|
|
 |
Verbouwingen : Teksten persconferentie bij voorstelling project |
|
|
Inleiding door vader abt Concept
- architect bOb Van Reeth Duurzaamheid
- architect Guido Vancoppenolle Constructie
- Dirk Jaspaert ir. Stabiliteit |
| |
Inleiding - Ontmoeting met de pers
|
Graag
wil ik u wat informatie verstrekken over de geplande verbouwingswerken
aan onze abdij vanuit de beleving van onze gemeenschap. Gezien de
huidige situatie van de kerk en van het religieuze leven lijkt het
gewaagd om nu een klooster als klooster te verbouwen, want bouwen
is investeren in de toekomst. Wij beseffen dat het een waagstuk
is, omdat het een zaak is van geloof en vertrouwen.
Om te komen tot het punt waar we nu staan – de plannen voor de
verbouwingen zijn in die mate gevorderd dat binnenkort de bouwaanvraag
kan ingediend worden – hebben we met de gemeenschap een proces doorgemaakt
met heel wat gesprekken en overleg. Een dubbele aanleiding was aanzet
tot dit proces. Enerzijds is het nodig om onze kloostergebouwen
‘bij de tijd' te brengen, ze aan te passen aan de huidige en toekomstige
noden van onze gemeenschap: o.a. individuele kamers i.p.v. de gemeenschappelijke
slaapzaal en goed uitgeruste ziekenkamers. Anderzijds worden we
geconfronteerd met grote scheuren en verzakkingen in een deel van
de gebouwen, waar hoogdringend iets moet aan gedaan worden.
Met de hulp en het advies van de dienst ‘bouwconsult' van het
Interdiocesaan Centrum kwamen we tot het besluit dat dit grondig
en deskundig moest aangepakt worden binnen een lange termijnvisie
en een totaalplan. Voor de verkenningen, het masterplan en de architectuuropgave
viel de keuze op awg architecten Antwerpen in samenwerking met het
architectenkantoor Lambert – Vancoppenolle Roeselare. In de eerste
verkennende gesprekken ervaarden we een affiniteit met waarden die
wij als monniken belangrijk achten: soberheid en eenvoud, echtheid
en schoonheid, duurzaamheid, oog voor innerlijkheid, evenwicht tussen
gemeenschapszin en persoonlijke verantwoordelijkheid, eerbied voor
de cisterciënzertraditie en een hedendaagse vormgeving. Het
werd een boeiend proces, waar gaandeweg keuzes werden gemaakt om
te komen tot het huidige plan.
|
|
Gezien de toestand van de huidige gebouwen en de noden van de
gemeenschap kozen we uiteindelijk voor een grondige verbouwing,
deels nieuwbouw, deels verbouwing van de oude abdijkerk, die tot
voor kort de wijkkerk was voor de buurtbewoners. Onze huidige kerk
blijft behouden en wordt een vleugel van het nieuwe kloostervierkant.
De oude kerk wordt herbestemd tot refter en bibliotheek. Wij beogen
een sobere en duurzame nieuwbouw met op de benedenverdieping de
kapittelzaal, het scriptorium, het noviciaat, een gemeenschapsruimte,
enkele burelen en de ziekenafdeling. Op de verdieping komen de kamers
voor de broeders. Omwille van de stabiliteit wordt het geheel onderkelderd,
wat ruimte biedt voor verschillende werkplaatsen. Tevens kiezen
we voor een laagenergie gebouw uit milieuoverwegingen en om stookkosten
te beperken. |
|
Vanaf volgende maand zal ons gastenhuis gesloten zijn, daar de broeders
zelf het gastenhuis zullen bewonen tijdens de komende werkzaamheden.
Deze verbouwingen betekenen voor de gemeenschap een hele uitdaging
en zullen een serieuze investering vergen. Wij beschikken niet over
voldoende middelen en zoeken nu om de nodige fondsen bijeen te brengen.
