 |
"Zoals elke mens moeten wij kunnen bestaan. Dus moeten wij proberen onze boterham te verdienen en anderen ruim te laten delen in wat wij kunnen missen. Inderdaad, we moeten leven 'van' en 'met' onze brouwerij. Maar wij leven niet 'voor' onze brouwerij. Het kan dan ook niet anders of wij komen wat vreemd over bij mensen die in de harde zakenwereld staan en niet begrijpen dat wij uit de gegeven commerciële mogelijkheden zo weinig halen van wat we er zouden kunnen uithalen. Wij zijn geen brouwers. Wij zijn monniken. En juist om dat te kunnen zijn, brouwen wij."
Vader abt
(bij de inzegening van de nieuwe brouwzaal)
|
|