Handenarbeid |
Gebed, lezing, studie, en ook arbeid vormen de pijlers
van het monastieke leven.
|
 |
De monniken, die elk naar eigen vermogen bijdragen in het onderhoud van de gemeenschap, krijgen elk een 'bediening' toegewezen. Zo zijn er monniken die poetsen, bakken en brouwen; anderen maken kleren, binden boeken in, werken in de tuin; nog anderen staan in voor het onthaal van de gasten,... Door een harmonieuze werkverdeling kan de gemeenschap voor eigen levensbehoeften instaan.
De verkoop van het bekende trappistenbier zorgt voor een financiële reserve die ondermeer benut wordt om minderbedeelden te steunen.
|
| |
Dan pas zijn zij echte monniken als zij leven van het werk van hun handen. (RB 48)
|
|
|