De suggestie die we vaak krijgen, is ‘meer brouwen’. Toch menen we
dat onze inkomsten via onze brouwerij opdrijven geen haalbare oplossing
is. De brouwerij uitbreiden zou een heel andere aanpak en dynamiek
vergen met meer geschoold personeel, nieuwe investeringen en een grotere
werkdruk voor de broeders. De verhouding gemeenschap – brouwerij zou
grondig veranderen en dat is nu niet onze keuze. Onze monastieke gemeenschap
heeft een eigen plaats in onze kerk en samenleving. Heel wat mensen
komen bij ons om steun, rust, bezinning en gebed. Op onze beurt weten
wij ons gedragen door die grotere gemeenschap. De solidariteit en
de hulp die we mogen ondervinden, zijn voor ons onontbeerlijk en scheppen
ook een reële verbondenheid. |
|
broeder Manu Van Hecke, abt Sint-Sixtusabdij
Het concept van de nieuwbouw
Bij de zoektocht naar de essentie van de opgave is voor architect
bOb Van Reeth het functioneel programma slechts alibi. “We weten dat
gebouwen slechts bedoeld zijn voor direct gebruik. Toch zijn we dank
zij de geschiedenis ons ervan bewust dat architectuur een wereld vertegenwoordigt
die getuigt van een collectieve wil sporen na te laten voor de toekomst”,
zegt Van Reeth. “Dit is de culturele intentie van de bouwopgave. Het
gebouw als uitdrukking van een mentaal beeld, als bemiddeling, tussenkomst
tijdens een passage.”
bOb Van Reeth koestert vijf thema’s bij dit bouwproject: duurzaam,
eenvoud, verinnerlijking, dierbaar en tijdloos.
Volgens Van Reeth begint de ziel van een gebouw met de kwaliteit
van het bouwheerschap, bij de culturele intenties en ambities van
de bezieler van het project. “Wat ons bezighoudt, is de tegenstelling
tussen het vluchtige en het blijvende, tussen het voorlopige en het
bestendige. De culturele, duurzame lagen zijn naar mijn mening: de
footprint en het casco.”
Casco is de structuur en de huid van het gebouw. Footprint en casco
leggen de kiem voor wat zal volgen. Footprint is van zeer, zeer lange
duur. Casco is van zeer lange duur. “Ik betrek de bekleding van het
gebouw bij het casco omdat zij als huid deel is van de constructie
en dus los van de willekeur van de vormgeving.”
|
| “Duurzaam betekent dat in
de architectuur de bereidheid om bewoond te worden, is vastgelegd.
Het komt erop aan in de huidige bestemming die precieze maat te
vinden en vast te leggen die zal mogelijk laten wat toch niet te
voorspellen is.”
Van Reeth benadrukt dat eenvoud niet hetzelfde is als simpel.
“Eenvoud is samengeperste complexiteit. Het verlangen naar eenvoud
groeit met geduldige belangstelling. Zich ontdoen van het overbodige
is niet zonder inspanning. De keuze voor wat wordt weggelaten, is
net zo belangrijk, misschien wel belangrijker dan de keuze voor wat
dan wel gemaakt wordt. Hoe meer je voelt wat er allemaal werd weggelaten,
hoe groter de intellectuele voldoening.”
Van Reeth is voorstander van een architectuur die versnelling van
onze beleving van de wereld vertraagt en eerder traagheid beschermt.
“Het beschermt tegen lawaai van geluid en beelden. Stilte als verzet
tegen gerucht en tegen ruis. Architectuur die stilte vasthoudt en
beschermt”, zegt Van Reeth in zijn duiding van verinnerlijking.
“Het gebouw moet het gevoel in zich hebben voor de tijd van de dag;
de tijd van de seizoenen door de stilte van het natuurlijk licht.
Zich bewust omsloten ween. Thuis voelen.”
Dierbaar is voor bOb Van Reeth geen ontwerphouding maar wel
een betrachting. Hij associeert een reeks adjectieven met dierbaar:
genereus, zorgzaam, integer, stil, liefdevol, studerend, zoekend,
impliciet, inclusief, respectvol, bekommerd, bereid, aandachtig, begrijpend,
aandachtig, begrijpend, collectief getuigend. “Dierbaar betekent ook:
de mogelijkheid zich te hechten aan, met zulke kwaliteiten dat ze
geliefd worden door de bewoners. Waaraan men grote waarde hecht. Met
waardigheid bekleed.”
