De Sint-Sixtusabdij in een historisch perspectief |
 |
In de winter van 1814 verliet Jan-Baptist
Victoor(gehuwd met de weduwe van J.F.Lebbe) Poperinge om zich
in de bossen van Sint-Sixtus te vestigen en er de rest van zijn
leven als kluizenaar door te brengen. Zo nam hij de monastieke
traditie, die dertig jaar vroeger onderbroken werd door keizer
Jozef II, terug op.
Wanneer in de zomer van 1831 de prior van het pas gestichte
klooster van de Catsberg met een paar van zijn monniken zich
vestigt bij de kluizenaar, wordt een nieuw Cisterciënzerklooster
geboren. |
|
De beginjaren (1831-1836) waren moeilijk. Toch was er een gestage groei van de gemeenschap. Zo waren er 23 leden in 1835 en 52 in 1875.
Tweemaal stond de communiteit monniken af: in 1850 trokken 16 paters en broeders naar Scourmont voor de stichting van een dochterhuis, en in de jaren 1858-1860 werden een twintigtal broeders naar Canada gezonden om er Tracadie (het huidige Spencer in de V.S.) nieuw leven in te blazen.
|
|
|
|
 |
Andere belangrijke gebeurtenissen uit die eerste periode zijn de bouw van de 'oude kerk' in 1840, de oprichting van de lagere school rond 1840, de ingebruikname van de eerste brouwerij in 1839, de schenking van het kloosterterrein door de familie Lebbe in 1860, de verheffing van de priorij tot abdij in 1871 en de uitbouw van de boerderij tot modelbedrijf voor de streek in de jaren 1875-1878. |
Tijdens de Eerste Wereldoorlog huisden in en rond de abdij
honderden vluchtelingen en bijna 400.000 geallieerde soldaten.
De Tweede Wereldoorlog bleek voor de abdij, zowel op economisch,
politiek en op ordesvlak een precaire tijd. Er is menselijk
gezien veel geleden en het lijkt ons momenteel nog te vroeg
om dit alles objectief te beoordelen en op zijn juiste waarde
in te schatten. |
|
|
De periode nà de Tweede Wereldoorlog is voor onze communiteit zeer beslissend geweest. Heel belangrijke opties werden toen genomen en zijn voor ons tot op heden bepalend:
|
|
| (1) |
De toenmalige abt Dom Gerardus Deleye
(abdij van 1941 tot 1968) nam in 1945 de beslissing de steeds
groter wordende brouwerij tot kleinschaliger proporties terug
te brengen.
Met haar huidige jaarproductie van ongeveer 4800 hectoliter
is onze brouwerij nog steeds een kleinschalig bedrijf, echt
gerund door de monniken zelf. |
|
| (2) |
De bouw van het gastenhuis in 1964. Voor die
tijd en zeker voor de toenmalige communiteit 'ruim' te noemen.
Het illustreert het belang dat de communiteit hecht aan gastvrijheid:
de openheid naar buiten toe is een wezenlijk element voor
ons, monniken. |
| De andere wezenlijke pool van ons leven, nl. de pool van
'de afzondering', kreeg vorm door de bouw van de huidige abdijkerk
in 1968. Een tijdloze, moderne kerk die de sobere cisterciënzerarchitectuur
- een traditie van eeuwen - volkomen recht doet. |
Deze kerk verhoogt de afzondering voor ons monniken, want
ze is enkel toegankelijk voor de gasten en voor de mensen
die aanbellen aan de kloosterpoort. |
| De vroegere buitenkerk werd helemaal afgestaan aan de parochie
en de pelgrims. Ze wordt bediend door de pastoor-moderator
van Vleteren.
De latere abten hebben deze beleidslijn willen verder zetten. |
|
|
De huidige communiteit telt 26 broeders.
De gemiddelde leeftijd is 54 jaar, wat eerder laag is door een vrij geregelde recrutering. |
|
|
|
Merkwaardig is dat
onze gemeenschap sinds het einde van de 19de eeuw rond dit
aantal van ongeveer 35 leden is blijven schommelen.
Geregeld krijgen wij de vraag te horen: "Met hoevelen zijn
jullie nog ?" Het lijkt er op dat wij door velen als de laatste
der Mohikanen, als een soort uitstervend ras worden beschouwd.
Kloosters en abdijen kennen evengoed die sociologische wetmatigheid
van krimpen en uitzetten. Zoveel kan dit proces beïnvloeden.
|
|
|
Toch geloven wij dat het uiteindelijk God zèlf is die
tijden en mensen leidt.
Wij durven ons volle vertrouwen te stellen in Hem, in Zijn
Voorzienige zorg. Wij zijn in Gods hand. |
|
|
|
|