op wat Hij heeft gedaan en op niets anders.
Onze eigen pogingen om vrede te stichten, ons in wereld en kerk
van de vrede te getuigen hoeven niet gekenmerkt te worden door angstig
streven, wanhopig activisme of het verlangen om het hier en nu allemaal
voor elkaar te krijgen. Hij heeft vrede gesticht door het bloed
aan zijn kruis, en wij leven in de volheid van wat Hij gedaan heeft
en warmen ons aan de vuurpilaar die in ons midden is opgericht,
tussen aarde en hemel, door zijn gebed en offer. Top
Wolk van niet weten. (onb.
auteur uit 14e eeuw)(Vert. en inl. André Zegveld). Nijmegen:
B.Gottmer's,1974, p.65-66-hs 7
Zou er een gedachte bij je opkomen die zich tussen jou en die duisternis
wil wringen, een gedachte die vraagt wat je eigenlijk zoekt en waarnaar
je eigenlijk verlangt, antwoord dan dat je God zoekt: 'Hem verlang
ik, Hem zoek ik, niets anders dan Hem.'
Zou die gedachte dan vragen: 'Wat is deze God', antwoord dan dat
het de God is die jou schiep, die jou verloste, en die, door zijn
genade, jou geroepen heeft Hem lief te hebben. En zeg tot die gedachte:
'Zelf weet jij volstrekt niets van Hem'. En voeg er dan meteen aan
toe: 'Weg jij!' en vertrap hem uit liefde tot God. Ja, op deze manier
moet je zelfs ook handelen, wanneer die gedachte heilig schijnt
te zijn, en erop berekend je te helpen om God te vinden. Het is
heel goed mogelijk dat hij je een hele boel prachtige en wonderbare
verhalen te binnen zal brengen omtrent Gods goedheid, en je zal
herinneren aan zijn zoetheid en liefde, zijn genade en zijn barmhartigheid.
Als je maar naar hem wilt luisteren; verder vraagt hij je niets.
Hij blijft maar babbelen, en geleidelijk brengt hij je op het lijden
van Christus. Dan zal hij je wonderlijke goedertierenheid van God
tonen; hij wil niets liever dan dat je naar hem luistert. Want dan
gaat hij verder en toont jou je voorbije leven, en als je die ellende
nog eens aanschouwt, ben je weer ver weg, terug op oude vertrouwde
plekjes. En voor je weet waar je bent, zit je middenin een ongelooflijke
verwarring. Hoe dat komt? Heel eenvoudig omdat je er vrijwillig
in hebt toegestemd om naar die gedachte te luisteren, deze te beantwoorden,
te aanvaarden en de vrije teugel te geven.
Natuurlijk, toch was deze gedachte goed en heilig, en eigenlijk
zó noodzakelijk dat, hoe ongerijmd het ook klinken mag, niemand,
man noch vrouw, kan hopen tot de beschouwing te komen zonder het
fundament van veel van dergelijke heerlijke meditaties over de eigen
ellende, over het lijden van onze Heer, en over de liefde van God
en diens grote goedheid en heerlijkheid. En toch moet de meer gevorderde
deze overwegingen loslaten en ze wegbergen, diep in de wolk van
vergeten, wil hij tenminste ooit doordringen in de wolk van niet-weten,
die hangt tussen hemzelf en God. Top
Wolk van niet weten, (onb. auteur
uit 14e eeuw)(Vert. en inl. André Zegveld). Nijmegen: B.Gottmer's,1974,
p.71 hs 9
Wees er zeker van dat je in dit leven nooit een onbewolkt zicht
op God zult hebben. Maar je kunt je van zijn aanwezigheid bewust
zijn als Hij je dit door zijn genade schenken wil. Verhef daarom
je hart naar die wolk. Of, beter gezegd, laat God je hart naar die
wolk optrekken. En probeer met zijn hulp al het andere te vergeten.
Top
|