De nieuwbouw in de abdij van Westvleteren wordt geen monument maar
wel een moment van deze tijd wat dierbaar kan worden.
Van Reeth beseft dat elk nieuw gebouw lijdt onder het feit dat het
nieuw is. Gelukkig heeft het gebouw context: het sluit aan op een
oude plek bij bestaande gebouwen. “Het gebouw heeft patina nodig.
Stijlloos, niet modisch. Tijdloos is een kwaliteit die pas
optreedt van zodra iets gedateerd begint te geraken. Tijdloos is ook
begiftigd met een eigen vitaliteit. Tijdloos zijn gebouwen die door
hun verschijningsvorm het pittoreske beeld van de moderne architectuur
storen, zonder de gevoeligheid voor de eigen tijd te ontkennen”, zegt
Van Reeth. |
|
| “Hoe beter de kwaliteit van de structuur, de constructie, de materialen,
de isolatie, kortom hoe beter de kwaliteit van het gebouw als geheel,
hoe kleiner de onderhoudslast, hoe groter de meerwaarde in de tijd,
hoe groter de accommodatiecapaciteit ervan”, besluit architect bOb
Van Reeth. |
|
|
Ontwerp Sint-Sixtusabdij en duurzaamheid
De broeders van Westvleteren hadden Al Gore niet nodig om hen te
overtuigen van het belang van een zorgvuldige omgang met het milieu.
Vertrekkend vanuit een principiële bescheidenheid en eerbied voor
de schepping, stond de vraag naar een duurzaam ontwerp met een minimale
impact op de omgeving, vanaf de eerste besprekingen bovenaan op de
agenda. Het is onze taak als architecten om deze bekommernis te vertalen
in een werkbaar concept.
Een multidisciplinaire benadering, vanaf de eerste voorontwerpfase,
heeft ervoor gezorgd, dat naast de gebruikelijke randvoorwaarden waarin
een ontwerp tot stand komt, ook een aantal duurzaamheidsaspecten geïntegreerd
werden. Samen met Ir. Arch. Filip Descamps, van het bouwfysisch ingenieursbureau
Daidalos, hebben we het ontwerp geoptimaliseerd en gepoogd een evenwicht
te vinden tussen eenvoud, functionaliteit en duurzaamheid. Alle criteria
werden uitvoerig met de broeders besproken, tegen elkaar afgewogen
en uiteindelijk vastgelegd in een programma van eisen. |
|
Vanzelfsprekend, en daarom vaak over het hoofd gezien, betekent
“duurzaam bouwen” in de eerste plaats bouwen voor een lange duur.
Dit impliceert een doordacht concept, een structuur die een flexibele
invulling toelaat en het gebruik van materialen die de tand des tijds
doorstaan. Baksteenmetselwerk, natuurleien en eikenhouten schrijnwerk
verzoenen deze eisen met de nagestreefde soberheid van het ontwerp.
Vandaag beschikken we evenwel over middelen om nog een stap verder
te gaan in de richting van energetische duurzaamheid. Enerzijds -
en ook al vanzelfsprekend - door de energie-behoefte te beperken.
Een doorgedreven isolatie van het gebouw (isolatiepeil K25), gecombineerd
met een goede luchtdichtheid en een in de hand gehouden ventilatie,
staat borg voor minimale energieverliezen. Anderzijds door te kiezen
voor hernieuwbare energiebronnen. In dit geval zal de warmte in de
bodem onder de abdij benut worden. Een warmtepomp met vertikale grondwisselaar
tot op een diepte van honderd meter zal de hoofdmoot van de energie
voor de verwarming leveren. Ook met water wordt zorgvuldig omgegaan.
Het regenwater zal worden opgevangen en overal waar mogelijk gebruikt.
Al het afvalwater wordt bovendien gezuiverd, vooraleer het geloosd
wordt. |
|
Het spreekt vanzelf dat de aandacht voor duurzaamheid bij de verdere
uitwerking van het project in al zijn details zal aangehouden worden.
Dit is onze opdracht voor de komende maanden. We zouden de werken
willen aanvangen halfweg 2008. De verhuis van de gemeenschap naar
de nieuwe gebouwen zou dan begin 2010 mogelijk moeten zijn.
Guido Vancoppenolle, architect
Structurele aspecten
Uit plaatsbezoeken, opmetingen, grondonderzoek, waarnemingen mogelijk
door een aantal putten te graven, kunnen een aantal conclusies getrokken
worden. De ondergrond van de site bestaat uit een zeer dikke kleilaag.
De bovenlagen variërend tussen tot 2,5m dikte, bestaan uit ofwel geroerde
grond, alluviale lagen of zeer slappe kleilagen.
De structurele problemen (verzakkingen en scheuren) in de NO vleugel
zijn hier niet vreemd aan.
De aanzetdiepte van deze bedraagt 1,2m en de fundeerzolen zijn 60
cm breed. Enige berekening leert dat de fundering in feite gewoon
ondergedimensioneerd is. Bij het opmaken van een typische lastendaling
komen we tot de bevinding dat de onderscheiden grondspanningen meestal
hoger liggen dan het evenwichtsdraagvermogen en dat bij een aanzet
op 1,4m diepte reeds 4 à 5 cm zetting optreedt.Het evenwichtsdraagvermogen
is ruim overschreden ,de last benadert zelfs het grensdraagvermogen
voor de zijgevel. De berekende zettingen bedragen zowat het dubbele
van het toelaatbare.
Er moet dus ingegrepen worden in de NO vleugel. Dit door de funderingsaanzet
van alle wanden, ook dragende binnenwanden, te verlagen en eventueel
te verbreden.Deze werken kunnen niet uitgevoerd worden zonder ingrijpende
stutwerken noch zonder opbreken van de vloeren boven de kruipruimte.
Voor wat betreft de kapittelzaal menen we dat deze beter herbouwd
kan worden dan hersteld. |
De scheuren in de NW vleugel |
| We menen deze te moeten zoeken in de richting van thermisch-hygrische
aard. Deze vleugel is in feite een ingevuld betonskelet. Dat het gebouw
onder deze klimaatcycli lijdt, is dus vooral te wijten aan de hybride
opbouw ervan: het betonskelet en het eromheen nauw ingevuld natuursteenmetselwerk
hebben een andere thermische uitzettingscoëfficiënt en verkeren door
de opbouw steeds in een andere temperatuurfase. De enige remedie hiertegen
is de NW vleugel volledig omhullen met isolatie en een nieuwe afwerking.
|
De draagstructuur van de nieuwe abdij en de herdachte oude kerk. |
| De structuur van het nieuwe gebouw bestaat uit metselwerk, beton
en hout. De verbouwde delen krijgen ook stalen structuurelementen.
Kelderplaat en kelderwanden worden uit gewapend beton vervaardigd
, dat is behalve buigstijf ook makkelijker waterdicht te krijgen.
De keuze om de kelder vrij aan te zetten, gebeurt vanuit de noodzaak
de fundeeraanzet te ontrekken aan de invloed van vochtschommelingen
in de bodem. Deze bestaat uit zeer plastische klei en zwelt of krimpt
sterk onder de natuurlijke vochtschommelingen (seizoenen, nabije bomen)
met zettingen voor gevolg. Een alternatief met palen is duurder en
geeft geen extra ruimte.
De bovengrondse bouwlagen worden opgericht met wanden in metselwerk
en draagvloeren van halfgeprefabriceerd gewapend beton die de hele
traveebreedte van de nieuwe vleugels overspannen. De dakstructuren
van het hoofddak en van de pandomgang bestaan uit een economische
combinatie van balken uit gezaagd hout en portieken van gelamelleerd
fineerhout. De nieuwe bibliotheek vloer in de oude kerk bestaat uit
een stalen roostervloer rustend op frele stalen kolommen. Deze kolommen
brengen hun last over op micropalen die pal naast de binnenzijde van
de bestaande oude kerkwanden uitgevoerd worden. Het bestaande metselwerk
boven het nieuw aan te brengen lange horizontale raam wordt eveneens
via deze stalen kolommen gedragen.
Dirk Jaspaert ir. Stabiliteit |
|
|
| | |
|